Deze tijd vraagt om ribollita
Het wordt een rotjaar. Dat zegt iedereen. Ze zitten allemaal met toegeknepen oogjes de toekomst in te turen en wat ze er zien hoor je op de radio: depressie, nog langere depressie, nee die depressie gaat voorlopig niet over.
En er komt een energiecrisis bij, Rusland knijpt het gas af, de prijzen zullen enorm stijgen, ik verwacht werkloosheid enz. Hoorde ze gisterochtend op de radio úren achter elkaar almaar somberen over alles, en dan ook nog de integratie.
Ze. Het waren economen. Ze keken helemaal niet naar buiten en zagen dus niet dat sombere luchten ook hun charmes hebben. Ze dachten niet in termen van: „Koud, dus soep.” Laat staan dat ze daarna dachten: wat voor soep?
Nu dacht ik dat ook niet, want ik wist het al wel. Deze tijd vraagt om een grote pan ribollita, van die soep die bijna stamppot is en die je al klaar hebt staan als je vrienden langskomen, want die komen hoor, echt waar. Begin van het jaar ga je allemaal bij elkaar langs en dan roep je: ‘zet ’m op!’, en ‘het wordt mooi!’, gewoon om die economen te overschreeuwen en omdat niks er beter van wordt als je met een lang gezicht gaat zitten zwartkijken. En als je vrienden niet naar jou komen ga jij naar hen. Met die soep. Want die is zo dik, die klotst toch niet over de rand van de pan, die soep kán niet eens klotsen.
De meeste mensen moeten ook wandelen in deze dagen omdat ze nu wel weer genoeg binnen hebben gezeten met kaarsjes en na een wandeling wil je koffie of thee, en dan iets hartigs. Met misschien nog wel een glaasje prikwijn als dat er nog is – ik heb ineens heerlijke Sekt gevonden, Fürst Metternich heet-ie, ik verheug me er ’s ochtends al op om daar ’s middags weer iets van te mogen, wat verkeerd is, zeker in een schoon nieuw jaar, maar ja, het is wel fijn als je bij het opstaan al denkt: vanmiddag was er iets gezelligs wat was het ook weer? Oh ja, ribollita en Fürst Metternich.
En het is ook geen dure soep. Dit met het oog op de recessie. Er zit kool in, en veel bleekselderie dat geeft zo’n goeie maggi-achtige smaak. Er gaan bonen in, ik doe meestal zelfgekookte borlottibonen, maar een blik bonen (borlottibonen zijn in blik bij Turkse winkels te krijgen) kan ook. De ribollita wordt beter als-ie wat staat en weer opgekookt wordt (zoals de Italiaanse naam het al zegt: ‘hergekookt’)
2 struiken bleekselderie
100 gr. borlottibonen, geweekt of uit een blik
2 bossen peterselie
4 tenen knoflook
450 gr. wortelen
4 uien
2 blikken gepelde tomaten à 400 gr. per stuk (standaard)
1 pond gesneden boerenkool of groene kool
1 ongebakken afbak ciabatta,
olijfolie
Kook de borlottibonen in ongeveer drie kwartier gaar, doe er pas de laatste vijf minuten zout bij. Giet de bonen af en bewaar het kookwater.
Snijd de uien, de wortelen en de bleekselderie fijn, hak de knoflook en de peterselie. Bak al deze spullen in 4 eetlepels olijfolie, ongeveer een half uur, niet te hard, af en toe roeren. Doe de tomaten erbij, zoveel mogelijk zonder hun zaad, en laat nog een half uur sudderen. Doe er de boerenkool bij en genoeg bonenkookwater om alles net te bedekken en laat nog een half uur sudderen.
Pureer in een keukenmachine de helft van de bonen. Doe ze bij de soep. Scheur de ciabatta in overzichtelijke stukken en doe die ook bij de soep. Doe er zoveel water bij als nodig is om het geheel min of meer vloeibaar te maken – denk eraan dat de soep door het staan nog verder indikt, maar ook dat hij dik moet zijn. Doe er royaal zout bij, want de soep is nu heel flauw.
Aan tafel een scheutje echt lekkere olijfolie over ieders bord soep gieten. Er zijn ook mensen die er geraspte kaas over willen. Maar ja, er zijn mensen die over álles geraspte kaas willen.
Naar aanleiding van diverse reacties is de term Ribbolita gecorrigeerd in Ribollita.

