Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Sandy voedt aandacht voor zeespiegelstijging

I

De plaatjes van het vijfde assessment van het IPCC, dat volgend jaar verschijnt, worden langzamerhand ingekleurd. Een belangrijk onderwerp is het poolijs. Daarover bestond bij de vorige bundeling van de klimaatwetenschap, die in 2007 verscheen, nog veel onzekerheid.

In een omvangrijk nieuw onderzoek hebben de Europese en Amerikaanse ruimtevaartorganisaties ESA en NASA die onzekerheid weliswaar niet helemaal weggenomen, maar wel verkleind. Hun conclusie: in Groenland en ook op Antarctica verdwijnt er meer ijs, dan en via sneeuwval bijkomt. Tussen 1991 en 2011 verdween op Groenland naar schatting 152 gigaton ijs per jaar, op West-Antarctica 65 gigaton en op het Antarctisch schiereiland nog eens 20 gigaton. Alleen op het oostelijke deel van Antarctica was sprake van aan aangroei van ijs, ongeveer 14 gigaton.

Wetenschapsredacteur Karel Knip schreef afgelopen weekeinde in NRC Handelsblad:

‘Het voornaamste nieuws bestaat uit de verminderde onzekerheid over de grootte van het ijsverlies, al is die onzekerheid nog steeds erg groot. De standaardafwijking voor de opgave van Oost-Antarctica is bijvoorbeeld 43 gigaton, wat de mogelijkheid openhoudt dat dit deel van de zuidpool óók ijs verliest. Dat de drie andere gebieden ijs verliezen lijkt wel zeker.’

Knip legt uit dat het lastig was om de bestaande metingen, die gebruikmaken van verschillende meettechnieken, zinvol te combineren. Volgens hem blijft het moeilijk om de invloed van de zogeheten post glacial rebound (het terugveren van de aardmantel na het verdwijnen van de ijsmassa’s die er tijdens de laatste ijstijd op drukten) te bepalen.

Uit de cijfers blijkt dat met name het smelten van het Groenlandse ijs sneller gaat dan tot nu toe werd gedacht. In de IPCC-rapporten uit 2007 werd nog uitgegaan van een stijging van de zeespiegel sinds de jaren negentig met ongeveer 2 mm per jaar, uit het nieuwe onderzoek blijkt dat sprake is van een versnelling, waardoor de stijging 3,2 mm per jaar is. Ook de verwachte stijging tot het eind van de eeuw (het IPCC gaat nog uit van 18 tot 59 centimeter) zal waarschijnlijk naar boven toe bijgesteld moeten worden – maar daarover hebben de onderzoekers geen uitspraak gedaan. Onderzoeksleider Andrew Shepherd van de universiteit van Leeds (lees hier):

‘We have pinpointed the areas of ice sheets where people should be concerned. There are parts of Antarctic where the ice is not behaving in a normal way. It is unstable and its sea level contribution is rising year-on-year, Greenland even more so. That allows us to say to people who build models for future climate projections, ‘these are the areas you should concentrate on.’

In de VS worden de resultaten met extra aandacht bekeken. Volgens Julie Brigham Grette, hoogleraar aan de universiteit van Massachusetts Amherst, komt dat door de orkaan Sandy (hier meer). Los van de vraag of die zelf het gevolg is van klimaatverandering, blijkt dat een verdere zeespiegelstijging grote gevolgen kan hebben voor de omvang van dit soort stormen. Brigham Grette:

‘People don’t understand why we’re talking about a few millimeters. A half-foot of rise on the Eastern Seaboard makes it easier for a storm coming up the East Coast to cause flooding.’

51 reacties op 'Sandy voedt aandacht voor zeespiegelstijging'

Elmar Veerman

Over de hele periode 1991 2011 is dus zo’n 3000 gigaton ijs verdwenen. En het cijfer voor 2012 is nog veel verontrustender. Daar hoop ik later deze week over te schrijven op wetenschap24.nl

Pieter Zijlstra

In de kop boven dit artikel had de naam, het begrip “Sandy” niet mogen en hoeven voorkomen.
De aangedragen artikelen en de bespreking van de meetnauwkeurigheid (nog te verbeteren) en de complexiteit (hoog) zijn voldoende om hier een blog aan te wijden.
Een gevolg van zeespiegelstijging kan zijn dat een superstorm (Sandy) meer schade kan geven.

Ik heb het voorlopig liever over de oorzaken van zeespeigelstijging dan de mogelijke gevolgen.

Mijn voorstel voor de kop zou zijn:
Zeespiegelstijging? Ja, nou en of!

Herman Vruggink

De gemiddelde zeespiegelstijging is op basis van satellietmetingen nu vast te stellen op 3,2 mm per jaar Dit op basis van een meetperiode sinds 1993. Daarnaast is het meetnet van tidegauges de laatste decennia sterk uitgebreid, met name in die gebieden die een slechte dekking hadden zoals in de Pacific. De op conventionele manier bepaalde zeespiegelstijging is ongeveer 2,9 mm per jaar. We kunnen stellen dat de gemiddelde zeespiegelstijging nu beter is bepaald dan ooit: Ongeveer 3mm per jaar.

Maar is er nu sprake van een versnelling in de afgelopen decennia? Dat is nog maar zeer de vraag. IPCC 2007 oppert de mogelijkheid maar durft dit niet overduidelijk te stellen. De vraag is dan of wij dat nu wel hard kunnen maken. Binnen de satellietdata van 20 jaar is in ieder geval geen enkele versnelling zichtbaar, overigens nog niet zo verwonderlijk, 20 jaar is nu eenmaal een vrij korte periode om een uitspraak te doen over versnellingen die zeer gering zijn. Maar wat zeggen die landstations dan? Daar zit ook een moeilijkheid: We kunnen nu wel veel beter een uitspraak doen over een schatting van de gemiddelde zeespiegelstijging (3 mm/jaar), maar hebben nog steeds een aansluitingsprobleem. Ook al meet je nu met 250 stations, het aantal meetpunten met een lange reeks die tot voor de wereldoorlog loopt is gering. Ook is het zo dat als we kijken naar de stations waar wel een lange meetgeschiedenis van is (Europa/Noord- Amerika/ Australie) dat een versnelling in de tweede helft van de vorige eeuw tot nu toe niet of nauwelijks is aan te tonen. Wel is denk ik er iedereen over eens dat we mogen spreken van een versnelling als we kijken naar eind 19de eeuw/ begin vorige eeuw.

We waren in IPCC 2007 gebleven bij 2mm per jaar gemeten met tide gauges, en de 3,2 mm met satelliet data was natuurlijk ook al bekend, dat is niet nieuw. Dan kan je er in IPCC 2013 onmogelijk mee aankomen dat er dus sprake is van een versnelling van 2mm naar 3,2 mm. Dan heb je heel veel uit te leggen. Op basis van 5 jaar data, en 5 jaar nieuwe onderzoeken lijkt mij dat vrij onwaarschijnlijk. Wat meer voor de hand ligt is dat er van uit wordt gegaan dat er sprake is van een vaste fout. Anders gezegd: Waarschijnlijk is de zeespiegelstijging de laatste 100 jaar altijd al te laag geschat.

jef van ierland

Tussen 1970 en 2010 veranderde de magnetische variatie in NL 4 graden. Dat betekent dat magmastromen over vele honderden kilometers verplaatst zijn. Als zij onder een dunne aardkorst(oceaanbodem) komen is de warmtetransmissie een veelvoud van die onder een dikke korst(gebergte). Dat heeft een invloed op de zeewater temperatuur die veel groter is dan de verbranding van fossielen op de huidige schaal.
De planeet koelt in zijn geheel af, en alleen het oppervlak warmt hier en daar wat op.
Het gevaar voor Nederland is een tijdelijke rijzing van de Noordzee: in 1429 + 5,50 m in 1953 +3,50m.
Als een rijzing in die orde,door een NW storm of een tsunami, samenvalt met veel bovenwater is er geen houden aan.
Rijkswaterstaat is al jaren bezig de kans uit te rekenen. Daar hebben we niks aan.
De zekerheid is dat die rijzing komt. Verhuizen dus.

Rinus van Wallenburg

Het duidelijk smelten van de ijskappen van Groenland en Antarctica is vooral verontrustend, omdat de wereldtemperatuur de laatste 16 jaar niet is gestegen (bron: Metoffice, stijging 0,047 C per decennium +/- 0,128 C). Derhalve geen significante stijging. Blijkbaar hoeft de temperatuur niet verder te stijgen om toch tot verdere afbrokkeling te leiden. Het dient ons als bewoners van een laag gelegen land zorgen te geven.
De temperatuur in de nuljaren van deze eeuw bleef wel hoog. Wanneer de stagnatie in de temperatuurstijging tijdelijk is zoals uit een bekende studie van Forster en Rahmstorf is te concluderen, is er des meer reden voor zorg.

TINSTAAFL

Hmmm… volgens Wikipedia: “Zeespiegelstijging schattingen van satelliet hoogtemeting sinds 1993 zijn in het bereik van 2,9-3,4 mm / jaar.”
Derhalve…vanwaar die “versnelling”?

Jean de Bloois Goojers

Niveau stijging oceanen.

Meten is weten en gissen is missen. Dat is dan ook de reden dat de “ESA” d.m.v. 6 satellieten (ERS-1, ERS-2, Enversat, Topex-Poseidon, Jason-1 en Jason-2) die met radar meting, hebben vastgesteld dat de aangenomen niveau-stijging de oceanen van 3 mm per jaar veel genuanceerder is.

De metingen, begonnen in oktober 1992 tot februari 2012 dus 20 jaar, hebben geconstateerd dat het niveau van de oceaan nabij de Filippine stijgt 10 mm per jaar, het tegenovergestelde constateerde men in de oceaan gelegen bij Alaska. In Kaspische zee daalt het niveau verontrustend snel.

Het moet duidelijk zijn dat de bovenstaande manier van meten de enig juiste is, de oceanen bedekken 2/3 van de aardoppervlakte, en op een boot waarvan er duizenden rondvaren kan men geen metingen verrichten, dat betekent dat men voor de resultaten van de metingen “ESA maar weinig wist, wat men “gissen”.noemt

En nu wat meer maar nog niet alles. Laten we ophouden met gissen, en doorgaan met meten.

H.N Geraedts

Beste Paul,

De studie van Shepherd et.al is gebaseerd op data van de volgende satellieten: TOPEX; JASON 1-3; ICESAT 1-2 en GRACE 1-2.

Er is echter een fundamenteel probleem met ALLE data van deze satellieten, iets wat uit een recentelijk “leaked” interne NASA JPL powerpoint presentatie duidelijk wordt. Het probleem wordt omschreven als “TRF” “Terrestrial Reference Frame”, hetgeen in de praktijk betekent dat geen van deze satellietwaarnemihngen ooit geijkt is, omdat er momenteel geen betrouwbare methode bestaat om dit met nauwkeurigheid te doen. En weet men niet met zekerheid waar het “nulpunt” ligt, is het onmogelijk om vast te stellen of de gemeten waarden de betrouwbare juiste waarden zijn. In de NASA JPL powerpoint presentatie valt ondermeer ondermeer het volgende commentaar op: “TRF errors readily manifest as spurious sea level rise accelerations”. Interessant, zou ik willen zeggen.

Het blijkt uit de presentatie dat men bij NASA JPL duidelijk inziet dat dit een fundamenteel wetenschappelijk probleem is, omdat het de satelliet waarnemingen for all practical purposes onbetrouwbaar maakt. Klimaatmodelen onderbouwen -zoals Shepherd stelt- met onbetrouwbare data kan onmogelijk “wetenschap” genoemd worden. NASA JPL heeft dan ook een voorstel op tafel liggen om een nieuw satelietprogramma op te starten -GRASP “Geodetic Reference Antenna in Space” geheten, om dit cruciale probleem aan te pakken.

