Na het zuur komt het zoet
Een paar jaar geleden zei onze regering almaar: na het zuur komt het zoet. Dat klonk als een oud-Hollandse wijsheid in de trant van ‘de cost gaat voor de baet uit’, maar tegelijkertijd hoorde je wel dat het zoiets was als ‘na regen komt zonneschijn’ – zo’n uitspraak die in het algemeen wel waar is, want regen en zonneschijn wisselen elkaar in het groot gezien heus wel af, maar in de dagelijkse beleving toch ook niet. Soms regent het dagen en is het daarna drie weken grijs.
Zo kan het ook zijn dat iemand veel zuurs te verdragen krijgt gevolgd door nog meer zuurs, terwijl andere mensen achter elkaar zoetigheid en geluk hebben. Kunnen we vandaag de dag ook weer heel goed zien – de zurigheid, de banen die verloren gaan, wordt niet gevolgd door het zoet dat degenen ten deel valt die met een wereldwijs gezicht over ‘loon naar werken’ spreken. (Zou het vandaag spreekwoordendag zijn?)
De enige plaats waar we er gewoon voor kunnen zorgen dat al dat soort dingen, dat van die cost en die baet en van het zuur en het zoet gewoon wáár zijn, is in de keuken. Daar heb je de zaken min of meer in eigen hand – min of meer zeg ik uitdrukkelijk want alles gaat toch altijd ook lichtelijk zijn eigen gang.
Gisteren een broodbakpracticum gedaan waar verschillende mensen hetzelfde brood vervaardigden, maar de resultaten toch tamelijk verschillend waren: gescheurde, korrelige korsten of juist gladde, flinke poeferige broden of kleinere en plattere, artistiek ingesneden exemplaren en bijna machinaal ogende. De hand van de bakker maakt duidelijk veel verschil.
Ook de taart die hieronder volgt heb ik, hoewel-ie steeds door één bakker was vervaardigd, toch al in allerlei verschillende gedaantes uit de oven zien komen. Donker (toen ik hem eens een kwartier was vergeten), bijna broos, tamelijk kanelig of bijna niet, met zachte, smeuïge vulling of juist ietsje korrelig als ik de amandelen zelf had gemalen omdat ik geen amandelpoeder kon krijgen, vrijwel stevig, met bleke broze korst of juist een degelijk omhulsel. En ik doe áltijd hetzelfde. Maar nooit dus echt.
Hoe dan ook, na de zure kalfstong een zoete taart. Die toch ook zuur is, want met citroen. Samen, dat wil zeggen achter elkaar, gaan ze op een paasdineetje lijken.
Citroen-amandeltaart
Deeg:
- 200 gr. bloem
- 100 gr. zachte boter
- snufje kaneelpoeder
- snufje zout
Vulling:
- rasp en sap van 3 citroenen
- 150 gr. amandelpoeder
- 150 gr. kristalsuiker
- 80 gr. zachte boter
- 4 eieren
- poedersuiker voor erover heen
Meng de ingrediënten voor het deeg met de hand tot het kruimelig is. Voeg het water toe en kneed snel tot een bal. (Als het geen bal wil worden: nog wat water. Blijft het plakkerig: nog wat bloem.) Leg een uur weg in de koelkast, verpakt in plasticfolie
Verwarm de oven voor op 200 graden. Meng de ingrediënten voor de vulling. Vet een lage ronde taartvorm in, of bekleed een springvorm met ingevet bakpapier (tegen het lekken). Rol het deeg uit, bekleed de vorm ermee en giet de vulling erin.
Zet de taart 30 tot 40 minuten in de oven, controleer de laatste tien minuten of-ie al gaar is door er met iets duns (anders krijg je lelijke gaatjes) in te prikken. Komt het mes, de breipen of wat het is, er schoon uit dan is-ie gaar.
Laat de taart afkoelen op een rooster en bestrooi daarna de bovenkant met poedersuiker.
