Geen kardoen maar rabarber
,,Dit zijn niet de werktuigen van Christus’ lijden (-) geen spijkers/ maar wortelen, niet de gesel van de Flagellatie/ maar een kardoen” dichtte de Engelse dichter Robin Robertson bij een stilleven van de Spaanse schilder Juan Sanchez Cotán. Hij beschrijft in het gedicht de overgang van religieuze schilderijen naar afbeeldingen van het alledaagse om zichzelfs wille. Een wortel is een wortel, een lam een lam.
Niet dat eten op schilderijen nooit allegorisch was, integendeel, heel lang is alles allegorisch geduid en was de kaas niet iets smakelijks voor op de boterham maar het getranssubstantieerde lichaam van Christus. Maar op een gegeven moment dachten kunsthistorici weer dat de kaas daarnaast ook gewoon kaas was en dat zijn we geloof ik blijven denken.
Al waren de stillevenschilders destijds niet vies van een kleine vermanende verwijzing naar de zondvloed als ze een overvloedig beladen tafel afbeeldden, of toonden ze achter de keuken waarin gebraden en gehakt wordt dat het een aard heeft, wél Christus die druk zit te oreren met Maria aan zijn voeten, zodat je snapt dat de vrouw die op de voorgrond zo buitengewoon animerend staat te koken Martha is.
De zeventiende-eeuwer lustte best een pasteitje, al deed zo’n schilderij nog zo braaf of het ‘betere deel’ ( het geestelijke voedsel dat Christus verstrekte) daar achterin werd uitgedeeld.
Niet dat je moet denken dat ze alles wat ze afbeeldden ook daadwerkelijk voortdurend aten. Druiven waren geweldig duur, maar enorm schildergeniek, én een symbool van huwelijkse trouw en voorhuwelijkse kuisheid. Die laat je niet weg om de prijs. Zo oogt een enorme pastei ook beter dan kardoenen (lange stekelige stelen die geschild moeten worden en dan gestoofd) en vlees rijker dan groenten.
De stelen die nu weer in de winkel liggen, rabarber, lijken uiterlijk wel iots op kardoen – maar mooier. Laten we daar dan maar een werelds taartje van maken, mooi genoeg om te schilderen.
Rabarbertaartje
- 1 kilo rabarber, gewassen en in stukken
- 150 gr. suiker
deeg:
- 250 gr. bloem
- 125 gr. boter
- 80 gr. suiker
- 1 ei
- 2el water
banketbakkersroom:
- 21/2dl melk
- 3 eierdooiers
- 25 gr. bloem
- 40 gr. suiker
- vanillestokje
Maak het deeg door de ingrediënten door elkaar te kneden, vorm er een bal van en leg die in de ijskast.
Zet de rabarber met de suiker zachtjes op, zonder water, en laat koken tot-ie uit elkaar valt.
Laat de melk met het vanillestokje langzaam aan de kook komen, roer intussen de eierdooiers glad met de bloem en de suiker. Giet van het vuur af de vanillemelk bij de dooiers, roer goed en giet het geheel terug in de pan. Laat een minuut of tien zachtjes gaar worden terwijl je goed roert. Niet laten koken. Daarna laten afkoelen, van tijd tot tijd even goed doorroeren.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Sla het deeg zo plat mogelijk, vet een springvorm in en druk het deeg uit in de vorm, maak de zijkanten niet te dun. Bak de taarbodem 15 minuten blind, verzwaard met deegknikkers of oude bonen. Haal dan het gewicht eraf en bak nog vijf minuten.
Giet de bankbakkersroom erin en leg daarbovenop de uitgelekte rabarber. Maak de vorm los en zet de taart op een rooster om af te koelen.
