Braaf lokale planten eten
Sommige mensen zeggen dat Michael Pollan, de Amerikaanse journalist die ten strijde is getrokken tegen de manier waarop ons voedsel wordt geproduceerd, romantische onzin verkoopt. In het interview dat afgelopen zaterdag met hem in deze krant stond, protesteerde hij tegen die voorstelling van zaken. Hij wil niet terug naar de kleinschalige lokale productie, maar wel naar méér lokale productie. Dat is, hoe klein het ook lijkt, wel een belangrijk verschil. Discussies worden altijd een beetje raar als men gaat doen of er maar twee standpunten mogelijk zijn, in dit geval: voedselproductie ver weg waar de omstandigheden ideaal zijn óf productie zo dicht mogelijk bij huis.
Waarom zouden we niet van alle twee wat hebben (wat we trouwens hebben) en vooral: alle twee wíllen. Want de discussie gaat vaker over idealen en toekomst en waar we ‘heen’ moeten – we moeten altijd ergens heen – dan over praktijk. Er is nu al een poos een duidelijke tegenbeweging op gang tegen de grootschaligheid, de energievretende productiemethoden, het eindeloze gesleep met voedsel op weg naar verwerkings- en verpakkingsbedrijven. En dan praten we nog niet over het ellendige rondrijden met levende dieren.
Meer lokaal eten, meer voedsel dat is geproduceerd door gebruik te maken van de natuurlijke omstandigheden. En dat betekent niet dat niets uit een kas mag komen, maar wel dat die kas in plaats van energie te kosten energie zou moeten leveren.
Enfin, laten we ons niet helemaal in de peilloze diepten storten van de wereldvoedselvoorziening en onze eigen plaats daarin, al kan het geen kwaad af en toe stil te staan bij zulke kwesties. Een beetje weten wat je eet is niet zo’n gek idee.
Die andere aanbeveling van Michael Pollan, om vooral planten te eten, is eigenlijk onomstreden. Vlees is lekker, maar het is iets voor af en toe zegt hij. En zo is het.
Neem nu bietjes. Een heerlijke groente maar veel mensen leven met het misverstand dat die weke, vacuüm verpakte, tamelijk smakeloze rode bollen in de supermarkt bietjes zijn. Dat is niet waar. Dat zijn weeë, vacuümverpakte, tamelijk smakeloze rode bollen. We hebben het nu over bietjes. Bietjes komen uit de grond (ik zeg het maar) en ze worden in bossen verkocht, met loof er nog aan en ook dat bietenloof is heel smakelijk.
Voor 4 personen
- 4 bieten
- 75 gram raketsla
- 75 gr. gedopte walnoten
- vinaigrette van:
- 1 el balsamico azijn
- 1 kneepje citroensap
- 3 el. grassige olijfolie
- peper en zout
Maar nu de bieten zelf. Die verpakken we ieder afzonderlijk in aluminiumfolie en leggen ze tenminste een uur in een oven van 150 graden. Kan op elk gewenst moment gebeuren en opletten hoeft verder niet.
Maak de vinaigrette. Laat de bieten genoeg afkoelen om ze te kunnen vastpakken en wrijf, dit gaat het snelst gewoon met de hand, de schil eraf. Snijd ze in vieren en de kwarten in schijfjes. Doe ze in een schaal en overgiet ze met de dressing. Maal er royaal peper over.
Rooster de walnoten. Scheur de raketsla als het van die lange slierten zijn, want dat eet niet lekker. Vermeng op het allerlaatst de noten en de sla met de bieten, want bieten hebben als nadeel dat ze álles rood maken en dat staat niet altijd even leuk.
Wie wil, kan ook nog wat spekjes uitbakken en hierbij doen, dat is wel lekker, zoiets zoutigs. Maar het hoeft niet. (We kijken naar Michael Pollan en zien hem tevreden knikken.)
