Lachen zo licht als de dagen
’T is elke lente weer hetzelfde. Zodra de zon zo veelbelovend begint te schijnen terwijl het nog koud is en nog kaal hoor je Gorter veelbelovend mompelen: „De lente komt van ver, ik hoor hem komen” en dan moet je wel door de sensitieve verzen bladeren en lezen: „Lentelicht is nu gekomen,/ eindelijk is het gekomen,/ o laten we toch lachen/ lachen zo licht als de dagen”. Zo dus. En hoewel de lente nooit, weersgewijs, definitief komt, zeker niet zo vroeg in het jaar, voelt ook de kok in de keuken dat het tijdelijk even helemaal geen weer is voor stoven en sudderen, maar dat er lichte citroenige dingen moeten gebeuren, dat er nieuwe groenten in de keuken worden verwacht en prille sprietjes in de sla.
„Goud is het in de lucht!”
Dus het zakje biobaby’s op de markt ging hup! de tas in. Biobaby’s! Dat is helemaal lente en voorjaar!
Wat zijn biobabys? Dat zijn „heerlijke kleine aardappeltjes” van onbespoten biologische herkomst in een zakje dat zo te voelen vol bewaargas zit waardoor de baby’s vers blijven. We willen geen verschrompelde ukkies.
En als je dan nieuwe aardappeltjes hebt, ga je verder denken. Je kunt ze natuurlijk naast de kip vlijen en beide overgieten met half-om-half olie en citroensap en 3 theelepels oregano voor ‘kotopoulo lemonato’ een voortreffelijke Griekse manier van kip braden (meer dan nu gezegd hoef je niet te doen, ja peper en zout. Het geheel 20 minuten op 220 graden daarna nog 40 minuten op 200 graden. Klaar.)
Maar je kunt ook verder over de markt gaan lopen, zien wat er nog meer is, de groentemannen zien knipperen tegen het zonlicht, een orgel horen spelen als het een Amsterdamse markt is, of een carillon als het ergens anders is, er is geen markt zonder ergens wel een carillon. En anders zing je zelf gewoon wat.
Op Kreta zie je vroeg in het voorjaar overal mannen in hoekjes bezig met messen en glaasjes: ze snijden een rauw artisjokje in stukken, knijpen er wat citroen over uit, eten met vrolijke gezichten en spoelen na met raki. Als je net langskomt en ze zien dat je het ziet, krijg je het ook. Kretenzische mannen eten groenten. Italiaanse mannen ook trouwens. Je kunt daar echtparen verrukt tegen elkaar horen praten over de nieuwe, wilde spinazie-achtige blaadjes die ze even gekookt gaan opeten met olie en citroensap. „Mooi!” zeggen de echtparen tegen elkaar, „Heerlijk!”
Ik denk niet dat wij allemaal in de keuken met verrukte koppen rauwe artisjok gaan staan eten. Maar gestoofde artisjok met dille en biobaby’s? Ja hoor. Echt wel.
Gestoofde artisjok met dille (vier personen)
- 8 niet al te grote artisjokken
- 10 peentjes in plakjes
- 5 kleine aardappelen
- 2 el gehakte dille
- 5 dunne preien, alleen het wit
- 2 tomaten
- 1 dl. olie
- 1dl. citroensap
Maak de artisjokken schoon (blaadjes eraf, hooi eruit), wrijf ze in met citroen en zet de bodems in water met citroen om verkleuren te voorkomen. Als de stelen zacht zijn en niet geheel uit taaie slierten bestaan kunnen die ook gebruikt worden. Hak de lente-uitjes fijn en bak ze op laag vuur in wat olie met de dille, de in plakjes gesneden wortel, de aardappeltjes en het wit van de preien, ongeveer tien minuten. Bestrooi met peper en zout.
Leg de artisjokken en eventueel hun stelen erbij en de in vieren gesneden tomaten, giet er citroensap en water bij en laat stoven tot alles zacht is (een minuut of 20).
