De lunch en de vrije avond
‘‘Lunchen, dat moet jij mij toch eens uitleggen”, zei een vriend die echt wel van lekker eten houdt. „Wat bedoelen de mensen als ze je uitnodigen voor de lunch?” „Nou”, zei ik, „gewoon, je komt ’s middags en het is met drank en met minder zwaar, maar vaak juist extra lekker eten en om half zeven ben je weer thuis en dan hoef je lekker de hele avond niets meer: geen drank, geen eten, niets. En dan heb je een vrije avond. Fijn.”
Hij keek me ontzet aan. Half zeven! Drank in de middag!
Ik probeerde nog allerlei andere lunchvoordelen te bedenken – het feestelijke van ’s middags met een glaasje wijn aan een gedekte tafel, dat je nooit véél drinkt maar dat het je dan zo goed smaakt, dat allerlei leuke kleine gerechtjes ter tafel kunnen komen zonder aardappelen (niets tegen aardappelen, begrijp me goed, maar lunchen is lichter dan aardappelen), dat je zo ontspannen natafelt omdat het niet ineens al midden in de nacht is, dat het altijd zondag is als je luncht en dat de zondag toch al een vrijere indeling heeft, maar het hielp niet.
Je moet het lunchen natuurlijk ook niet overdrijven, want het is waar, het is makkelijk een dagvullende aangelegenheid, zeker ook voor degenen die de lunch verstrekken. Die moeten ’s ochtends al behoorlijk op tijd aan de slag en na vertrek van de gasten nog opruimen, dus veel meer dan een vrije avond om iets leuks voor zichzelf te doen schiet er niet over.
Aan de andere kant: ’s ochtends iets maken voor de lunch, dat is ook iets leuks voor jezelf doen. En daaraan voorafgegaan is het bedenken – een van de allerleukste dingen van koken en iets wat vaak onderschat wordt. De mensen willen snel weten wat ze gaan maken. Dat hoeft niet! Het is juist heerlijk om door kookboeken te bladeren en heel veel ideeën te krijgen.
Het is ook net of de geuren van eten koken ’s ochtends intenser zijn. De geur van olie en groenten in de pan, dat is de geur van geluk, van zomers in warme landen waar de ratatouille al om elf uur zijn geuren verspreidt en zegt: lunchen!
Zeebaars met artisjokken kan heel goed voor de lunch. Stukje geitenkaas toe. Stukje fruittaart wellicht nog, met een bruisend glaasje. Als we nu toch eenmaal de tijd hebben tot half zeven…
Je moet wel de artisjokken schoonmaken, dat is even een werkje, verder is het een fluitje van een cent. De combinatie van de vis en de artisjokken is verrassend goed. Ook ’s avonds trouwens, voor de niet-lunchers.
Zeebaars met artisjokken (v oor 4 personen).
- 2 zeebaarzen
- 4 artisjokken
- 1 dl olijfolie
- 2 takjes rozemarijn
Verwijder bladeren, stelen en hooi uit en van de artisjokken. Gebruik citroen om verkleuren te voorkomen (al is verkleuren ook helemaal niet zo erg). Snijd ze in dunne plakjes. Giet een royale laag olijfolie in een koekenpan en bak daarin de artisjokplakjes tot ze behoorlijk gaar zijn. Peper en zout erover.
Verwarm de oven voor op 220 graden. Was en droog de zeebaarzen. Geef een paar sneden in het dikste deel van de vis, zodat hij in één keer helemaal gaar wordt. Bestrooi de vissen van binnen en van buiten met zout. Leg een takje rozemarijn in hun buikholte, doe daar ook wat plakjes artisjok in en leg ze in een licht ingevette ovenschaal.
Leg de rest van de artisjok op de vissen, giet ook alle olie eroverheen. Zet de vis 20 minuten in de oven en dien op. Als de baars gaar genoeg is, laat hij zich heel makkelijk van de graat scheppen, ga dus niet in de keuken zitten prutsen met fileren, dan wordt alles koud en lelijk.
