Een smoes om te kneden
Als je nu toch een halve granaatappel over hebt omdat gisteren de andere helft over de sla is gegaan, ga je als vanzelf denken: wat met deze helft? De mogelijkheden zijn talloos, want er zijn allerlei dingen die er leuker uitzien met granaatappelpitten, van gebraden eendenboutjes tot granaatappelijs, maar het worden Turkse pizza’s. Met spinazie.
Lijkt misschien veel werk, pizzabodems maken, maar dat is eigenlijk geen werk: in een mum van tijd zijn de ingrediënten door elkaar geroerd en dan kneed je het deeg tien minuten, terwijl je aan niets anders denkt dan aan de textuur van dat deeg in je handen. Een heerlijk, fluwelig, zacht deeg dat tijdens het kneden almaar aangenamer gaat aanvoelen – eigenlijk is dat kneden al een reden om deze pizza’s te maken. En verder heb je geen omkijken naar ze, rijzen doen ze zelf wel.
De pizza’s ogen heel mooi, dankzij de granaatappelpitten en ze zijn heel lekker. Je kunt de helft van de hoeveelheid maken als voorafje, of de hele hoeveelheid als maaltijd maar dan moet er nog wel iets bij, sla of zo.
Turkse pizza met feta en granaatappel (4 personen)
- 350 gr bloem
- ½ tl zout
- 1 tl instant gist
- ½ tl suiker
- 25 ml melk
- 3 el olijfolie
- 150 ml lauw water
- 1 pond wilde spinazie
- 1 ui
- evt. 1 teentje knoflook
- 175 gr. feta
- 2 el pijnboompitten
- ½ granaatappel
Meng bloem en zout in een kom, gooi er de droge gist en de suiker bij en voeg beetje voor beetje eerst de melk en vervolgens de olie toe. Steeds goed roeren, dan zoveel van het water erbij doen dat een samenhangend deeg ontstaat.
Kneed dat tien minuten. Leg het deeg in de inmiddels afgespoelde kom, en dek die af met plasticfolie of een vochtige doek. Zet ’m anderhalf uur op een warme plaats, zodat het deeg rijst.
Was de spinazie grondig en snijd de harde steelgedeeltes eraf. Bietenloof kan trouwens ook heel goed voor dit gerecht gebruikt worden, of een mengsel van spinazie en bietenloof. Gooi de spinazie met aanhangend water in een pan en laat goed omscheppend even slinken, een paar minuten, niet meer. Hak de spinazie fijn en knijp ’m goed uit.
Hak een uitje en bak dat in een scheutje olijfolie, voeg eventueel een teentje knoflook toe. Schep de uitgelekte spinazie met peper en zout door de ui.
Nu verder met het deeg (dat mag ook best langer dan anderhalf uur rijzen hoor, het luistert helemaal niet nauw, je kunt het eventueel ’s ochtends maken en het de hele dag in de ijskast laten staan, of op een koele plek, dan rijst het heel langzaam en daar is niets tegen).
Bestuif het aanrecht met bloem, leg het deeg erop, sla het terug en verdeel het in vier stukken. Rol die met een deegroller tot vier ovale dunne lappen, dek die af met plasticfolie en laat ze een half uurtje liggen.
Zet de oven aan op 220 graden en leg er een bakblik in waarop de pizza’s zometeen kunnen liggen. Snijd de feta in kruimelblokjes.
Haal het hete bakblik uit de oven en leg het op het fornuis. Smeer het snel licht in met olie, leg er de pizzabodems op en verspreid daar het spinaziemengsel over. Bestrooi met feta en zet 5 minuten in de oven. Bestrooi met de pijnboompitten en zet nog drie minuten terug.
Haal ze uit de oven en sla op de halve granaatappel opdat hij zijn pitten geeft. Bemaal de pizza’s met zwarte peper en zet olijfolie op tafel voor een extra scheutje. Wacht nu niet langer met ze op te eten.
