Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Slow kan altijd weer

Er is een enorme behoefte aan snelheid in de wereld. Je internetverbinding moet snel zijn, wat zeg ik: ‘razendsnel’, je auto moet snel zijn en jijzelf moet alles ook heel snel kunnen. Ook in de keuken schijnen we voortdurend ongelooflijk veel haast te hebben en de snel klaar-kookboeken roepen om het hardst dat wij heel veel tijd gaan uitsparen. Zelfs enge dunne voorverpakte lapjes vlees liggen in de supermarkten hun bestaan te rechtvaardigen met de mededeling dat ze zo klaar zijn. Daar ben ik dus tegen.

Nu weet ik wel dat je daar tegen hóórt te zijn als serieus kokend personage. Wij serieus kokende personages neuriën de hele dag ‘slowslowslow’ en de slak is ons favoriete dier, symbolisch gezien, en stoven is onze basistechniek en de uien kunnen ons niet langzaam genoeg groeien.

Misschien maken sommige slow-levende personen zelfs wel een moeilijke tijd door nu de lente zo allersnelst uit de grond schiet – geen tulp bij mij in de tuin doet het slow, alles knalt maar uit zijn knop. De opwinding van dit stralende voorjaar deelt zich als vanzelf aan je mee, en het is misschien daarom dat ik ga bekennen dat ik ook wel eens hele snelle dingen maak met trucs van laag allooi.

Afgelopen weekend kwamen er tien mensen eten en die kregen om te beginnen bij de borrel blini, met zalmeitjes, zalm (wilde, met MSC-keurmerk, ik zeg het maar), dille en zure room (hele lekkere Normandische uit Isigny).

Nu zijn blini heerlijk maar enigszins tijdrovend. Je moet deeg maken dat moet rijzen want je wilt luchtige pannenkoekjes. Dus dat deeg moet ergens op een warme plek lekker bellen staan blazen. En dan ga je ze bakken, in je blinipannetje – een snoezig poppenpannetje waar steeds één blinietje uitkomt. Allemaal geen probleem. Maar voor tien mensen niet bijzonder geschikt.

Gelukkig is er Nigella Lawson en haar boek Nigella Express. Als ik nu eens heel eerlijk zou willen zijn, zou ik moeten toegeven dat ik, sinds ik haar snelle blini ken, eigenlijk zelden nog aangetroffen wordt met boekweitmeel en gist. Dat is authentieker, zeker, maar deze zijn ook lekker, en heel snel en makkelijk – de volgende dag toen ik nog wat zalm en een paar gasten over had heb ik gewoon even vlug weer wat blini bijgebakken. Dat doe je niet met dat originele boekweitrecept.

Dus ik zeg het nu maar gewoon, ondanks het gênante onderdeel dat erin zit namelijk instantaardappelpureepoeder.

Wàt?!

Ja. Instantpureepoeder staat op de afdeling verboden waren in de supermarkt. Maar het heeft fantastische eigenschappen in kleine pannekoekjes die je gewoon ziet opzwellen in de pan. De koekenpan, waar je ze met een lepel in doet zodat er 6 tegelijk gebakken kunnen worden.

Snelle blini (voor ong. 30 stuks)

  • 3 eieren
  • 1, 25dl melk
  • 3 el. olijfolie
  • 60 gr. instant aardappelpureepoeder
  • 40 gr. bloem
  • 3 lente-uitjes, fijngehakt
  • ½ theelepel bakpoeder
  • 3 ons zalm, zure room, dille

Verwarm de oven op 100 graden. Kluts de eieren met de melk, de olie, de lente-uitjes en een snufje zout. Giet er de bloem en het pureepoeder bij terwijl je heel goed klopt. Bakpoeder erbij (door een zeefje, anders houd je klontjes), nog even omroeren.

Verwarm wat olie in een koekenpan en leg er zes keer een eetlepel beslag in. Als ze bijna droog zijn van boven keer je ze om. Leg de blini op een schaaltje en zet dat in de oven. Ga door tot alle beslag op is en serveer met de zalm etc.

Geplaatst in:
Bijgerecht
Voorgerecht
Lees meer over:
bakpoeder
bloem
dille
ei
instant aardappelpureepoeder
lente-ui
melk
zalm
zure room

2 reacties op 'Slow kan altijd weer'

Madeleine Sanders- van Pampus

Nu moet ik er maar eens wat van zeggen. Al jaren ben ik een grote fan van Marjoleine de Vos. Vorig jaar heb ik haar op het hoge land in levende lijve aanhoord tijdens een lezing in een van de mooiste kerkjes van Groningen, Huizinge geloof ik. Haar literaire beschouwingen in het NRC heb ik jaren lang gebruikt tijdens het lesgeven: Nederlands aan buitenlanders en ik herlees ze nog ontelbaar vaak. Berte Meier was haar voorgangster wat de recepten betreft: die scheurde ik vroeger uit, nog vóór mijn echtgenoot de krant gelezen had. Gevolg: een Sinterklaascadeau verpakt in kranten met een gat erin!
Geboren in Haarlem, opgegroeid met duivekater met Kerst, Pasen en Pinksteren, werd ik helemaal lyrisch van het recept “Het ruikt naar goed humeur”. Mijn humeur kon niet meer stuk na de eerste hap! Tientallen recepten werden uitgeprobeerd (o.a. door creatieve dochter), maar helaas …………. nooit kwam mijn jeugd op mijn bordje, totdat ……….. ja, het recept van Dick Soek, het is hem helemaal!
Dank voor het vrijgeven hiervan.

Met groet, Madeleine Sanders- van Pampus

Menno

Als het dan toch voor een keertje snel mag, wat denk je dan van poffertjesmix – evt. met die lekkere lenteuitjes (of fijngeknipte daslookblaadjes) – en dan in een poffertjespan. Wel klein natuurlijk, maar heel snel en met zalm, zure room en dille erg lekker.