Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Heimwee naar fines herbes

Ook in kruiden bestaan modes. Vroeger kon je helemaal nergens basilicum, munt of koriander krijgen, nu kun je vaak niets anders krijgen. In Amsterdam had je alleen maar platte peterselie (ik had als kind een vage hang naar krul, ik vond het heel restaurantachtig en chic), nu doet iedereen er vreselijk druk over. Het is lekker, hoor, geen kwaad woord over peterselie.

Als ik één kruid zou moeten kiezen en de rest afstoten, zou het zeker platte peterselie zijn. Maar even zo goed is het spijtig dat de traditionele ‘fines herbes’ met kruiden als kervel of dragon zo goed als verdwenen zijn. Je ziet ze althans maar weinig. Dan ga je toch denken dat de mensen niet meer zo graag Frans koken. Liever Italiaans, of mediterraan, een vaag woord dat goed samengaat met koriander, munt, tijm en rozemarijn, dé kruiden van het moment.

Eén van de grote culinaire ervaringen uit mijn jeugd is de moeite die mijn vader deed om een hem tevredenstellende sauce béarnaise te maken. Hij zocht er lang naar, naar hoe het moest, blijkbaar hadden we geen kookboek waar dat goed in stond. Het was gauw te zuur, vond hij, recepten schreven nogal veel azijn voor.

Uiteindelijk had hij een heerlijke, romige volle saus gemaakt. Maar het geheim van die saus was toch, behalve de heerlijke boterachtigheid, en de juiste hoeveelheid zuur, de dragon.

Dragon is iets bijzonders – poulet au dragon, ook zo heerlijk. Of een paar blaadjes dragon in de aspic waar harde eieren in zweven. Eieren en dragon gaan heel goed samen. En dragon en prei gaan ook heel goed samen. Dus dit voorgerechtje, dat in geen diner misstaat, dat heel leuk oogt en ook nog eens goed in meer huiselijke context als tweede gang na een kopje soep kan optreden, is gewoon een hit. Van Virginie Besançon, een Franse die heel lekker vegetarisch kookt.

Preitje-eitje met dragondressing voor 4 personen

  • 4 niet al te dikke preien
  • 4 eieren40 gr. hazelnoten
  • paar takjes dragon
  • geraspte schil van een biologische sinaasappel

    dressing:

  • sap van die sinaasappel
  • 2 el. azijn
  • 8 el. olijfolie
  • 1 el. grove mosterd
  • 3 plakjes bladerdeeg
  • 2 takjes rozemarijn

Verwarm de oven voor op 220 graden. Haal de plakjes bladerdeeg uit de diepvries. Meng de ingrediënten voor de dressing. Meng ook de grofgehakte hazelnoten met de gehakte dragon en de sinaasappelschil. Snijd het groen en het harde onderstukje van de prei, snijd de prei in de lengte een eind in (maar niet door) en was ‘m heel goed. Stoom de prei of kook ’m in gezouten water, circa 10 minuten. Kook intussen ook de eieren, 6 minuten in kokend water.

Snijd de plakjes bladerdeeg in 4 repen. Bestrooi de repen met rozemarijn en draai ze twee bij twee in elkaar tot gedraaide stengels. Bak de stengels op een stukje folie of bakpapier 8 minuten in de oven.

Pel de eieren door ze zachtjes rondom te laten stuiteren zodat de hele schil gebarsten is. Dat is de enige manier om niet helemaal harde eieren van hun schil te ontdoen zonder ze kapot te maken. Pel ze.

Snijd een piepklein plakje van de onderkant, zodat ze blijven staan. Knijp de preien zo goed mogelijk uit en rol ze tot een nestje waar de eieren in gezet worden.

Giet er de dressing over, bestrooi met het notendragonmengsel en leg er de rozemarijnstengels naast.

Geplaatst in:
Voorgerecht
Lees meer over:
azijn
bladerdeeg
dragon
grove mosterd
hazelnoot
prei
rozemarijn
sinaasappelsap
sinaasappelschil

7 reacties op 'Heimwee naar fines herbes'

B,molenaar

wat betreft het recept waarvan de prei de winnaar is vind ik de ingredienten wel erg zuur! ik heb het klaargemaakt en inderdaad je proeft de prei niet meer. jammer voor de echte preiliefhebber! daarom niet getreurd…nu ga ik het recept van 19 febr. uitproberen. lang leve de prei!!!