Doelstellingen van GRASP:

* TRF values of +/- 1mm accuracy en 0.1mm/year stability.
* Reinterpret satellite altimetry and tide gauge records to determine global mean sea rise relative to GRASP-based TRF: how is sea level accelerating.
* Reinterpret satellite ICESAT and GRACE data records to determine ice mass loss relative to GRASP-based TRF: how is ice mass loss accelerating.

Het is niet alleen frapant maar buitengewoon zorgwekend dat er gedurende het peer review process van deze [Shepherd et. al.] studie niemand op deze “fundamental flaw” heeft gewezen. Dat zegt een hoop over het “peer review” process en over de studie zelf. Want dat het hier over een fundamental data flaw gaat, is uit de NASA JPL presentatie overduidelijk. Een fundamental flaw die niet alleen de metingen maar ook de conclusies van Shepherd et. al volkomen op losse schroeven zet, maar ook het hoogdravende alarmistisch commentaar van b.v. Ms Grette, Karel Knip en Shukman/BBC neerzet voor wat het waard is.

Jos Hagelaars

@Rinus Van Wallenburg #5

Periodes van geringere stijging in de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer binnen een periode van 10 jaar of zo zijn vaker voorgekomen (zie de befaamde SkS Escalator) en zullen in de toekomst vaker voorkomen (zie bijv. Easterling 2009). Dat wil niet zeggen dat de opwarming van de aarde niet gewoon door is gegaan, immers 90% van de extra energie als gevolg van het versterkte broeikaseffect wordt opgeslagen in de oceanen en dat is niet in een trager tempo gegaan de laatste 16 jaar.

Het smelten van die ijskappen wordt niet alleen veroorzaakt door een warmere atmosfeer, maar tevens door warmere oceanen. Dit laatste is de belangrijkste factor bij het smelten van de ijskap van Antarctica, zie bijv. de studie van Pritchard 2012 met medeauteur Prof. v.d. Broeke van de UU. In het Arctische gebied is naast de warmere oceaan tevens de stijgende temperatuur een factor van belang. Kijk je naar de temperatuurdata van Roy Spencer’s UAH, dan zie je dat het gebied van 60-85°N de laatste 16 jaar (nov.1996-okt.2012) opgewarmd is met +0.53 (± 0.22) °C/decennium. 5 keer hoger dan de trend die UAH geeft voor de gehele wereld over die periode: +0.09 (± 0.20) °C/decennium.

Ik ben het met je eens, wij als bewoners van een laag gelegen land mogen zeker aandacht besteden aan de lange termijn trends in de zeespiegelstijging.

@Tinstaafl #6

Hoe kan een trend die over 1900-1959 1.4 mm/jaar was, veranderen in 1.9 mm/jaar over 1960-2009 (Church & White 2011 data) zonder een versnelling? Zelfs Herman Vruggink denkt inmiddels dat er sprake is van een versnelling als we kijken naar begin vorige eeuw.

Bob Brand

De versnelling van de mondiale zeespiegelstijging is al eerder vastgesteld:

- 1880-2009 is 1.63 mm/jaar (210 mm stijging)
- 1900-2009 is 1.7 ± 0.2 mm/jaar
- 1961-2009 is 1.9 ± 0.4 mm/jaar
- 1993-2009 is 3.2 ± 0.4 mm/jaar (satelliet) of 2.8 ± 0.8 mm/jaar (getijmeters)

door Church&White 2006 en onlangs in hun publicatie uit 2011, die een versnelling van 0.009 ± 0.004 mm/ jaar² constateren. De gemeten versnelling is statistisch significant: ruim tweemaal zo groot als de standaardafwijking in de waarnemingen. Church & White maken zowel gebruik van het grootste netwerk aan getijmeters ter wereld, als van de NASA/ESA satellietbepalingen.

In een belangrijke publicatie komt Jevrejeva et al. 2008 uit op een versnelling van 0.01 mm/ jaar². Grafisch kan je dat hier zien:

http://www.columbia.edu/~mhs119/SeaLevel/SL.1870-2012.pdf

http://www.cmar.csiro.au/sealevel/downloads/CSIRO_GMSL_figure.pdf

De zeespiegelstijging is dus versneld van 0.8 mm/jaar over het tijdvak 1870-1924 naar nu 3.2 mm/jaar (satelliet) of 2.8 mm/jaar (getijmeters) over 1993-2012. Iets dat wel eens verwarring oproept: een versnelling van de zeespiegelstijging wil *niet* zeggen deze versnelling constant is. In het geval van een constante versnelling zou je een parabool zien in de bovenstaande grafieken, maar de waargenomen versnellingen waren vooral het grootst in de periode rond 1930 en rond 1990.

Dat die versnelling varieert, hoeft geen verbazing te wekken: de opwarming van de oceaan en de smelt van landijs verloopt niet in een vast tempo – dat tempo wordt mede gemoduleerd door aerosolen, El Niño/La Niña, de AMO, de zonnecyclus en grotere vulkaanuitbarstingen (waarvan je het effect duidelijk terugziet in de zeespiegelstijging in de daaropvolgende jaren).

Overigens is zeespiegelstijging ook zonder versnelling al een signaal van de opwarming: een oceaan die in thermisch evenwicht is vertoont géén (thermosterische) zeespiegelstijging. De ca. 2000 jaar voordat de recente zeespiegelstijging begon (eerste helft 19e eeuw), was de zeespiegel vrij constant met stijgingen en dalingen van max. 0.6 mm/jaar.

Bob Brand

Beste Jean de Bloois Goojers (#7)

.. en op een boot waarvan er duizenden rondvaren kan men geen metingen verrichten ..

Uiteraard worden metingen van de zeespiegel niet op een boot gedaan. Daarvoor worden netwerken van ‘tide gauges’ (peilschalen/getijdemeters) op land gebruikt, de ‘in situ’ data. Zie bijvoorbeeld: http://www.pol.ac.uk/ntslf/networks.html en http://www.psmsl.org

Op deze pagina kan je zelf interactief datasets selecteren: http://www.psmsl.org/data/obtaining/map.html

Van elke getijmeter worden daar dossiers bijgehouden met de isostatische aanpassingen, om te kunnen corrigeren voor bijvoorbeeld ‘post-glacial rebound’, het opveren van landmassa’s die vroeger bedekt waren door landijs. Sinds de komst van GPS is dat aanzienlijk makkelijker geworden.

De ‘in situ’ data is onmisbaar omdat de satellite record van Global Mean Sea Level pas begint in 1993, en de nauwkeurigheid niet zodanig is dat je relatief kleine versnellingen over die periode nu al waar kan nemen. Ook satellietgegevens moeten uitgebreid gecorrigeerd worden voor baanvariaties, ‘drag’ als gevolg van variaties in atmosferische dichtheid en natuurlijk de GIA: de gemiddelde beweging van de oceaanbodem.

Alle data van zowel de satelliet altimeters als de ‘tide gauges’ kan je downloaden bij het Australische CSIRO, de thuisbasis van Church en White: http://www.cmar.csiro.au/sealevel/sl_data_cmar_alt.html

Dan nog even het onderstaande plaatje van prof. Stefan Rahmstorf, dat heel goed illustreert dat je géén constante versnelling waarneemt in de zeespiegelstijging, maar juist een versnelling die met enige vertraging afhangt van de mondiale temperaturen – en je ziet daar ook de onzekerheidsmarge in de satellietgegevens:

http://www.realclimate.org/images//sea_level_rise_vs_temperature.png

cRR Kampen

“In de kop boven dit artikel had de naam, het begrip “Sandy” niet mogen en hoeven voorkomen.” – aldus Pieter Zijlstra.

Nee, de echte gevolgen van de klimaatverandering moeten natúúrlijk verzwegen worden :)
Dus het ook vooral niet over de Amerkaanse droogte hebben, of over de eerste cat 5 orkaan in de geschiedenis die Mindanao treft, of… Stil!!

Herman Vruggink

Een beetje flauw Hagelaars #11, want Herman Vruggink heeft telkenmale gewezen op de overvloedige informatie en rapporten die aangeven dat er sprake is van een versnelling rond begin vorige eeuw, ruwweg de periode 1880 – 1940. Het ligt ook zeer voor de hand dat deze versnelling gedreven is door opwarming. Maar is dit AGW? Dat lijkt mij dus zeer in tegenspraak met de algemene opvatting waar de CO2 forcing begint. Nu net doen alsof ik dit voor het eerst aangeef?

hahahaha “Sint en Piet zaten te denken hoe we Herman een prikje kunnen schenken.”

Wil je een versnelling aantonen 2de helft vorige eeuw (daar zijn we natuurlijk vooral nieuwschierig naar) of alleen binnen de data van 20ste eeuw zoals Church&White 2006 dan wordt het toch een stukje lastiger…. En dan kom je uit op : het zou kunnen… of misschien wel niet.

Je kan natuurlijk ook gewoon negeren dat 100 jaar geleden er een paar meetpunten waren en nu heel veel. En je kan je ook gewoon een beetje van de domme houden zoals @Bob Brand doet in #10 en maar gewoon volhouden dat dit zonder enig bezwaar aan elkaar geplakt kan worden. Er zijn daar natuurlijk wel trucken voor, en die worden dan ook zeker uit de kast gehaald, maar je werkt wel heel erg naar het resultaat toe dat je graag wilt zien. Je moet het helemaal zelf weten. Iedereen heeft blijkbaar recht op zijn eigen interpretatie van feiten.

Ernst Schrama

@H.N Geraedts

Als er een referentie systeem (TRF) onzekerheid zou zijn, dan verwacht je dat deze optreedt in graad en orde 1 bolfuncties in de GRACE analyse, of eventueel de altimetrie zeespiegel analyse. Ik heb gevoeligheidsanalyses op dit punt gedaan, en kom zelf niet tot de conclusie dat er een groot effect uit het TRF verhaal kan komen, misschien dat de massabalansen en zeespiegelstijging voor een procent of 5 a 10 beinvloed kunnen worden. Om dit soort mogelijk fouten aan te geven gebruiken we altijd de onzekerheidsmarges bij waarden voor de massabalansen en de zeespiegelstijging.

Wat een veel realistischere discussie oplevert is m.i. de postglaciale opheffingsdiscussie, en met name voor Antarctica. Om postglaciale opheffing beter uit te rekenen is er meer geologische data nodig, en toen die er was verminderde de massabalans prompt voor Antarctica. Op deze manier gaat de massabalans bij het eerdere ICE-5G model ineens omlaag van ca 170 Gt/yr naar ca 70-80 Gt/yr voor Antarctica door gebruik van de nieuwe modellen gebaseerd op IJ05_R2 of W12a welke beide beter passen bij in-situ GPS data verzamelt op Antarctica dan opheffingssignalen gereconstueerd met ICE5G.

Ik weet verder niet wat voor conclusies allemaal uit een GRASP powerpoint presentatie zou willen trekken (de GRASP missie wordt door sommigen gepromoot, misschien probeert er iemand indruk te maken voor het concept binnen NASA). Ik denk dat u er beter aan doet af te gaan op wat er gepubliceerd wordt in de peer reviewed journals, eenvoudigweg omdat er dan meerdere reviewers naar de beweringen van de auteurs in een artikel gekeken hebben, en er door de auteurs ook op gereageerd is. Bij powerpoint presentaties kun je deze kwaliteitsslag niet garanderen.

Het IPCC doet dan ook alleen maar uitspraken op basis van gereviewde artikelen, dwz, skeptische of alarmistische blogs of artikelen in de krant, of skeptische boekwerken etc komen niet aan de orde in de IPCC rapportages.

