Zo klaar en het ruikt goed
Dat de mensen veel minder tijd hebben, of nemen, om te koken, is iets wat we al jaren horen. Er wordt vaak bezorgd bij gekeken alsof het geluk uitsluitend te vinden is in lange keukentijden. Alsof het in iedereens keuken een dolgezellige boel is. Maar vaak is dat niet zo. Dan staat iemand, dikwijls van het vrouwelijk geslacht, gewoon in haar eentje de aardappelen te schillen, die eindeloze zanderige spinazie te wassen – want die wilde spinazie die we allemaal zo lekker vinden (toch?) is vreselijk zanderig en je vergiet is er altijd te klein voor en dan sta je met die gewassen spinazie die dan maar in een pan gaat en het aanrecht is nat en je handen zijn ijzig van het koude water – en de glibberige koude eieren doormidden te snijden om ze te vullen.
Niets tegen spinazie met gevulde eieren, maar het ruikt ook al niet opwekkend. Koken is veel leuker als er nog iemand is, en als er een borreltje bij is. Of als je leuk keukenwerk te doen hebt, of muziek erbij of, nu ja, als je toevallig van koken houdt. Waar je de mensen moeilijk toe kunt verplichten.
En op drukke dagen is lang snijden, schillen, hakken, vullen, opbinden echt niet waar men op zit te wachten. De supermarkten staan trouwens helemaal vol met kant-en-klaar of kant-en-halfklaar produkten, dus waartoe zou je zelf verse pasta gaan maken als AH verse en toch houdbare (rarara hoe kan dat) pasta heeft liggen, en verse soep (idem) en voorgesneden groenten in gasverpakking waardoor ook die lekker vers blijft.
Wat het woord ‘vers’ in dit verband eigenlijk betekent, wordt wel een steeds grotere vraag.
Maar toch heeft men niet altijd heel veel tijd en zin om lang in de keuken te staan met spinazie. En zo ontwikkelt iedereen een reeks snelle en makkelijke doordeweekse recepten, die van zeer toonbaar tot uitgesproken geheim kunnen gaan omdat je tegen niemand wilt zeggen dat je aardappelpuree at met wat in boter gestoofde bleekselderie en gebakken amandelsnippers, waarbij een restje parelhoen van het weekend en dat je dat eigenlijk heel lekker en bevredigend smaakte op een maandagavond.
Maar het simpele pastagerecht dat ik laatst uit andervrouws doordeweekse keuken kreeg toegespeeld en op een vandaag-maar-eens-geen-uren-in-de-keuken-dag maakte, is echt heel presentabel. Het komt met de fijne geur van gebakken spek, de bevrediging van pasta, het gezonde van groente, het volle van salie en feta. En zó klaar.
Doordeweekse sperziebonenpasta (voor 2 personen)
- 250 gr sperziebonen
- 150 gr. pasta naar keuze
- scheut olijfolie
- 1 ons biologisch spek (of dito pancetta)
- 1 teentje knoflook
- wat salieblaadjes
- 75 gr. feta
Kook de sperziebonen in ruim water met zout een minuut of zes – ze moeten niet helemaal slap worden maar nog een beetje – niet veel! – beet hebben.
Kook de pasta volgens de aanwijzingen op de zak, doe een scheutje olijfolie in het kookwater en bewaar daar wat van bij het afgieten. Vermeng de pasta en de boontjes en doe er een scheutje kookwater bij.
Bak in een koekenpan de plakjes lekker spekkig spek uit en leg ze op een keukenpapiertje, bak in hetzelfde vet de salie en de gesnipperde knoflook. Verkruimel de feta.
Strooi het spek, de feta en de gebakken knoflooksalie over de pasta met boontjes.
Dit alles heeft een kwartiertje geduurd.
