Er zijn er die weinig lusten
Ze zeggen altijd: je bent wat je eet. Of: toon me wat je eet en ik zeg je wie je bent. Van die quasi-diepe eetdingen. Maar wat zegt het over iemand dat ie graag chocola eet of Franse kaas? Ik zou het niet weten. Het zegt vooral de mensen iets die niet van chocola of Franse kaas houden, die kunnen dan vieze gezichten trekken (vooral bij die kaas en die stinkt inderdaad ongenadig, maar dat is op een rare manier toch goed) en net doen of ze iets vreselijks over je te weten zijn gekomen.
Met vlees is dat ook zo. Bijna iedereen eet het (maar 5 procent van alle Nederlanders is vegetariër) maar als je schrijft dat je vlees lekker vindt, is er altijd wel iemand boos en verwijt je onnodige wreedheid. Ik heb zelfs eens, toen ik het een keer over uitbenen had gehad, wat mooi werk is, van iemand een brief gekregen die schreef dat ik mensen afmaken ook wel een mooi ambacht zou vinden. Toe maar hoor, geneer u niet.
Sommige door mij zeer beminde mensen zijn vegetariër. Tegen die mensen zeur ik niet over vlees, daar maak ik groente- en paddestoelendingen voor die ik zelf ook graag eet. Andere door mij zeer beminde mensen zijn heel duidelijk niet vegetarisch. Daar kun je rauwe biefstuk mee eten, of worst mee maken, of hersenbeignets.
Ik ben vaak blij dat je je vrienden niet hoeft te kiezen op wat ze eten of lusten. Het is soms schokkend, voor iemand die nogal omnivoor is ingesteld, om te horen wat sommige vrienden zich allemaal permitteren vies te vinden: orgaanvlees natuurlijk, maar ook zelfs lever en zelfs kippenlevertjes, ansjovis (er bestaat een heel contingent ansjovishaters), geitenkaas, alle kaas behálve geitenkaas, rood vlees, mosselen, prei, spruiten, rauwe ui – nu ja. Hou maar op.
Maar we gebruiken dat niet tégen onze vrienden! We trekken een Amerikaans gezicht en noemen het een uitdaging om ook voor hen iets lekkers klaar te maken.
Maar soms doen we dat eens niet. Als je op de biologische markt lekker geitenstoofvlees ziet liggen, dan nodig je geen type uit dat niet tegen de smaak van geitenvlees kan maar je zegt: ‘hebbes’ en dan stoof je dat eens lekker met rode wijn en appelstroop. Hoe appeliger de stroop hoe beter – de meeste appelstroop wordt grotendeels van suikerbiet gemaakt, terwijl de lekkerste appelstroop gewoon van appelen komt en verder van niets. Let daar dus op.
Appelstroop bij het vlees? Ja, dat las ik eens in een boekje van Philip Mechanicus, de fotograaf die behalve prachtig fotograferen ook heel leuk koken kon. De stroop maakt de saus heel donker, ietsje zuur, ietsje zoet en uiterst geschikt om bij een heel gewone stamppot met rauwe andijvie of postelein of, het lekkerst van alles, raapsteeltjes te eten.
Geitenstoofvlees met appelstroop (voor 4 personen)
- 1 pond geitenstoofvlees
- 1 grote rode ui
- 2 el. bloem
- 2 glazen rode wijn
- 3 el. appelstroop
- bosje tijm
Verwarm de olie in een braadpannetje en bak het geitenvlees aan alle kanten bruin. Als het pannetje tamelijk klein is, dan in twee porties, het gaat nu echt even om het bruin worden van de buitenkant.
Schep het vlees uit de pan en bak de uien lichtbruin. Doe het vlees terug en bestrooi het met bloem, roer goed om. Strooi er royaal peper en zout en verse tijmblaadjes over. Giet er zoveel rode wijn bij dat het vlees net onder staat. Doe er de appelstroop bij en laat die oplossen in de wijn. Leg een stuk bakpapier op het vlees en sluit de pan.
Zet het geheel twee uur in de oven op 125 graden.