@Paul Luttikhuis: Het verschijnen van artikelen in diverse wetenschappelijke bladen heeft in dit geval niets te maken met de orkaan Sandy. Met verschijnen van de wetenschappelijke artikelen nu heeft meer de maken met het feit dat het IPCC een deadline stelde op 31 juli 2012, alles wat voor die datum ingediend is bij een journal, en nu geaccepteerd is, kan gebruikt worden in IPCC AR5 welke in 2013 verschijnt. De deadline op zich heeft wellicht voor een stortvloed aan artikelen gezorgd, het samenvallen met Sandy of de klimaatconferentie in Doha Qatar is m.i. geheel toevallig.

hugo matthijssen

Meten van zeespiegelstijging.
Het magnetisch veld is constant aan verandering onderhevig zodat zelfs de baan van een geostationaire satelliet niet stationair is t.o.v. het aardoppervlak. Daarnaast fluctueert ook het oppervlak van de oeceanen zowel als gevolg van temperatuur wisselingen in het water ( oscillaties) als als gevolg van water en luchtstromingen.
Veel zeer grote golven kun je meerdere keren meten met een satelliet.
Toch knap. Met alle variabelen op 0,2 mm nauwkeurig met cijfers komen. Het zal wel aan de techneut in mij liggen dat ik dat niet begrijp

Bob Brand

Beste H.N Geraedts (#8)

Iedere keer doorgeefluik zijn voor een nieuw stukje WUWT denial-propaganda, gaat dat niet vervelen?

Anthony Watts heeft weer snel-snel een smoesje verzonnen om daarmee belangrijke nieuwe resultaten, zoals het hierboven besproken onderzoek, in een kwaad daglicht te kunnen stellen en verwarring te verspreiden. Weet u nog hoe ‘t met uw beide voorgaande desinformatie-pogingen is afgelopen? Allebei debunked, dat was nogal pijnlijk voor u: hier en hier.

uit een recentelijk “leaked” interne NASA JPL powerpoint presentatie ..

Hahaha! U heeft te vaak naar de X-Files gekeken. Nou, komt u eerst maar eens over de brug met die presentatie en dan niet één sheet die uit de context gehaald is, maar het complete bestand.

GRASP is een nieuw project dat als doel heeft om DIRECTE bepalingen van de versnelling van de zeespiegelstijging te kunnen gaan doen, dus niet pas na een periode van 30, 40, of 140 jaar data verzamelen. Maar dat heeft géén impact op deze studie over het massaverlies van de icesheets. Het wil ook niet zeggen dat eerdere metingen daarmee ongeldig zijn – die worden over langere periodes uitgevoerd.

“TRF errors readily manifest as spurious sea level rise accelerations”</i

U heeft Shepherd et al., de bovengenoemde studie, blijkbaar niet gelezen. Het gaat niet namelijk niet over de versnelling van de zeespiegelstijging… Dat is alleen wat Paul Luttikhuis er uit afleidt.

Ik zal u een geheimpje verklappen: het artikel heeft als titel 'A Reconciled Estimate of Ice-Sheet Mass Balance‘, en het gaat uitsluitend over de massabalansen van de ijskappen. ‘Sea level acceleration’ komt er helemaal niet in voor. De metingen die dit artikel combineert hebben namelijk allemaal betrekking op *massa*, en er wordt NERGENS een directe meting van uw ‘sea level rise accelerations‘ gedaan.

Er staan wel grafieken in met de *bijdrage* aan de zeespiegelstijging door West-Antarctica, Groenland etc., maar alléén door het massaverlies om te rekenen via 360 Gton massaverlies ~ 1 mm stijging.

Er worden geen ‘sea level rise accelerations’ gemeten. Zoals al eerder uitgelegd, kan dat niet regelrecht met de huidige generatie satellieten, daarvoor moet je over meerdere decennia heen data verzamelen (zoals Church & White dat ook doen voor de ‘tide gauges’).

Lennart van der Linde

Nieuw smeltrecord op Groenland dit jaar:
http://www.the-cryosphere-discuss.net/6/4939/2012/tcd-6-4939-2012.pdf

Circa 575 gigaton gesmolten tussen sept 2011 en sept 2012, aanzienlijk meer dan het vorige record uit 2010.

hans paijmans

Beste Hugo (15), ik vrees dat jij net zo min een techneut bent als Hansje Labohm een wetenschapper.

Paai

hugo matthijssen

Lennart

Evidence and analysis of 2012 Greenland
records from spaceborne observations,
a regional climate model and reanalysis
data
Je kunt heel veel berekenen maar ook gewoon op een thermometer kijken.

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=J8i9wYfyXa4

Herman Vruggink

Afgezien van het gebakkelei over de gemeten zeespiegelstijging is er ook nog het onderwerp van het afsmelten van het landijs. En ik heb het altijd al geweten, die aardrijkskunde leraar op de middelbare school van vele decennia geleden was gewoon een alarmist! De beste man had het over een bijdrage van ongeveer 30% En wat lees ik nu in de link van Paul? dat blijkt nu toch slechts 11 mm per 20 jaar te zijn, is dat niet ongeveer 15% ? Bovendien blijkt nu de bijdrage tot 2000 verwaarloosbaar. Dus de grote smelt begint pas in 2000?

Het goede nieuws is dus dat wij eigenlijk al binnen een jaar of 10 absoluut heel duidelijk uitsluitsel krijgen over een stijging van van de zeespiegel, want kijk eens wat een prachtige curve omhoog, als dat geen super versnelling is! We gaan het dus binnenkort allemaal meemaken. De zeespiegelstijging, nog steeds zonder versnelling 3,2 mm/year, zal toch wel onder het geweld van al die gigatonnen eens gaan oplopen naar 4 tot 5 mm per jaar?

De gigatonnen, en de verontrusting daar over, dat begrijp ik niet zo. Tenminste, als ik op Groenland zou wonen dan kan ik niet wachten totdat mijn omgeving het klimaat van zeg maar Noorwegen gaat aannemen. Prachtige groene alpenweiden vol bloemen in de zomer en wintersport in de winter. Nee, wat telt is dus de stijging van de zeespiegel, en of 350 gigaton nu ongeveer gelijk staat aan 1mm of het dubbele, dat is vooral interessant is voor de ijssmelt-wetenschap en die is nu net 10 jaar serieus bezig met meten. En mocht dit wel van belang zijn dan druk je die 575 gigaton gesmolten tussen sept 2011 en sept 2012 maar gelijk uit in: ” Dat komt ongeveer overeen met een extra stijging van…. mm per jaar”, want dat willen we graag weten, en t.z.t controleerbaar op de meetlat.

Je hebt een veel langere meetreeks nodig, zeker gezien de geringe nauwkeurigheid. Dat geeft ook niet, voor een uitspraak richting toekomst volstaat voorlopig: ” Tussen de één en drie voet” in 2100. Niet goed? doe er dan maar een voetje of twee bij, over 10 jaar hebben we tenslotte al een veel betere schatting.

Herman Vruggink

Het sommetje begint mij nu toch bezig te houden, want ik lees bij @Bob Brand dat ik de conversie benadering 360 Gton massaverlies ~ 1 mm stijging, toch goed had onthouden. Maar als ik dan al die gigatonnen die ons om de oren zijn gevlogen de laatste jaren bij elkaar op tel dan kom ik toch veel hoger uit dan de 11,1 mm in 20 jaar genoemd in het artikel waar Paul naar linkt? Hilarisch trouwens, die komma 1….

Laat ik het er maar op houden dat ik mij ergens verrekend heb. Maar wat een opwinding maakt er zich van mij meester, ik ga het de komende jaren dus allemaal echt live meemaken. WoW! Nu alleen al Groenland 575 ton, met Antarctica er bij misschien wel zo’n 700 Gton, dus al 2mm bijdrage en dat is nog maar het begin! Over een paar jaar zitten we dan al zo op 1000 Gton, dus 3mm per jaar, en dat gaan wij dus echt zien op de meting van de zeespiegel! Tenzij er andere factoren die van invloed zijn op de zeespiegel-stand enorm aan het afnemen zijn natuurlijk.

Herman Vruggink

Het verhaal van @H.N Geraedts in #8 vond ik zeer interessant om te lezen, en geeft mij een indruk van een materie die ik niet ken. Het is ook mooi en prijzenswaardig dat Ernst Schrama als expert in #14 de moeite neemt het verhaal van dhr Geraedts in het juiste perspectief te zien en bij te stellen.

@Bob Brand, Je legt volgens mij uitspraken in de mond van dhr Geraedts die ik helemaal niet lees. Als ik kwaad wil dan zijn je intenties mogelijk niet helemaal zuiver. Je repliek in een vorige draadje maakten indruk, nu absoluut niet.

Lennart van der Linde

Gemiddeld ijsverlies Groenland (gebaseerd op bovengenoemde studies):
2004-2008: 220 Gton/jr
2008-2012: 347 Gton/jr
2004-2012: 293 Gton/jt
1991-2011: 152 Gton/jr
1991-2004: minder dan 100 Gton/jr

West-Antarctica 1991-2011: gemiddeld 65 Gton/jr

Sinds 2004 dragen Groenland en Antarctica gemiddeld ruim 1 mm/jr bij aan de zeespiegelstijging (360 Gton/jr). Van 1991-2004 was dat minder dan 0,5 mm/jr.

Iemand als Jim Hansen denkt dat het mogelijk is dat bij business-as-usual het ijsverlies en de zeespiegelstijging de komende halve eeuw elk decennium in snelheid verdubbelt tot een snelheid van circa 4-5 meter/eeuw in de tweede helft van deze eeuw.

Dat zou betekenen dat we rond 2100 op circa 2,5 meter zeespiegelstijging zouden kunnen zitten en bij nog enkele eeuwen continue stijgsnelheid rond 2200 op 6-7 meter en rond 2300 op bijna 12 meter.

Dit komt aardig overeen met recente schattingen obv de semi-empirische methode, zoals van Meehl et al (2012), die bij BAU circa 6 meter rond 2200 en bijna 12 meter rond 2300 niet uitgesloten achten:
http://www.nature.com/nclimate/journal/v2/n8/fig_tab/nclimate1529_F3.html

We weten niet of dit werkelijk kan/zal gebeuren, maar wel dat (steeds meer) prominente klimaatwetenschappers dit niet geheel uitgesloten achten. Dit risico gaat nog verder dan de circa 4 meter rond 2200 die de Deltacommissie als mondiaal maximum beschouwde. De vraag is tot welke conclusies het IPCC komt.

Lennart van der Linde

Hier wordt voor Groenland zelfs een gemiddeld verlies van 367 Gton/jr vastgesteld van 2008-2012:
http://www.arctic.noaa.gov/reportcard/greenland_ice_sheet.html

Dus de laatste paar jaar draagt Groenland gemiddeld al een mm bij aan de totale zeespiegelstijging.

Jos Hagelaars

@Vruggink #13, #20

- “Een beetje flauw Hagelaars #11, want Herman Vruggink heeft telkenmale gewezen op de overvloedige informatie en rapporten die aangeven dat er sprake is van een versnelling rond begin vorige eeuw.”

Ik had daar toch een geheel ander beeld van. Vorig jaar schreef je: “Van een versnelling is geen sprake.”.
Vervolgens kwam je met Holgate + Idso-brothers e.d. aanzetten.
In maart dit jaar heb ik de volgende tekstuele vondst mogen aanschouwen: “Alarmisten willen ons een versnelling door de strot drukken.”.
Wellicht heb ik je toen verkeerd geïnterpreteerd.

- “Dus de grote smelt begint pas in 2000?”

Zo ongeveer. Zie figuur 4 in:
http://www.staff.science.uu.nl/~broek112/home_files/MB_pubs_pdf/2011_vdBroeke_SurvGeophys.pdf
Waarom jij dat goed nieuws vindt, is mij een raadsel.

- “Maar als ik dan al die gigatonnen die ons om de oren zijn gevlogen de laatste jaren bij elkaar op tel dan kom ik toch veel hoger uit dan de 11,1 mm in 20 jaar genoemd in het artikel..”