B,molenaar

Het idee van de met pruimedanten gevulde camembert leek me geweldig. Het lukte prima. Het was heerljk .Een volgende keer maak ik er wat extra pruimedanten bj!!

henkjan van vliet

Leuk te lezen dat u kookkundig (ook) bent opgevoed door uw vader, net als ik; het schept een band die ik tot dusver totaal niet had met uw (voor mij erg moederlijke) thuiskokerij. Bij gebrek aan enige interesse in de keuken van de kant van mìjn moeder was mijn vader (we spreken jaren 50) in elk geval in het weekend de KOK. Van hem heb ik vlees leren braden, vooral rosbief. Een heel pakje boter (toen margarine) smelten in een niet te grote hete braadpan op hoog vuur; als het schuim weg is het vlees erin (moet half onder staan), en snel rondom knapperig (net niet zwart) bakken. Afblussen met wat water, en met een laurier- en foelieblaadje zo zachtjes mogelijk rose braden. Laten rusten/afkoelen alvorens in dunne plakken te snijden, en pas op het bord van zout en peper voorzien. Geserveerd met bladsalade, waarop nog lauwe, zachte, halve 5-minuten-eieren liggen te glimmen, èn met gebakken aardappeltjes met bruine korstjes..

Zondagavond maakte Pa soms ‘Prutseltje’ van de restjes weekendvlees, als broodsmeersel voor de komende week. Braad genoeg gesneden ui in boter lichtbruin en geurig. Doe er wat weekend-jus bij en voeg de restjes weekendvlees toe, kleingesneden. Daarbij ontpitte (soep)tomaten in de juiste verhouding voor een ‘prutseltje’. Zet dit alles, met wat extra peper en laurier, op bij voorkeur een oliestel, en laat dat een uurtje – of drie uurtjes – ‘blub,…, blub’ zeggen. Licht gebonden met een maizena-papje (Pa) of Allesbinder (ik) is het heerlijk als een ‘lepel-lunch’ met bruin (stok) brood uit de pan op tafel, met een knapperige salade (met rucola en radijsjes) op een bordje ernaast.

Succes met uw rubriek. Het moet een uitdaging zijn om (met Janneke Vreudenhil) opeens het NRC kookgebeuren te moeten inhoud- en vormgeven. Want ik mis nog steeds de voormalige dames met hun zo perfect uitknipbare en bewaarbare recepten. En wordt a.u.b. niet al te vegetarisch: de achterban van de papieren NRC bestaat voor een groot deel uit vleesetende oudere witte mannen zoals ik ;-)

I.W. Huijssoon

Dag mevrouw de Vos,

U heeft mij in verwarring gebracht. Is die ‘poulet au dragon’ een grapje of een vergissing? Het laatste kan ik me van u bijna niet voorstellen. Bedoelde u echt een ‘kip op zijn draaks’?
Gezien de inhoud van het artikeltje over de fines herbes neem ik toch maar aan dat u ‘poulet à l’estragon’ bedoelde.
Met vriendelijke groet,
Ida Huijssoon (die u altijd graag leest).

Moniek van Jaarsveld

Helaas, het went niet, deze nieuwe kookrubriek. Ik blijf de voormalige dames met hun lekkere, actuele, duidelijke en zakelijke recepten erg missen! Betrof mijn eerste blik in de krant ‘s avonds al jaren het dagelijkse recept, dat ook regelmatig uitgeknipt en doorgegeven werd, nu merk ik dat het taalgebruik en het aanlooptekstje steeds meer gaan irriteren. De recepten zelf zijn wat algemener geworden.

Marjoleine de Vos

Nu ja, ik moet even de draad kwijt geweest zijn met die poulet au dragon. Het wortdt nu een uitdaging om daar een recept bij te bedenken. Natuurlijk moet het à l’estragon zijn.
Ik zal verder ook niet al te vegetarisch worden hoor. Ik houd nogal van vlees. Lekker braden, zoals die rosbief – mmm!

g.daemen

beste marjoleine,
het moet ongeveer veertig jaar geleden zijn dat een vriendin
me trakteerde op kip met dragon.door diverse verhuizingen vriendin uit het oog verloren maar de smaak van haar dragonkip is me altijd bijgebleven.het is me echter nooit gelukt zo´n heerlijk kippetje met dragon tot zo´n succes te maken.
ik hoop nog eens het recept van poulet al´estragon va n u in de krant te vinden.bij voorbaat dank
p.s.op uw advies koop ik als ik ze krijgen kan kemper landhoen
heerlijk. groet gerry daemen