Laffe dingen leuker maken
Er was niemand op het ijs in het natuurgebiedje, een stukje polder ten oosten van de stad Groningen dat, zoals een buurtbewoner met onomwonden afkeer in zijn stem zei ‘aan de natuur was teruggegeven’. Het kan zuur zijn als je denkt aan goed boerenland, nog maar betrekkelijk kort geleden aangelegd en nu alweer veranderd in modieus ‘drassig gebied’ – we zijn als het om natuur gaat blijkbaar helemaal gék van verlangen naar drassig gebied.
Normaal gesproken wil ik daar ook wel honend over doen, maar nu dit plasje zo prachtig bevroren was, er zo mooi bij lag met uitzicht op boerderijen en op een gemaaltje (dat alleen omliggende sloten bemaalde), nu hief ik een lofzang aan op het natuurbeleid dat tien watervogels wil huisvesten op een plaats waar vroeger weidevogels zaten. Het ijs was schitterend, de zon straalde, er was niets dan ruimte. Lucht, winter.
Ook geen koek en zopie, maar vooruit. Dat is de prijs die je betaalt voor rust. En nu het er niet was, vroeg ik me al schaatsende af wat ik eigenlijk, stel je mocht vrij kiezen, van een koek en zopie verlangde. Geen opgewarmde chocomel in flesjes, al kan dat in zijn knulligheid wel iets hebben, geen chocolademelk met een vel. Wel chocolademelk met een scheutje whisky erin bijvoorbeeld, mmm! Maar drank mag niet in een eenvoudig tentje. Pittige soep misschien, maar wat voor?
In het algemeen eten we zware en, als je het onaardig wilt zeggen, een beetje laffe dingen bij kou. Veel vet, veel kool, veel bonen, veel melkige, boterige, suikerige, zoetigheid. En dan ga je als vanzelf naar iets heel anders verlangen na een tijdje, de mens is nu eenmaal wispelturig. Het woord dat in me opkwam was: harissa. De Noord-Afrikaanse sambal om zo te zeggen. Met harissa worden bonen en aardappelen, kolen en pompoenen ontzaglijk veel leuker. Pittig. Anders. En toch winters. Een aardappelsalade met harissa is iets heerlijks in de winter. Of couscous, met veel groenten en dan een lekker dotje hete harissa!
Oh!
Nu zijn er veel soorten harissa. Je hebt tubes en potjes uit de landen van oorsprong. Niets tegen de landen van oorsprong, maar tubes en potjes zijn zelden het lekkerste wat je op een bepaald gebied kunt krijgen. Harissa moet zelf gemaakt worden. Daarbij kun je kiezen tussen harissa van gedroogde peper en die van verse peper. Op het ogenblik koester ik een voorkeur voor die met verse peper. En met een lepel tomatenpuree. En een lepel wijnazijn.
Het is een werkje van niets, harissa maken, zeker niet in de keukenmachine, hoewel het daar bleker van wordt dan van de vijzel, iets wat ik nog niet ontraadseld heb.
Harissa van verse pepers:
6 rode pepers(lomboks), zo’n 200 gram
1 kleine el. wijnazijn
1 kleine el. korianderzaad
1 kleine el. komijnzaad
1 kleine el. tomatenpuree
3 theelepels gerookt paprikapoeder
4 el. olijfolie
een schoon potje om het in te doen
Snijd de peper (met keukenhandschoenen aan, dat scheelt pijnlijke vingertoppen en voorkomt jeukende ogen als je per ongeluk een uur later, na je handen gewassen te hebben, tóch in je ogen wrijft), open en haal de zaadjes eruit. Doe de stukken in de keukenmachine, met alle zaadjes. Maal. Doe er de tomatenpuree, wijnazijn, een snufje zout bij, maal weer. Schenk in een straaltje de olijfolie erbij.
Klaar.
Doe de harissa in een schoon jampotje of zoiets en zet in de ijskast. Dan gaan we er morgen leuke dingen mee doen, met groenten en vis enzo.