In de samenvatting van het artikel van Shepherd et al staat het volgende:
“Between 1992 and 2011, the ice sheets of Greenland, East Antarctica, West Antarctica, and the Antarctic Peninsula changed in mass by –142 ± 49, +14 ± 43, –65 ± 26, and –20 ± 14 gigatonnes year−1, respectively. Since 1992, the polar ice sheets have contributed, on average, 0.59 ± 0.20 millimeter year−1 to the rate of global sea-level rise.”
http://www.sciencemag.org/content/338/6111/1183

Tel de getalletjes op en je komt op 213 Gt aan ijs dat over die periode per jaar verdwenen is. Je kunt heel simpel uitrekenen dat een gigaton ijs overeenkomt met ~2.77•10^-6 meter zeespiegelstijging. 213 maal 2.77•10^-6 = 0.59 mm. Precies wat er in het artikel staat. Over 19 jaar is dit 11.2 mm, een getal wat je tevens in de conclusies van het artikel kunt vinden. Die 0.59 mm is 19% van de totale zeespiegelstijging van 3.1 mm per jaar.

Herman Vruggink

Allerbeste @ Jos Hagelaars,

Ga jij als ideale klimaatschoonzoon nu ook het slechte pad op en bewust de boel uit zijn verband trekken? Waar zijn de gentleman’s toch gebleven? Moet ik jouw nu ook al in de categorie straatschoffies gaan plaatsen? enjoy the club.

“Van versnelling geen sprake” Ja @Jos, en in dat verband is dat exact wat ik nu beweer “De huidige gemiddelde zeespiegelstijging is 3 mm. Van een versnelling is geen sprake.” (toen)

(EN NU:) zie mijn reactie in #3, ik zeg daar exact hetzelfde ” De huidige zeespiegelstijging is [ongeveer] 3mm [1992 -2013] van een versnelling [binnen deze periode] is geen sprake.

En wat is er mis mee om Holgate (2007) aan te halen? een zeer interessant onderzoek van een zeer gerespecteerd zeespiegel expert? Het onderschrijft ook nog eens heel duidelijk wat ik in #3 uitleg. Dat je moeite hebt met de Idso Brothers dat kan ik mij in jouw geval voorstellen, maar ook dat is toch niet verboden?

Waar het omgaat is natuurlijk de versnelling in de tweede helft vorige eeuw tot nu, dat is wat telt. De versnelling eind 19de eeuw, begin vorige eeuw (die er overduidelijk was) lijkt mij van minder belang.

En ja “Alarmisten willen ons een versnelling door de strot drukken.”
dat heb je zeker niet verkeerd geïnterpreteerd, dat beweer ik nog steeds. Hoor jij dan bij de alarmisten Hagelaars? of wens je in alle redelijkheid, openheid en eerlijkheid de discussie voeren?

In ieder geval bedankt voor het narekenen, en zoals ik al aangaf, bevestigd dit dat ik mij inderdaad verrekend heb. Tja, en dat de grote smelt pas in 2000 is begonnen had ik eigenlijk nooit bij stil gestaan. Want zoals ik al aangegeven heb, was ik toch echt in de veronderstelling dat we al decennia uitgingen van een bijdrage van smelt op Groenland.

Welnu, 0 mm in 2000 en nu zitten we al op ruim 1mm per jaar, en het wordt binnen een paar jaar door de versnelling dus speodig nog veel meer.

En dus…. Moeten wij dit al niet eigenlijk al lang zien in de zeespiegelmeting? De waargenomen zeespiegelstijging is namelijk nog steeds zonder versnelling 3,2 mm over de laatste 20 jaar, nog geen spoor van die extra 1mm per jaar. Vindt je dat niet een beetje raar dan? En dat is dan wellicht het goede nieuws, we gaan hier dus bevestiging van krijgen en gaat de zeespiegel merkbaar stijgen, en dus zullen de aannames bevestigd worden. Zo niet? dan is het ook goed nieuws, want dan kan gesteld worden dat ondanks al die extra gigatonnen de zeespiegel niet stijgt en zullen ‘we’ de sommetjes overnieuw moeten doen met andere uitgangspunten…..

H.N Geraedts

@Ernst Schrama

Hartekijk dank voor uw uitgebreide commentaar. Zonder uw kennisbasis in twijfel te willen trekken, lijkt het mij toch eigenaardig dat er bij NASA JPL intern wel hardop wordt gediscusieert over een fundameteel hiaat in het meetsysteem [ik begrijp ook best dat er binnen NASA mensen zullen zijn dit probleem verder naar voren brengen omdat dit hun dit in een toekomstig budget goed zou uitkomen].

Indien “TRF values of +/- 1mm accuracy and 0.1 mm/year stability” momenteel niet mogelijk zijn, en de satellietdat niet geiijkt is, lijkt het mij vergezocht om uit deze satellietmetingen de conclusies te trekken die er bij Shepherd et.al gemaakt worden.

Wat de inpartialiteit van het IPCC en uw argument dat het werk en conclusies van die organizatie berusten op “peer reviewed” science, staan wij onoverbruggelijk uit elkaar. Er is inmiddels namelijk veel te veel informatie toegankelijk over hoe het IPCC in haar cherry picking te werk gaat -niet alleen via blogs, maar vooral via IPCC reviewers/voormalige reviewers, om dat nog als impartiaal of objectief en geloofwardig te kunnen nemen.

Het is in feite zo, dat het IPCC een groot deel van haar geloofwaardigheid heeft verspeeld, en in kringen waar het geldt/telt in bv Ottawa, New Delhi, Peking, Tokio en ook Washington DC, niet meer au serieux wordt genomen.

Jos Hagelaars

@Vruggink #26

“Moet ik jouw nu ook al in de categorie straatschoffies gaan plaatsen?”
De klimaatwereld bestond al uit alarmisten die de boel bedriegen en belazeren door de feiten te verdraaien en pogingen doen data weg te praten, et cetera. Nu is er een nieuwe categorie bijgekomen: de straatschoffie.
Fijn dat U vindt dat ik daar bij hoor, bedankt voor deze nieuwe kwalificatie.

“..bewust de boel uit zijn verband trekken”
U hebt die uitspraken wel degelijk gedaan en gezien de ellenlange discussies in het verleden bestond bij mij toch echt het beeld dat U vond dat er niet zoiets als een versnelling in de zeespiegeldata bestond. Toen ik het tegenovergestelde las, was ik verbaasd.

“Waar het omgaat is natuurlijk de versnelling in de tweede helft vorige eeuw tot nu, dat is wat telt. De versnelling eind 19de eeuw, begin vorige eeuw (die er overduidelijk was) lijkt mij van minder belang.”
Even kijken of ik het nu goed begrijp. U zegt dat er een versnelling is vanaf het begin 19e eeuw tot nu, maar wonderbaarlijk genoeg is die van minder belang. Zoals ik al zei tegen Tinstaafl: “Hoe kan een trend die over 1900-1959 1.4 mm/jaar was, veranderen in 1.9 mm/jaar over 1960-2009 zonder een versnelling?” Volgens mij is dat wel degelijk van belang, het duidt erop dat de aarde opgewarmd is over die periode en dat de effecten van die opwarming steeds groter worden.

“..was ik toch echt in de veronderstelling dat we al decennia uitgingen van een bijdrage van smelt op Groenland”
U had het over “de grote smelt”. De grafiek 4 in van den Broeke et al 2012 laat zien dat na 2000 de bijdrage van de ijskappen fors is toegenomen.

“Hoor jij dan bij de alarmisten Hagelaars?”
Ik ken geen zogenaamde ‘alarmisten’ en het woord alarm of catastrofe of iets dergelijks heb ik in deze context bij mijn weten nog nooit gebruikt.

“In ieder geval bedankt voor het narekenen..”
Fijn dat ik iets voor U heb kunnen betekenen.

“Moeten wij dit al niet eigenlijk al lang zien in de zeespiegelmeting?”
Net als met de temperatuur van de atmosfeer kunnen de natuurlijke variaties en de seizoensinvloeden die extra toename over zo’n korte periode gemakkelijk maskeren. De fout in de trend wordt in ieder geval al gegeven als ± 0.4 mm/jaar.
http://sealevel.colorado.edu/files/2012_rel4/sl_global.png

@H.N. Geraedts #27

Wat zegt Ernst Schrama over die onzekerheid als gevolg van dat referentie systeem:
“Om dit soort mogelijk fouten aan te geven gebruiken we altijd de onzekerheidsmarges bij waarden voor de massabalansen en de zeespiegelstijging.”
Het is misschien wat lastig voor een ex-CEO, maar de onzekerheid zit dus opgesloten in die getalletjes achter de ± tekens zoals die in de samenvatting van het artikel gebruikt worden. Bijvoorbeeld het massaverlies van Groenland en Antartica over 1992-2011 wordt gegeven als 213 ± 72 gigaton per jaar. In die 72 zit dan tevens de onzekerheid als gevolg van dat referentie systeem.

Herman Vruggink

@Jos Hagelaars,

Het is inderdaad goed om over te gaan naar de u vorm in onze communicatie die beter past en duidelijk maakt dat ik met uw manier van doen niets te maken wens te hebben.

U heeft blijkbaar werkelijk niets gelezen of bewust niets willen begrijpen van de discussie in het verleden waar uitvoerig en telkenmale de versnelling aan bod is geweest. U stop bewust peterselie in oren. Komende uit de kleine ijstijd is er overduidelijk sprake van een versnelling. Hoe zouden we anders van zeg maar van ongeveer nul cm stijging per jaar naar 2 mm of misschien wel 3 mm per jaar moeten komen? Meerdere onderzoeken laten dit keurig zien, en ten overvloede overduidelijk volledig erkend en ondersteund door Herman Vruggink. U kent die onderzoeken net zo goed als ik, en in sommige gevallen staat het er ook gewoon letterlijk boven ” dit onderzoek gaat over de versnelling in de periode 1800 – 2005 ” o.i.d.

Voorst gaat u niet in op mijn vraag of u kunt uitleggen waarom ik Holgate 2007 niet zou mogen aanhalen, een toch zeer gerespecteerd zeespiegel specialist. U haalt op zeer bedenkelijke wijze zomaar wat brokjes tekst van mij aan en plaatst deze willekeurig in een kwaad daglicht. Uw manier van doen noem ik beneden alle peil.

Wat de stand van zaken is betreffende de zeespiegelstijging heb ik weergegeven in #3. Wat van belang is natuurlijk of er sprake is van een overduidelijke versnelling in de AWG periode: 1950 -2012. Of wilt u het soms ook nog gaan hebben over de versnellingen van 15.000 – 10.000 jaar geleden? Nee toch zeker?

Het gaat er natuurlijk alleen maar om of de zeespiegel verder versnelt. En nu doet zich de vraag voor hoe het nu komt dat wij vanaf het jaar 2000 van 0 mm bijdrage naar al ruim boven de 1 mm bijdrage per jaar t.g.v smeltend landijs op Groenland/Antarctica zijn gekomen, echter dit NIET zien in de zeespiegel-meting. Heeft u daar een verklaring voor mijnheer Hagelaars?

Herman Vruggink

“heer” @Hagelaars,

Laat ik in gaan op uw vraag hieronder:

“Hoe kan een trend die over 1900-1959 1.4 mm/jaar was, veranderen in 1.9 mm/jaar over 1960-2009 zonder een versnelling?”

Ten eerste opgemerkt dat de meeste onderzoeken trends over vergelijkbare periode’s meer in orde van grote liggen van 1.6 mm/jaar naar 1.8 mm/jaar. Maar dit terzijde.

Indien @Bob Brand met een dergelijk argument aankwam, was steenvast mijn antwoordt: Wil je uit deze twee trends beweren dat er dus sprake van een versnelling is? Prima, dan geef ik je direct een hand, praten we nergens meer over. En dat geldt ook voor uw argument. Hier gaat het dus niet om. waar het dan wel om gaat? Dat niet de stap 1.4mm – 1.9mm -3.2 mm gemaakt wordt. Want dat noem ik dus een “versnelling door de strot drukken” die er hoogst waarschijnlijk niet is en zeker nog niet hard gemaakt kan worden.

Dus “heer” Hagelaars, hebben wij een opening in deze discussie?

hugo matthijssen

Paai
Beste Hugo (15), ik vrees dat jij net zo min een techneut bent als Hansje Labohm een wetenschapper.
Het is maar wat je techneut noemt.

