De enige ware voor mij
Het AOC-keurmerk voor camembert bestaat pas sinds 1983. De camembert was toen al wereldberoemd, zo beroemd dat-ie overal ter wereld gemaakt wordt – in Australië schijn je zelfs ‘camembert’ uit een tube te kunnen krijgen. Dat mag natuurlijk niet: de ‘echte’ camembert, moet in Normandië geproduceerd worden, van rauwe melk, met een vetgehalte van tenminste 45 procent (’t is geen dieetkaas) en een witschimmelkorst. De traditie wil het zo, en de traditie houdt natuurlijk ook vol dat de enige kwaliteitscamembert op die manier gemaakt wordt.
Die krijg je nooit als je, zoals diverse Normandische kaasfabrieken zijn gaan doen, de melk gaat verwarmen waardoor de smaak vervlakt.
Het is heel gemakkelijk om dat te geloven, we weten immers dat de voedselproductie nogal tendeert naar grootschaligheid, gemak voor de producenten en iets dat we misschien wel ‘smaakgemak’ zouden kunnen noemen voor de consumenten: hoe minder eigenaardig iets smaakt, hoe breder het aftrek vindt. ‘Moeilijke’ smaken worden altijd alleen in kleinere kring gewaardeerd. Alleen kenners of snobs willen zeer bittere chocola en wijn die je moet ‘leren drinken’, of rauwmelkse kaas met een geur die anderen alleen geschikt vinden om ongedierte mee uit huis te drijven, maar waarvan zij met verrukte gezichten beweren dat het de heerlijkste geur op aarde is.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik soms wel zo iemand ben. Lijk. Zou kunnen zijn. Een van de mensen die zo goed wéten wat het lekkerst is dat ze niet eens meer hoeven te proeven. Die weten dat een AOC-camembert iets is waar geen enkele andere camembert aan kan tippen. Dus het leek me nogal logisch dat ik van mijn Franse vakantie een ware camembert had meegebracht.
Dat nu bleek niet het geval toen ik het deksel bestudeerde en vergeefs zocht naar de letters AOC. De camembert die ik tot innige tevredenheid had gegeten, ligt hier gewoon bij de Albert Heijn en trekt zich geen bal aan van de AOC-regels. Le Rustique heet-ie. Met zo’n fleurig boerengeruit doekje eruit – iets dat je zou moeten waarschuwen, want hoe meer traditionele versierselen een product heeft, hoe zekerder je ervan kunt zijn dat het niet traditioneel is. Hoedt u voor boerenbont en spellingen met ‘ck’!
Een Rustique-camembert is hoe dan ook heel geschikt om te bakken voor over de sla, als voorgerecht. Dat is echt lekker en het oogt leuk.
Sla met gebakken camembert (4 pers.)
1 camembert
3 el. paneermeel
1 losgeklopt ei
1,5 ons gemengde sla
2 el. pijnboompitten
vinaigrette
Maak een vinaigrette van 1 lepel azijn en 3 à 4 lepels olijfolie, peper en zout en doe er eventueel, omdat dat goed combineert met de kaas, iets zoetigs door: een lepel gembersiroop of kweepeergelei of een dessertlepel appelstroop.
Hussel de sla om met driekwart van de dressing, en leg de aangemaakte sla op vier bordjes.
Rooster de pijnboompitten of een ander nootje – het is lekker om iets knapperigs te hebben als tegenwicht tegen de zachte camembert en de tedere slablaadjes.
Verwarm een scheutje olie in een koekenpannetje dat niet héél veel groter is dan de camembert. Haal de kaas door losgeklopt ei en dan door paneermeel (of fijngewreven beschuit). Bak de korst aan beide zijden goudbruin tot de kaas duidelijk zacht is. Snijd de warme kaas in vieren en leg snel op elk slabordje een stuk (schep het uitlopende smeltsel mee). Bestrooien met de pijnboompitten en de rest van de dressing.
