Het fijnste kookspulletje
Ik liep nog wat na te denken over het geweldige succes van kookwinkels die ook in deze recessietijden verrukkelijke omzetten draaien omdat iedereen heel veel kookspulletjes nodig heeft. En je kunt wel heel flauw doen over kookspulletjes en net doen of je zelf uit enorme puurheid, die gepaard gaat met een geweldig gezond verstand, alleen maar een goed mes in de keuken hebt hangen en verder eigenlijk niks, maar dat zou niet helemaal waar zijn. Dingen als een staafmixer zijn gewoon heel makkelijk, al kun je heus wel verder leven zonder staafmixer en je soepen door een passeerzeef draaien of in de keukenmachine doen (maar dan heb je toch ook wel een keukenmachine, en het is echt makkelijk om er een te hebben, hoor).
Een batterij spullen is echt niet nodig, maar als iemand nu eens dolgraag iets in een kookwinkel zou willen kopen zou ik wel weten wat aan te raden: een rookoventje. Voor op het gas. Dat is gewoon een flinke doos van roestvrij staal, met een deksel erop en een rooster erin en daarmee kan men zelf, thuis, heel eenvoudig, warm roken.
Bijvoorbeeld als je makrelen op de markt ziet liggen (en laat ik die nou laatst zien liggen) dan zeg je meteen: top (moet je trouwens ook zeggen als je geen rookoventje hebt, want verse makreel is heerlijk en het gaat heel behoorlijk goed met de makreelstand). Thuis doe je dan weinig anders dan ze even nog heel goed wassen (vissenbloed smaakt akelig ijzerachtig), drogen, met peper en zout inwrijven en op het dikste gedeelte aan beide kanten insnijden voor gelijkmatige garing, anders heb je een overgare staart en een te weinig gaar buikje.
Dan gaan die makrelen een kwartier in het op het gas geplaatste rookoventje, waarin op de bodem wat houtmot, bij elke kookwinkel te krijgen, is gestrooid. Een heerlijke rookgeur doortrekt de vissen die tegelijkertijd in de warme gesloten doos op rustige wijze gaar worden. En dan heb je iets heerlijks hoor, en gezond ook nog, want makreel zit vol van de allerbeste vetten tegen fout cholesterol.
Bijvoorbeeld. Afgelopen herfst heb ik met een vriendin ook boleten gerookt, eerst even roken en dan even bakken in een beetje boter – we namen één plak boleet op een toastje en hebben toen tien minuten verzaligd zitten kijken.
Ook heel geslaagd is een schouderkarbonaadje in de rookoven. Maar een schouderkarbonaadje – mits van onbesproken biologische herkomst, bij voorkeur van een beetje doorregen varkens, zo’n schouderkarbonaadje dus – is zó lekker dat je er eigenlijk überhaupt niets mee hoeft te doen.
En omdat we toch zo fijn biologisch bezig zijn kopen we winterpostelein: mooi stevig klein blad dat ideaal is voor wintersalades.
Salade van winterpostelein (4 personen)
- 2 ons winterpostelein
- ½ granaatappel
- 1 avocado
vinaigrette van:
- theelepel mosterd
- 1 dessertlepel rode wijnazijn
- peper en zout
- 4 el. olijfolie
Was en droog de postelein, snijd eventuele worteltjes ervan af. Meng de ingrediënten voor de vinaigrette. Schil de avocado: eerst doormidden snijden, pit verwijderen, snijvlak inwrijven met citroensap. Schil op drie plaatsen in de lengte doorsnijden, repen er vanaf trekken.
Snijd de granaatappel doormidden. Vermeng de avocado en de winterpostelein, giet er de dressing over, hussel goed. Houd de granaatappel met de pitjes naar beneden boven de slakom en sla met een pollepel hard op de schil. De glanzende pitten regenen de sla in en die is meteen klaar.