Mooi zo’n uitspraak die geen enkele bodem heeft je kent mij niet en weet niets van mijn achtergrond.
onzin uitkramen is beslist niet wetenschappelijk.

Wat mijn technische kwaliteiten en technisch inzicht betreft een klein voorbeeld.
Ik heb me in militaire dienst na een zeer gedegen opleiding bezig gehouden met munitie techniek.
Met name het controleren van de oorlogsvoorraad, het vervangen van onstabiele ontstekers en het onderzoeken van beveiligen van geweigerde en beschadigde munitie bij oefeningen warend e hoofd taken.
De selectiecriteria van defensie zijn voor dit soort functies heel duidelijk. Bovenmatig technisch inzicht en een basis achtergrond wat de technische opleiding bij instroom betreft.
Ik heb het met veel plezier gedaan en het was af en toe best spannend maar wel overleefd dus mag je aannemen dat ik ook in de praktijk een ven de betere techneuten genoemd kan worden.
De vraag die je dan ook kunt stellen is wat is jou oordeel nog waard hoe het zit met jouw vooroordelen.
Waarom op de man spelen als je iets niet begrijpt, wat is jouw oordeel over de wetenschappelijke kwaliteiten van hans Labond dan nog waard.
Het op de persoon spelen en wegzetten van wetenschappers die het niet eens zijn met jou beeldvorming is niet echt wetenschappelijk.

Bob Brand

Beste Herman Vruggink (#30)

Ik heb in #10 en #11 de meest actuele metingen uit de wetenschappelijke literatuur al even samengevat:

1880-2009 is 1.63 mm/jaar (210 mm stijging)
1900-2009 is 1.7 ± 0.2 mm/jaar
1961-2009 is 1.9 ± 0.4 mm/jaar
1993-2009 is 3.2 ± 0.4 mm/jaar (satelliet) of 2.8 ± 0.8 mm/jaar (getijmeters)

Zie daartoe Church et al. 2011: ftp://dossier.ogp.noaa.gov/NCASLR/Publications/Church_White_2011_HistoricSLR_1880_2009.pdf

Bovengenoemde lineaire trends geven al aan dat er versnelling(en) hebben plaatsgevonden, aangezien het niet mogelijk is om van 1.7 ± 0.2 mm jaar naar 2.8 ± 0.8 mm/jaar te gaan zonder een versnelling – de onzekerheidsintervallen overlappen namelijk niet. De definitie van een versnelling is immers: verschil in snelheid.

Als je de CSIRO dataset van Church & White gebruikt om lineaire trends over de eerste decennia van de 20e eeuw te vergelijken met de laatste decennia, zie je deze grafiek: http://www.columbia.edu/~mhs119/SeaLevel/SL.1870-2012.pdf

1870-1924 is 0.8 mm/jaar
1925-1992 is 1.9 mm/jaar
1993-2012 is 2.8 mm/jaar (peilschalen, net als de voorgaande periodes)

Het is dus aan de hand van de metingen een onontkoombare conclusie dat er meerdere versnellingen hebben plaatsgevonden tijdens de 20e eeuw. Zoals hierboven al uitgelegd, is de versnelling niet constant. Zoals in Church et al. 2011 staat:

Firstly, there is a clear increase in the trend from the first to the second half of the record; the linear trend from 1880 to 1935 is 1.1 ± 0.7 mm/year and from 1936 to the end of the record the trend is 1.8 ± 0.3 mm/year. The period of relatively rapid sea-level rise commencing in the 1930s ceases abruptly in about 1962 after which there is a fall in sea level of over 10 mm over 5 years. Starting in the late 1960s, sea level rises at a rate of almost 2.4 mm/year for 15 years from 1967 and at a rate of 2.8 ± 0.8 mm/year from 1993 to the end of the record. There are brief interruptions in the rise in the mid 1980s and the early 1990s.

De daling die begint in 1962 correspondeert met de (lichte) afkoeling 1946-1970. Eind jaren ’60 begint de zeespiegel weer te stijgen – de periode van opwarming. Gezien de schommelingen in de trends, is er dus onontkoombaar sprake van versnellingen. Een recente wetenschappelijke publicatie waar dit nogmaals bevestigd wordt, is Merrifield et al. 2009: “An Anomalous Recent Acceleration of Global Sea Level Rise“, in Journal of Climate van de American Meteorological Society:

http://journals.ametsoc.org/doi/pdf/10.1175/2009JCLI2985.1

Op basis van de peilschalen (!) laten zij zien:

The average global sea level trend for the time segments centered on 1962–90 is 1.5 +/- 0.5 mm/yr (standard error), in agreement with previous estimates of late twentieth-century sea level rise. After 1990, the global trend increases to the most recent rate of 3.2 +/- 0.4 mm/yr, matching estimates obtained from sat- ellite altimetry. The acceleration is distinct from decadal variations in global sea level that have been reported in previous studies. Increased rates in the tropical and southern oceans primarily account for the acceleration.

Er is dus niets aan te doen, beste Herman. Zo zijn de harde feiten.

Lennart van der Linde

In de VS houdt men inmiddels rekening met een substantiele kans op 2 meter zeespiegelstijging rond 2100:
http://www.cpo.noaa.gov/reports/sealevel/

Zelfs de kans op meer dan 2 meter lijkt nog pakweg 5%.

Jos Hagelaars

@Vruggink #29/#30

- “..duidelijk maakt dat ik met uw manier van doen niets te maken wens te hebben”

Het initiatief daarvoor lag geheel aan mijn zijde. Ik had namelijk uit het vorige blogstuk alhier begrepen welke lading U aan het gebruik van de u/je vorm geeft. Mensen waar ik het zeer vaak mee oneens ben aangaande dit onderwerp maar die absoluut niet onder de door U gegeven beschrijving vallen, zal ik dan ook gewoon met “je” blijven aanspreken. Als voorbeeld Hugo Mattijssen, Dexter Deloyd of Henry Geraedts.

- “U haalt op zeer bedenkelijke wijze zomaar wat brokjes tekst van mij aan en plaatst deze willekeurig in een kwaad daglicht.”

Herhaling: U hebt de volgende uitspraken: “Van een versnelling is geen sprake.” en “Alarmisten willen ons een versnelling door de strot drukken.”, wel degelijk gedaan en gezien de ellenlange discussies in het verleden bestond bij mij toch echt het beeld dat U vond dat er niet zoiets als een versnelling in de zeespiegeldata bestond aangaande de gehele periode na 1900. Toen ik het tegenovergestelde las, was ik verbaasd, of zoals ik in de reactie daarvoor al schreef, wellicht heb ik U toen verkeerd geïnterpreteerd. In Uw schrijfels ontbreekt zeer vaak de referentieperiode waar een uitspraak aan gerelateerd zou moeten zijn. De argeloze lezer moet maar raden, bij fout raden wordt deze lezer van allerlei uiterst vriendelijke kwalificaties voorzien.

- “Holgate 2007″

Niks mis met Holgate’s onderzoek, het is echter absoluut niet representatief voor de gehele wereld. Zie mijn eerdere teksten in onze vorige discussies:
“Die Holgate grafiek van je CO2Science link had ik al eens gezien, het betreft data van maar liefst 9 getijdenmeters, zie figuur 4 van: http://www.joelschwartz.com/pdfs/Holgate.pdf
Het klopt dat uitgaande van die 9 meetpunten de zeespiegelstijging van 1900 – 1950 groter was dan die van 1950 – 2000 en er voor die 9 stations dus zelfs een negatieve versnelling gemeten is.”

en
“op grond van zijn onderzoek uit 2007 kun je niet concluderen of over een langere periode de zeespiegelstijging versnelt of niet.”

- “En nu doet zich de vraag voor hoe het nu komt dat wij vanaf het jaar 2000 van 0 mm bijdrage naar al ruim boven de 1 mm bijdrage per jaar t.g.v smeltend landijs op Groenland/Antarctica zijn gekomen, echter dit NIET zien in de zeespiegel-meting.”

Die 0 mm bijdrage is geheel voor Uw eigen rekening.
Herhaling: U had het over “de grote smelt”. De grafiek 4 in van den Broeke et al 2012 laat zien dat na 2000 de bijdrage van de ijskappen fors is toegenomen.
Voor de geschatte bijdrage van de ijskappen aan de zeespiegelstijging over de periode 1961-2003 zie: http://www.ipcc.ch/publications_and_data/ar4/wg1/en/ch5s5-5-6.html
Daar ik niet van plan was alles te herhalen: voor de verklaring waar U naar vraagt, zie mijn vorige reactie op Uw schrijfsels, laatste alinea.

- “Ten eerste opgemerkt dat de meeste onderzoeken trends over vergelijkbare periode’s meer in orde van grote liggen van 1.6 mm/jaar naar 1.8 mm/jaar.”

In reactie #9 heb ik, zoals meestal, de referentie erbij gegeven, dan kunt U het zelf narekenen.

- “Want dat noem ik dus een “versnelling door de strot drukken” die er hoogst waarschijnlijk niet is en zeker nog niet hard gemaakt kan worden.”

Deze “heer” blijft maar in verwarring, want hier staat opnieuw dat volgens U een versnelling in de zeespiegelstijging er hoogst waarschijnlijk niet is en opnieuw wordt er geen referentieperiode bij gegeven. De versnelling wordt door bv. Church & White 2011 gegeven als:
“There is considerable variability in the rate of rise during the twentieth century but there has been a statistically significant acceleration since 1880 and 1900 of 0.009 ± 0.003 mm year-2 and 0.009 ± 0.004 mm year-2, respectively.”
Neem ik de door U, in reactie #29, eerder genoemde periode vanaf 1950 tot nu, is er eveneens sprake van een versnelling, ik bereken deze uit de Church & White data (dus van 1950 tot eind 2009) als 0.023 mm/jaar² (tweemaal de kwadratische component). Rekening houdend met alleen al de autocorrelatie in de data is deze echter niet statistisch significant.

Lennart van der Linde

De grote vraag is hoe snel de ijskappen reageren op een opwarmend klimaat. Nieuw onderzoek van oa Eelco Rohling (Grant ea 2012) geeft aan dat die reactie beduidend sneller kan zijn dan tot dusver veelal aangenomen:
http://www.skepticalscience.com/Past-150000-Years-of-Sea-Level-History-Suggests-High-Rates-of-Future-Sea-Level-Rise.html

Met name Groenland lijkt (ook) in de afgelopen 150.000 jaar binnen een eeuw te reageren; Antarctica in 4-7 eeuwen. Aangezien de huidige opwarming veel sneller verloopt dan destijds, lijkt het niet onaannemelijk dat ook de reactie nog sneller kan optreden dan toen. Het massaverlies op Antarctica lijkt erop te wijzen dat dat inderdaad aan het gebeuren is.

Herman Vruggink

@Bob Brand,

In #3 heb ik uitgelegd wat het bezwaar is om 1993-2009 is 3.2 ± 0.4 mm/jaar (satelliet) of 2.8 ± 0.8 mm/jaar (getijmeters) er klakkeloos aan vast te plakken. Ook wil ik opmerken dat mijn in #3 genoemde 2.9 mm overeenkomt met de 2.8 mm van Church &White. Lees #3 nog maar eens rustig door. Naar mijn mening is je weergave principieel onjuist. Belangrijker dan mijn mening is de vraag hoe Church & White het nu bedoelt hebben en wat de juiste interpretatie is. Een andere vraag is of je mooie grafiekje wel de weergave van dit onderzoek is. Over het laatste kunnen we kort zijn: De grafiek is volstrekt NIET de weergave van Church & White 2011. Ik neem aan dat dit een vergissing van je is?

Laten wij ons beperken to Church & White. Op zich zou ik een aantal kanttekeningen kunnen plaatsen, maar in principe is het ook weer niet zoveel anders dan de weergave die we vinden in IPCC2007 waar de verzamelde werken worden besproken. Ook bevestigen Church& White dat hun bevindingen overeenkomen met andere onderzoeken met uitzondering van Jevrejeva et al 2008 waar onder het hoofdstukje 4 discussie enkele kritische opmerking over worden gemaakt.

