Geen gefröbel, gewoon puree
Vaak lijkt het me heel verkeerd dat het, als eten en koken ter sprake komen, altijd meteen over restaurants gaat. Restaurants en het bijbehorende eten spelen zich in een heel andere wereld af dan die van het dagelijkse koken met alle geheimzinnige beperkingen van dien, zoals kinderen die om kwart over zes gegeten moeten hebben terwijl man of vrouw pas om zeven uur thuiskomt en om half acht naar De wereld draait door wenst te kijken.
En dan praat je alleen nog maar over logistiek, en niet over het wat, over de soms sterk uiteenlopende gezinssmaken die zich alleen maar kunnen verenigen in die ene macaronischotel die daarom zó vaak gegeten is dat niemand hem ooit meer hoeft te hebben. De overwegingen gaan vaak helemaal niet over wat de smakelijkste manier is om een visje te bereiden, ze gaan eerder in de richting van: wat nu weer en wanneer dan.
Daar komen meestal niet de allerinspirerendste gerechten van.
Daarom is het natuurlijk ook weer goed dat er restauarants zijn en chefkoks, zodat je er af en toe even aan wordt herinnerd hoe koken ook kan zijn. Mits ze het niet te dol maken – sommige chefs lijken eerder op een boetseercursus geweest dan op kookles en moeten krankzinnig veel tijd kwijt zijn aan het fabriceren van minieme schaakbordjes van groentepuree, geleirolletjes ter dikte van een bloemstengel die gevuld zijn met kreeftenmousse enz. Gefröbel, dat weliswaar knap is, maar waar je toch niet écht voor komt.
Uit eten gaan is leuk om allerlei redenen, maar één daarvan is ook de voorbeeldkracht. Ik bedoel de sensatie van iets te eten dat je kent, maar zó niet. Zo kan het dus ook. Zo intens, zo vol, zo romig, zo knapperig, zo geurig, zo verrukkend. En als dat wordt veroorzaakt door schuim en schaakbordjes, dan is dat uitstekend natuurlijk,maar nog fijner is het als je na het eten denkt: zo ga ik het ook proberen. Ik ga mezelf verbeteren. Ik ga leren van dit etentje.
In dat opzicht heb ik een held, die niet helemaal een privéheld is want hij is ook een keer Held van de Smaak geweest. Dick Soek van restaurant Verhildersum, helemaal in Leens in Noord Groningen, die zo gewoon kookt dat sommige mensen het niet eens herkennen als geweldig. Het is wel geweldig (vindt Michelin ook hoor). At laatst bij hem iets zo gewoons dat ik het nauwelijks op durf te schrijven: kabeljauw met langoustinesaus en aardappelpuree met julienne gesneden prei en worteltjes. Het is al een week geleden, maar ik denk er nog elke dag aan. Alles eraan was perfect.
Eigenlijk moet je het zo doen. Iets heel gewoons maken, maar dan zo dat het opmerkelijk lekker is. Deze wortelen en aardappelen zijn niet op Michelin-niveau, maar wel aller romigst, heerlijk bij een visje en, hoe gewoon ook, om je vingers bij op te eten. Iedereen lust ze. Op elke tijd.
Wortelen en aardappelen
- 1 ½ pond aardappelen (geen afkokers)
- 1 ½ pond wortelen
- 1 klein bosje peterselie
- 75 gr. boter
- 1/8 slagroom
Schil de aardappelen en snijd ze in dikke plakken. Schraap de wortelen en snijd ze in plakken. Kook de wortelen en na drie minuten de aardappelen in gezouten water ongeveer tien minuten, ze moeten bijtgaar zijn. Giet af. Hak intussen de peterselie.
Smelt de boter in de aardappelpan. Doe er de aardappelen en de wortelen bij, met wat gemalen zeezout en schud de pan goed om. Giet er dan de slagroom bij en laat die even aan de kook komen. Schud weer goed om. Maal peper over het geheel en bestrooi met veel gehakte peterselie.
