Een grote witte stinkbloem
Bloemkool. Geen groente die geweldig in aanzien staat. Sowieso is de koolfamile niet het meest in tel, ze zijn noch vergeten, wat voor groenten tegenwoordig een pre is want dan kunnen we ze fijn herontdekken, noch mediterraan wat ook erg meehelpt om in de smaak te vallen. De bloemkool lijkt wel nooit helemaal heengekomen over de concurrentie die de broccoli haar ooit aandeed, ergens in de jaren tachtig.
Het is nauwelijks meer te geloven, maar toen was broccoli echt even chic en leuk. Nu is broccoli voor veel mensen de kortste aanduiding om te zeggen dat het eten niets was.
,,Wat aten jullie?” ,,Broccoli zeg maar.” Dan weet je het wel. Het is sneu. Die bloemkool van vroeger, met kaassaus, vond ik eigenlijk best lekker. En ik maakte wel eens een soort Franse bloemkoolpudding, van gemalen bloemkool met bechamelsaus in een cakevorm en daar dan tomatensaus van verse tomaten bij, en dat was ook heel lekker.
Maar toen kwam de groentepolitie en mocht je nooit meer groenten gaar koken. Behalve venkel. Je hoort de groenten nu vaak piepen als de mensen erop kauwen, en hoewel het bij chips zo schijnt te werken dat men ze veel lekkerder vindt als ze hoorbaar kraken heb ik iets dergelijks over sperziebonen of bloemkool nooit gelezen.
Toch snoept denk ik iedere kok een paar van die rauwe roosjes in de keuken. En met ansjovisdipsaus zijn die trouwens echt érg lekker – alle rauwe groenten zijn eerlijk gezegd lekker met ansjovisdipsaus. (Peterselie, bosui, scheutje rode wijnazijn, peper en ansjovisfilets uit het zout, allemaal malen of fijnvijzelen en er dan olie bijgieten tot een lichtgebonden groene saus.)
En bloemkoolrisotto kan natuurlijk ook – ook voor risotto geldt weer dat bijna elke groente zich er wel voor leent. In het geval van bloemkoolrisotto is het lekker om wat broodruitertjes te bakken met een beetje kaas en die met peterselie over de rijst te strooien.
Er is dus eigenlijk van alles te doen met die arme witte stinkbloem. Want hij stinkt wel als je hem kookt. Nu schijnt het te helpen om wat olie bij het kookwater te gooien, omdat olie geuren en smaken bindt. Toen ik gisteravond de bloemkool kookte, en ondanks de loeiende afzuigkap een penetrante koollucht begon te ruiken, schoot me dat ineens te binnen. Gedaan. Dan wil je ook dat het helpt en dat de geur niet toeneemt, en dat dacht ik dus ook dat zo was.
Bloemkool met peterseliekappertjes (4 personen)
- 1 niet enorme bloemkool
- half bosje peterselie
- 2 el. kappertjes (liefst zoute)
- 1eetlepel grove mosterd
- 1½ el rode wijnazijn
- 1 dl olijfolie
- 12 kerstomaatjes
- handje raketsla
Kook de bloemkool 3 minuten in ruim zout water. Giet hem af en zet de koude kraan er even op dat-ie stopt met koken. Laat hem uitlekken en doe hem met een scheutje olijfolie en wat gemalen zeezout in een kom.
Maak in een keukenmachine of met behulp van een staafmixer de saus door peterselie, afgespoelde uitgelekte kappertjes, wijnazijn en grove mosterd te pureren, schenk er de olie in een straaltje bij.
Snijd de kerstomaatjes door midden, als ze wat groter zijn dan de naam belooft, in vieren.
Verhit een grillpan tot-ie gloeiend heet is en rooster de bloemkool tot die kleine streepjes vertoont. Overgiet de nog warme bloemkool met de peterseliekappertjes saus en schik de groente met de tomaatjes en een flinke hand raket op een schaal. Dat vindt die bloemkool fijn.