Je samenvatting wat betreft de gevonden trends is geheel correct:
1880-2009 is 1.63 mm/jaar (210 mm stijging)
1900-2009 is 1.7 ± 0.2 mm/jaar
1961-2009 is 1.9 ± 0.4 mm/jaar
1993-2009 is 3.2 ± 0.4 mm/jaar (satelliet) of 2.8 ± 0.8 mm/jaar (getijmeters)

Niets meer en minder dan een opsomming van trends. Bovendien is voor 1993 – 2009 ook de in situ data bekeken om een vergelijk te kunnen maken met altimeter data in dezelfde periode. Een trend bepaling met tide gauge data van 20 jaar is ongebruikelijk kort wat nogmaals duidelijk maakt dat deze niet bedoelt is in een acceleratie beschouwing. Ook wil ik opmerken dat de ‘bespreking’ van de resultaten begint met : ‘We presenteren de data van 1880 tot 2009 en we presenteren de satelliet data van 1993 -2009′ waarbij direct opgemerkt wordt dat deze laatste alleen maar gebruikt is als test voor de reconstructie techniek.

Wat doen Church & White nog meer dan het bepalen van trends? Er wordt een acceleratie berekend en wel 0.009 ± 0.003 mm year-2. En wat is nu de grap? deze is dus lager dan de gevonden waarde in Church and White (2006) namelijk 0.013 ± 0.003 mm year-2 . In het 2006 rapport wordt bovendien de versnelling doorgerekend wat dit zou betekenen voor de zeespiegelstijging in het jaar 2100. Nou trek allemaal uw zwemvesten maar aan, 31 cm ± 30 mm hoger dan in 1990! In het 2011 rapport is de doorrekening dacht ik niet gemaakt, maar zou dus nog veel lager uitvallen. Dringt het tot je door @Bob Brand? Opnieuw een duidelijke aanwijzing dat de knoopjes methode helemaal niet bedoelt zijn om versnellingen te bepalen. Althans niet met een trendbepaling over 20 jaar! Conclusies over een versnelling in de laatste 40 jaar zijn daarom nog steeds zeer voorbarig. Mede te meer dat duidelijk is dat binnen de 20 jaar satellietdata geen versnelling is aan te tonen en het feit dat de stations met de langslopende data een versnelling ook niet of nauwelijks laten zien.

Toch nog even kort over Merrifield et al. 2009. Ik heb mijn bedenkingen, maar laten we maar IPCC2013 maar afwachten of dit rapport enige rol zal worden toegedicht, en zo ja hoe groot.

Herman Vruggink

Beste “heer” Hagelaars,

U schrijft dat u nog steeds in verwarring bent. Waarom begint u niet gewoon rustig in #3 te lezen en indien u meent dat er iets onjuist is of niet klopt dan kunt u dat toch gewoon aankaarten? Uw suggestie om duidelijker de referentie periode aan te geven indien ik spreek over een duidelijke versnelling, geen versnelling, mogelijke versnelling e.d, zal ik ter harte nemen, u heeft daarmee een punt. Indien u meent dat wat ik op dit draadje heb aangegeven werkelijk zo veel afwijkend is als ik in het verleden heb aangegeven, leest u gerust al mijn schrijfsels door, ik kan mij moeilijk voorstellen dat het principieel anders is dan onder dit blog.

U heeft mij de volgende vraag gesteld :
“Hoe kan een trend die over 1900-1959 1.4 mm/jaar was, veranderen in 1.9 mm/jaar over 1960-2009 zonder een versnelling?”

Hierop heb ik geantwoord : Indien u op deze wijze een versnelling wilt aantonen dan vind ik dat best, zo flexibel ben ik nu eenmaal. Ik ga gelijk akkoord. Ook vind ik de discussie over 10den van millimeters niet zo belangrijk. De reden is dat ik zeer geringe versnellingen min of meer gelijk stel aan geen versnelling. Dit is niet waar het mij omgaat. Waarom gaat u hier verder niet op in? Eigenlijk wil ik u gelijk geven, we zijn er uit, de versnelling is bepaald op basis van de door u voorgestelde trends. Wat moet ik nu denken, u wenst geen overeenstemming?

U stelt dat die 0 mm bijdrage in 2000 voor mijn rekening is. Nee, die haal ik uit de grafiek in de link van Paul waarin is te zien dat rond 2000 de bijdrage van smeltend landijs nog verwaarloosbaar is. Indien u meent dat dit onjuist is gaat u daar dan op in. Voorst is mijn vraag : moeten wij dan eigenlijk dan al niet iets zien in de metingen? U verwijst dan naar uw uitleg dat dit nog gemaskeerd kan worden. Natuurlijk, in theorie heeft u gelijk, maar went u er maar alvast aan, elke keer zal deze vraag gesteld worden, de bijdrage van smeltend landijs loopt al zowat naar 2mm. Hoe lang denkt u uw maskerings verhaal vol te kunnen houden? Het moet gewoon zichtbaar worden in de metingen.

Voor Church & White verwijs ik naar mijn antwoord aan Brand en wat betreft Holgate 2007 wil ik desgewenst best nog eens later in gaan.

hans paijmans

Beste Hugo: verouderde munitie is wel gevaarlijk, maar in technisch opzicht niet bijster ingewikkeld. En dat je zo’n “spannend” voorbeeld nodig hebt om jezelf te bewijzenzegt veel meer over jou dan ik zou kunnen bedenken.
Mensen die veel met techniek werken en daar ook gevoel voor hebben, hebben doorgaans meer begrip voor de zekerheden en onzekerheden van wetenschappelijke uitspraken. Dat is tenminste mijn ervaring.

Paai

Ernst Schrama

#36 @Herman Vruggink : waar zit uw twijfel precies? Tussen de Romeinse tijd en nu zit circa 60 cm aan verandering, ga naar de Middellandse zee, en je kunt het met je eigen ogen zien aan de Romeinse vistanks (kweekvijvers voor vis met een opening die nauwgezet op het gemiddelde zeeniveau gebouwd werden). 60 cm in 2000 jaar is nog altijd 0.3 mm/jaar, en dat is 10 keer zo klein als wat we nu al 20 jaar met altimetrie of tidegauges vinden.

De conclusie is dus dat klimaatverandering er al voor gezorgd heeft dat het zeeniveau op dit moment 10 keer zo hard verandert als dat het de laatste 2000 jaar heeft gedaan. Kan het nog gekker worden? Kunnen we naar de 100 cm per eeuw? Het antwoord is dat de geologische bewijzen er zijn, of we het kunnen tegenhouden middels maatregelen (CO2 / CH4 etc uitstoot reduceren), is een ander verhaal.

Ik krijg alleen uit discussies die ik zie het gevoel dat alle genoemde feiten er voor u niet toe doen, maar al te vaak is de reactie dat u twijfelt. Maar waaraan dan? Is het niet gewoon een vorm van ontkenning, dwz, de boodschap dat het zeeniveau nu hard verandert ten opzicht van wat er 2000 jaar was, dan zo ongewenst dat de feiten voortdurend in twijfel getrokken worden.

hans paijmans

@Herman Vruggink: je zegt: “Ook vind ik de discussie over 10den van millimeters niet zo belangrijk.”

Jammer genoeg worden heel wat essentieele levensprocessen sterk be”invloed door 10den van millimeters, of milligrammen of andere verschijnselen achter de komma, dus ik vind dat op zich niet zo’n sterk argument.

Paai

Jos Hagelaars

@Vruggink #37

Waarom begint u niet gewoon rustig in #3 te lezen..
Ik lees altijd rustig.

U heeft mij de volgende vraag gesteld :
“Hoe kan een trend die over 1900-1959 1.4 mm/jaar was, veranderen in 1.9 mm/jaar over 1960-2009 zonder een versnelling?”

Ik heb U geen vraag gesteld maar Tinstaafl.

“De reden is dat ik zeer geringe versnellingen min of meer gelijk stel aan geen versnelling.”
Is het mogelijk dat U iets opschrijft wat niet tot onduidelijkheden leidt, wanneer is een versnelling ‘zeer gering’ zodat die hetzelfde is als geen versnelling en wat is de definitie van ‘min of meer’?
Valt een versnelling van 0.009 mm/jaar² onder de noemer ‘zeer geringe versnellingen’? Zo, ja dan zegt U feitelijk dat er vanaf 1880 tot 2010 geen versnelling is geweest, want een zeer geringe versnelling is immers min of meer hetzelfde als geen versnelling. Ik vermoed echter dat U 0.009 mm/jaar² niet onder de ‘zeer geringe versnellingen’ schuift, ook al vindt U een discussie over 10den van millimeters niet zo belangrijk, want in Uw reactie #3 staat zeer duidelijk:
“Wel is denk ik er iedereen over eens dat we mogen spreken van een versnelling als we kijken naar eind 19de eeuw/ begin vorige eeuw.”
Ik neem hierbij natuurlijk aan dat U zelf ook onder het woord ‘iedereen’ valt.

“Het moet gewoon zichtbaar worden in de metingen.” + “Mede te meer dat duidelijk is dat binnen de 20 jaar satellietdata geen versnelling is aan te tonen.”
Ondanks alle diepzinnige praatjes die steevast gepaard gaan met Uw gebruikelijke vriendelijkheden, geeft U hier opnieuw blijk van bijzonder weinig inzicht in de signaal-ruis verhouding wat tot uiting komt in de onzekerheid van een trend.
Stel de versnelling zou inmiddels 2 keer zo groot zijn als die over de 20e eeuw, dus 0.02 mm/jaar². Over 20 jaar zou een dergelijke versnelling de snelheid verhoogt hebben met 0.4 mm/jaar, bijv. van 2.9 naar 3.3 mm/jaar. Dit valt volledig binnen de onzekerheid van de lineaire trend van de satellietdata van ±0.4 mm over die 20 jaar, waar nota bene de seizoensinvloeden zelfs uit zijn weggerekend.
Of als dit te lastig is: 0.02 mm/jaar² over 20 jaar betekent een extra zeespiegelstijging van 4 mm als gevolg van de versnelling. Zoals gezegd, de onzekerheid in de lineaire trend is ±0.4 mm/jaar, over 20 jaar is de onzekerheid in de zeespiegelstijging dan ±8 mm.
De bijdrage van de versnelling valt derhalve volledig weg in de ruis. U zult geduld moeten betrachten of de grafiek waar Bob Brand naar linkt eens rustig te bekijken.

Ik ga verder geen tijd meer besteden aan Uw bespiegelingen en ‘vorm van ontkenning’ betreffende deze toch boeiende materie.

Herman Vruggink

@Ernst Schrama,

Eerlijk gezegd kan ik uw vraag niet goed plaatsen. Ik heb geen enkele twijfel dat vergeleken met de periode van zeg maar het jaar 0 tot ergens rond 1800 de zeespiegelstijging nu veel groter is. De reconstructies tonen dit immers duidelijk aan. Hierbij merk ik slechts op dat de grootste versnelling in de meeste reconstructies ergens in de periode 1890 – 1930 plaatst vindt en dus niet zomaar aan AGW te koppelen valt.

Mijn bezwaar is slechts de aansluiting die sommigen zomaar willen maken van een trend van 1.9 mm tweede helft vorige eeuw naar de 3,2 mm die de laatste 20 jaar is gemeten met satellieten of de 2,8 mm gemeten met tidal gauges. Ik denk dat ik daar sterke argumenten voor heb aangedragen die te vinden zijn in #3.

En wat betreft de toekomst? zoals ik in #20 heb aangegeven: “voor een uitspraak richting toekomst volstaat wat mij betreft voorlopig: ”Tussen de één en drie voet” in 2100. Niet goed? doe er dan maar een voetje of twee bij, over 10 jaar hebben we tenslotte al een veel betere schatting. Kan het nog gekker zoals u opmerkt? wie zal het zeggen.

Ondanks de verwachting dat het in de nabije toekomst toch wel hard zal gaan stijgen blijft het bewaken van de feiten en de interpretatie hiervan belangrijk. Het is tenslotte niet de bedoeling om alvast maar te gaan roepen dat de laatste 30 jaar de zeespiegel is versneld van orde van grote 1,8 mm naar 3,0 mm omdat dat nu eenmaal toch in de lijn der verwachtingen ligt.

Indien u meent dat mijn uiteenzetting in #3 of in andere schrijfsels kant nog wal raken dan hoor ik graag van u.

Herman Vruggink

@Jos Hagelaars,

Zoals u wilt. Indien u in #9 mijn naam niet had aangehaald waren wij niet in gesprek geweest en had ik het zeer waarschijnlijk gelaten bij mijn reactie in #3.

Herman Vruggink

@Ernst Schrama,

Nog een toevoeging op mijn eerste reactie om misverstanden te voorkomen. Er is bij mij geen enkele twijfel dat er sprake is van klimaatverandering. Ook is er bij geen enkele twijfel dat broeikasgassen verantwoordelijk zijn voor de opwarming vanaf 1970. Ook steun ik wat er is geschreven in IPCC2007 wat betreft de zeespiegelstijging. Er is geen enkele twijfel bij mij dat momenteel de schatting van de zeespiegelstijging ergens tussen 2.8 mm – 3,2 mm per jaar is. Ik stel echter dat de zeespiegelstijging hoogst waarschijnlijk de laatste 100 jaar altijd al te laag is geschat, zoals ik hem aangegeven in #3. Ik denk dat daar sterke argumenten voor zijn. Wat betreft mijn verwachting voor de zeespiegelstijging voor de toekomst : ergens tussen 30 cm en 120 cm voor het jaar 2100.

U stelt dat u het gevoel krijgt dat alle genoemde feiten er voor mij niet toe doen. Dat is spijtig, ik kan niet achterhalen waar dat gevoel bij u vandaan komt. De feiten zijn voor mij zeer belangrijk. Nu weet ik niet zo goed of dit slechts een gevoel is of dat u dat ook wilt onderbouwen.

Herman Vruggink

@Hans Paijmans,

Ik gebruik de 10den van millimeters niet als een argument. In deze discussie vind ik het niet zo belangrijk of u of wie dan ook een trendvergelijk maakt op basis van onderzoek A 1,6 mm / 1,9mm of onderzoek B 1,5 / 1,8 mm Zoals ik al aangaf ik volg gelijk, het is namelijk nauwelijks van belang voor het fundamentele verschil in opvatting. Essentiële levensprocessen worden sterk beïnvloed door 10den van millimeters, of milligrammen of andere verschijnselen achter de komma. Uiteraard.

Bob Brand

Beste Herman Vruggink (#36)

Ik heb net een leuk artikeltje gelezen over communicatie met dolfijnen, dat gaat blijkbaar aanzienlijk succesvoller dan met een Vruggink. Laat ik eens kijken of ik je laatste uitingen kan duiden.

.. wat het bezwaar is om 1993-2009 is 3.2 ± 0.4 mm/jaar (satelliet) of 2.8 ± 0.8 mm/jaar (getijmeters) er klakkeloos aan vast te plakken.

Waar heeft ‘er’ betrekking op? Er is niets vastgeplakt, laat staan klakkeloos. Zowel voor als na 1993 is precies hetzelfde netwerk van getijmeters gebruikt en het is dus geen separate meetreeks. Het enige verschil is dat sinds 1993 de zeespiegel sneller stijgt:

1961-2009 is 1.9 ± 0.4 mm/jaar
1993-2009 is 2.8 ± 0.8 mm/jaar (getijmeters)

Zoals altijd bij data die korte-termijn variatie vertoont (door bijv. El Niño’s en de Mt. Pinatubo eruptie in 1991) moet je over een langere periode meten om een trend vast te stellen. Als je de moeite had genomen om naar het grafiekje te kijken (de blauwe lijn), had je gezien dat bijvoorbeeld van 1962-1968 de zeespiegel niet gestegen is. Daarna is deze weer gaan stijgen. Dat kan alleen als deze versneld is.

Let op: ik heb er al eerder op gewezen dat de versnelling niet constant is.

Belangrijker dan mijn mening is de vraag hoe Church & White het nu bedoelt hebben en wat de juiste interpretatie is

‘Bedoeld’ is hier een voltooid deelwoord en schrijf je dus met een ‘d’ aan het einde. Het is heel simpel hoe Church et al. 2011 het bedoeld hebben, dat staat namelijk in hun publicatie:

Firstly, there is a clear increase in the trend from the first to the second half of the record; the linear trend from 1880 to 1935 is 1.1 ± 0.7 mm/year and from 1936 to the end of the record the trend is 1.8 ± 0.3 mm/year. The period of relatively rapid sea-level rise commencing in the 1930s ceases abruptly in about 1962 after which there is a fall in sea level of over 10 mm over 5 years. Starting in the late 1960s, sea level rises at a rate of almost 2.4 mm/year for 15 years from 1967 and at a rate of 2.8 ± 0.8 mm/year from 1993 to the end of the record. There are brief interruptions in the rise in the mid 1980s and the early 1990s.

Je ziet dat het van 1.1 naar 1.8 mm/y gaat, dan volgt een lichte daling 1962 – einde jaren ’60, waarna het 2.4 mm/y en dan 2.8 mm/y geworden is, sinds 1993. Dus is het versneld, een aantal jaren gestopt, versneld en weer versneld.

Op zich zou ik een aantal kanttekeningen kunnen plaatsen, maar in principe is het ook weer niet zoveel anders dan de weergave die we vinden in IPCC2007 waar de verzamelde werken worden besproken. Ook bevestigen Church& White dat hun bevindingen overeenkomen met andere onderzoeken met uitzondering van Jevrejeva et al 2008 waar onder het hoofdstukje 4 discussie enkele kritische opmerking over worden gemaakt.

Nietszeggend kletsen is ook een kunst, laat ik die ‘kanttekening’ plaatsen.

Wat doen Church & White nog meer dan het bepalen van trends? ..

Nou, laat ik Church et al. 2011 gewoon letterlijk citeren, daar zie je de versnellingen (‘acceleration’ in het Engels) in de context en mét de onzekerheidsmarges keurig vermeld staan:

There is considerable variability in the rate of rise during the twentieth century but there has been a statistically significant acceleration since 1880 and 1900 of 0.009 ± 0.003 mm/year² and 0.009 ± 0.004 mm/year², respectively.

Let op: ‘a statistically significant acceleration’. Pollens, maar liefst drie keer de standaardafwijking!

In Fig. 5 van Church et al. 2011 zie je de vergelijking van de nieuwe reeks (blauw) met hun eerdere GRL publicatie uit 2006 (rood). Er zijn een aantal kleine verbeteringen, ook vóór 1900, en de reeks loopt nu tot 1860. Dergelijke verbeteringen zijn het gevolg van nauwkeuriger gegevens over de verticale positie van de getijmeters en van extra meetgegevens. Aangezien de onzekerheidsmarges overlappen, is de geconstateerde versnelling over 1880-2009 “not significantly different” van hun publicatie uit 2006:

We estimate an acceleration in GMSL by fitting a quadratic to the time series, taking account of the time variable uncertainty estimates. From 1880 to 2009, the acceleration (twice the quadratic coefficient) is 0.009 ± 0.003 mm/year² (one standard deviation). This estimate is slightly less than but not significantly different from the (one standard deviation) estimate of Church and White (2006) of 0.013 ± 0.003 mm/year², but still significantly different from zero at the 95% level. From 1900 to 2009, the acceleration is also 0.009 ± 0.004 mm/year². If the variable uncertainty estimates are ignored the equivalent accelerations are 0.010 and 0.012 mm/year².

Conclusie: is er een versnelling? Jawel, ‘a statistically significant acceleration’.

Bob Brand

Zo te zien is het zinvoller om met Flipper van gedachten te wisselen over zeespiegelstijging en de betekenis van het toch vrij simpele woordje: ‘versnelling’. Want nu probeert de heer Vruggink slinks het onderwerp te verleggen:

In het 2006 rapport wordt bovendien de versnelling doorgerekend wat dit zou betekenen voor de zeespiegelstijging in het jaar 2100. Nou trek allemaal uw zwemvesten maar aan, 31 cm ± 30 mm hoger dan in 1990!

O ja? Nou, hier is wat er letterlijk stond in Church et al. 2006:

.. a significant acceleration of sea-level rise of 0.013 ± 0.006 mm/year². This acceleration is an important confirmation of climate change simulations which show an acceleration not previously observed. If this acceleration remained constant then the 1990 to 2100 rise would range from 280 to 340 mm, consistent with projections in the IPCC TAR.

Valt het u ook op? “significant acceleration .. important confirmation .. which show an acceleration not previously observed.”

En Flipper had ongetwijfeld ook het volgende begrepen: “if this acceleration remained constant”. Alleen blijkt nu juist uit mijn bovenstaande reactie (en dus o.a. uit Church et al. 2009) dat die versnelling allerminst constant is, maar gedurende de 20e eeuw al fors gefluctueerd heeft. En de meest recente versnelling was begin jaren ’90, van 1.9 mm/jaar naar 2.8 mm/jaar.

Ik denk niet dat we er op kunnen rekenen dat die versnelling constant gaat blijven, mede gezien de trend in de recente massabalansen van Groenland en Antarctica.

Herman Vruggink

@Bob Brand,

De vergelijking van onze communicatie met die van Flipper is treffend, ik kan mij daar geheel in vinden. Volgens mij is het echter zo dat bij communicatie er sprake is van een zender en een ontvanger en dat onderweg er aan beide kanten ruis kan ontstaan. Indien ik uw bijdragen doorneem dan kom ik tot de conclusie dat wij het vrijwel op alle fronten eens zijn behalve over de versnelling in de laatste 30 jaar. Echter ik meen op basis van sterke argumenten te kunnen aantonen dat het zeer aannemelijk is dat deze niet zo extreem kan zijn als bijvoorbeeld in Merrifield et al. 2009 wordt gesteld. Hierbij wil ik nogmaals opmerken dat ik een versnelling in deze periode net zoals het IPCC2007 dat niet doet in zijn geheel niet uitsluit. Indien ik uw laatste twee schrijfsels lees dan constateer ik dat u weer zaken aanbrengt die ik ook al aan u had voorgelegd. In het verleden heb ik dit merkwaardige verschijnsel van uw kant al eens omschreven (Gras is groen, weet u nog?). We vinden in uw schrijfsel opnieuw hiervan weer treffende voorbeelden:

Ik heb u geschreven “In het 2006 rapport wordt bovendien de versnelling doorgerekend wat dit zou betekenen voor de zeespiegelstijging in het jaar 2100. Nou trek allemaal uw zwemvesten maar aan, 31 cm ± 30 mm hoger dan in 1990! ”

Dit is een vrije, doch inhoudelijk correcte vertaling uit: 4. Implications and Conclusions: “If this acceleration was maintained through the 21st century, sea level in 2100 would be 310 ± 30 mm higher than in 1990″

U antwoordt mij vervolgens : “If this acceleration remained constant then the 1990 to 2100 rise would range from 280 to 340 mm”

Heeft u nou werkelijk niet in de gaten dat 310 mm het gemiddelde is van de door uw genoemde 280 to 340 mm? Waar wilt u toch heen, waar gaat het u nou eigenlijk om? U voegt er aan toe dat mijn weergave slinks is. Onbegrijpelijk. Vervolgens houdt u mij de versnelling voor die in Church & White 2011 is gevonden. Deze had ik al onderschreven, bevestigd en u voorgehouden. Moeten wij nu elkaar toeschreeuwen dan wij over exact hetzelfde eens zijn? Opnieuw wil ik u vragen oprecht te antwoorden op de vraag of u wel uit bent op een zinvolle opbouwende discussie.

U houdt mij opnieuw voor dat de versnelling niet constant is. Maar beste Bob Brand, heb ik ergens gesteld dat de versnelling constant is? hou komt u daar nou bij? Uiteraard is deze niet constant. Er is sprake van een aaneenschakeling van versnellingen en wel zodanig dat wij over moeten gaan op het kiezen van een verantwoorde periode om een uitspraak te kunnen doen over de trend.
U zal het daar mee eens moeten zijn, u stelt namelijk ” omdat data altijd korte-termijn variatie vertoont moet je over een langere periode meten om een trend vast te stellen.” Opnieuw een punt waar wij het dus van harte over eens zijn.

U houdt mij voor dat in de periode 1993-2009 de trend 2.8 ± 0.8 mm/jaar (getijmeters) is. Hieruit concludeer ik dat u 20 jaar dus blijkbaar een verantwoorde periode vindt om een trend vast te stellen. Dit is dus een discussiepunt. Indien u IPPC2007, maar ook het merendeel van de rapporten er op na slaat dan zult u zien dat er meestal perioden worden gekozen die ergens tussen de 50 – 70 jaar liggen. Dit is natuurlijk niet voor niets. De periode 1993 -2009 is alleen maar gegeven om een vergelijk te kunnen maken met satellietdata waarvan de meetreeks nu eenmaal niet langer is. Vraagt u eens het volgende af: Met welke periode zou de trend bepaald worden indien wij satelliet data hadden over de afgelopen 45 jaar? Een trend bepaling over 20 jaar bij zeespiegelstijging is net zo iets als een trend bepaling van 10 jaar bij de gemiddelde temperatuur. Beiden zijn niet verboden, echter conclusies zijn zeer voorbarig. De trend bepaald met getijdemeters over 1961-2009 is 1.9 ± 0.4 mm/jaar. Een andere aanwijzing is dat de trend 2.8 ± 0.8 mm/jaar gemakkelijk ook in andere perioden te vinden is, en mocht dat niet goed lukken in de Church & White data neemt u dan eens andere datasets, bijvoorbeeld van Woodworth&Holgate. Opnieuw een duidelijke aanwijzing om voorzichtig te zijn met uitspraken op basis van 20 jaar. U mag gerust een trend bepalen over 1993 – 2009, maar houdt u de conclusies nog maar even op zak, dat is zeer voorbarig, zoals ook aangegeven in IPCC2007. Mede omdat de stations met de langstlopende data reeksen (Europa, Noord Amerika, Australie) gemiddeld genomen geen, of een veel geringere trend weergeven dan de 2.8 ± 0.8 mm/jaar.

U stelt dat voor en na 1993 precies hetzelfde netwerk van getijmeters gebruikt is en er geen sprake is van een separate meetreeks. Indien u bedoelt vanaf 1961 dan is het de moeite waard om daar bij stil te staan. Indien u dit echter in het algemeen stelt dan kan deze bewering direct de prullenbak in. De afbeeldingen in fig 1 a t/m f (number of locations) onder ’2.1 In Situ Sea-Level Data’ maken dat al direct duidelijk. Laat ik u het voordeel van de twijfel geven en aannemen dat u sinds 1961 bedoelt. Hier twijfel ik eerlijk gezegd : we zien namelijk fig e met 204 stations en fig f met 230 stations. In de tekst is mij (nog) niet duidelijk geworden dat beide trends met 204 stations bepaald zijn. U mag mij daar gerust op wijzen indien u dat weet. Ik stel voor dat wij dit even in het midden laten.

U komt opnieuw aan met uw grafiekje waarvan ik al heb aangegeven dat dit niet betrekking heeft op Church &White 2011 maar op 2005. Maar weet u wat? Ik zal u tegemoet komen. Indien u graag trends wilt vergelijken, vergelijkt u dan eens 1961-2009 1.9 ± 0.4 mm/jaar (Church &White 2011) met 1925-1992 1.9 ± 0.4 mm/jaar. (Church &White 2005) Ik heb u oprecht gevraagd of het een vergissing van uw kant is. U geeft er geen antwoordt op. Laat ik het anders vragen: Is het verschil in jaartallen en het verschil in perioden u wel opgevallen? http://www.columbia.edu/~mhs119/SeaLevel/SL.1870-2012.pdf
U verwijt mij dat ik de moeite niet genomen zou hebben naar de grafiek te hebben gekeken. Aangezien ik aantoonbaar hier al eerder een reactie op gegeven heb, acht ik het bewijsbaar dat uw verwijt misplaatst is.

hugo matthijssen

Hans

Bedankt dat je je ervaring deelt.
Ervaring is vaak een product van een selectief geheugen.

Bob Brand

Beste Herman Vruggink (#42)

De vergelijking van onze communicatie met die van Flipper is treffend, ik kan mij daar geheel in vinden.

Ja, goed hé? Jij doet echter in reactie #42 meerdere aantal onjuiste beweringen, laten we deze eerst even wat nader onder de loep nemen. Het laat zien van welke niet-onderbouwde aannames jij uitgaat m.b.t. de zeespiegelstijging.

Hierbij merk ik slechts op dat de grootste versnelling in de meeste reconstructies ergens in de periode 1890 – 1930 plaatst vindt en dus niet zomaar aan AGW te koppelen valt.

Neen. De grootste versnellingen treden op ná 1962-1967. Over die periode is de zeespiegel namelijk eerst 10 mm gedaald. Vanaf 1967 versnelt de zeespiegelstijging tot 2.4 mm/jaar en vervolgens tot 2.8 mm/jaar:

Firstly, there is a clear increase in the trend from the first to the second half of the record; the linear trend from 1880 to 1935 is 1.1 ± 0.7 mm/year and from 1936 to the end of the record the trend is 1.8 ± 0.3 mm/year. The period of relatively rapid sea-level rise commencing in the 1930s ceases abruptly in about 1962 after which there is a fall in sea level of over 10 mm over 5 years. Starting in the late 1960s, sea level rises at a rate of almost 2.4 mm/year for 15 years from 1967 and at a rate of 2.8 ± 0.8 mm/year from 1993 to the end of the record. There are brief interruptions in the rise in the mid 1980s and the early 1990s.

Van 1880-1935 was de trend 1.1 mm/jaar en vanaf 1936 1.8 mm/jaar, deze versnelling heeft dus ná 1935 plaatsgevonden.

Het is echter een aanzienlijk geringere versnelling dan van -2 mm/jaar (1962-1967) naar de +2.4 mm/jaar vanaf 1967. De grootste versnellingen vonden dus plaats vanaf 1967.

Mijn bezwaar is slechts de aansluiting die sommigen zomaar willen maken van een trend van 1.9 mm tweede helft vorige eeuw naar de 3,2 mm die de laatste 20 jaar is gemeten met satellieten of de 2,8 mm gemeten met tidal gauges. Ik denk dat ik daar sterke argumenten voor heb aangedragen die te vinden zijn in #3.

Je hebt helemaal geen argumenten ‘aangedragen’. De 1.9 mm/jaar over de periode 1961-2009 en de 2.8 mm/jaar over 1993-2009 is gemeten met hetzelfde netwerk met getijdenmeters.

Dat geldt ook voor de zeespiegeldaling over 1962-1967, gevolgd door die stijging van 2.4 mm/jaar na 1967.

Als jij ‘argumenten’ hebt die volgens jou aan kunnen tonen dat Church et al. 2011 (of ander onderzoek) onjuist is, waarom verwoord je deze dan niet tot heldere, toetsbare hypothesen? Zo werkt het namelijk: als er fouten in een onderzoek gemaakt zijn (en dát is wat jij suggereert en impliceert) dan is het niet zinnig om een beetje vaagjes met je armen (of flippers) te gaan zwaaien en twijfel te verspreiden.

Nee, dan kan je het helder verwoorden zodat dit a.d.h.v. de metingen getoetst kan worden – Church en White doen dat ook: zij geven precies aan hoe hun methode werkt en bijvoorbeeld hoe groot of klein de onzekerheidsmarges zijn.

Herman Vruggink

@Bob Brand #50

U suggereert dat ik Church et al. 2011 onjuist zou vinden. Dat is op zich merkwaardig, u zou kunnen afleiden uit mijn vorige bijdragen dat ik geen kritiek op de dit rapport heb, slechts kanttekeningen. Maar voor alle duidelijkheid en om het daarna van ons misverstanden lijstje te kunnen halen: Hierbij verklaar ik geen kritiek op Church et al. 2011 te hebben en ook niet op de voorloper uit 2006. Dat kan ook niet anders want het 2006 onderzoek kent een prominente plaats in het IPPC2007 en dat laatste heb ik al tot vervelens toe onderschreven. Waar ik wel moeite mee heb is uw interpretatie van dit onderzoek, die m.i. onjuist is.

U beweert dat de trend 1.9 mm/jaar over de periode 1961-2009 en de verhoging van 2.8 mm/jaar over 1993-2009 is gemeten met hetzelfde netwerk met getijden meters. Dat is uw aanname. Ik heb al aangegeven dat ik daar een vraagteken bij plaats en ook heb ik u al uitgelegd waarom ik twijfels bij uw bewering heb. Vertaalt u deze twijfels a.u.b.niet als ‘twijfels over het onderzoek’. Ik ga het u nu gewoon vragen: Bob Brand, waar staat dat genoemde twee zijn bepaald met hetzelfde netwerk van getijden meters? Zelf ga ik het nu ook op mijn ‘tot do’ lijstje zetten om te gaan achterhalen welke stations er in deze periode gebruikt zijn voor de trend bepaling, maar dat kan nog wel even duren voor dat ik er aan toe kom, dus als u mij vandaag of morgen gewoon keihard met de neus op de feiten wilt drukken? graag! Dan kan dit misverstand ook van het lijstje af.

Ik had u voorgehouden: “Hierbij merk ik slechts op dat de grootste versnelling in de meeste reconstructies ergens in de periode 1890 – 1930 plaatst vindt en dus niet zomaar aan AGW te koppelen valt” Uit uw reactie maak ik op dat ik deze zin moet toelichten. Met versnelling wordt hier bedoelt: ‘een versnelling die langdurig een grotere verhoging (trend) van de zeespiegel tot gevolg heeft.’ Hier gaat het om het woord ‘langdurig’. Ik heb werkelijk geen idee waar de grootste versnelling is te vinden als wij kleine tijdsperioden (5 – 30 jaar) er bij betrekken. U mag het wat mij betreft zeggen. Alle kleine hobbeltjes en bobbeltjes lijken mij in deze beschouwing minder interessant. Kijkt u ook eens naar figuur 2 in C&W 2006 waar de decadal trend mooi is weergegeven. Het maakt ook direct duidelijk waarom we niet over een korte periode zomaar een conclusie mogen trekken.

Vervolgens kijken wij naar de grafiek. In het rapport 2011 is deze niet zo duidelijk, maar gelukkig hebben wij de door u ingebrachte figuur nog. Het is dan wel data van Church & White 2006, maar ik kan mij eigenlijk moeilijk voorstellen dat de data wezenlijk anders is dan in 2011. Vervolgens zijn er trendlijnen getrokken, waarbij de knik is gelegd bij 1925. Geen idee eigenlijk door wie deze lijnen in dit plaatje zijn getrokken en waarom. Church & White 2011 geven in woorden verslag, en door u geciteerd, wat wij uit de grafiek kunnen opmaken. De knik in de eerste helft vorige eeuw wordt in dit geval in 1935 gelegd.

U schrijft vervolgens :”Van 1880-1935 was de trend 1.1 mm/jaar en vanaf 1936 1.8 mm/jaar, deze versnelling heeft dus ná 1935 plaatsgevonden.” Nou, ik denk dat we slechts even een blik op de grafiek hoeven te werpen om te zien dat de versnelling voor 1935 heeft plaats gevonden met als gevolg een bij benadering grotere trend na 1935 (1.8 mm/jaar). Zou het kunnen zijn dat u hier de begrippen trend en versnelling door elkaar heen gooit?

U vraagt aan mij om met heldere en toetsbare hypothesen te komen. Zal ik u eens wat zeggen? Dat hoef ik helemaal niet te doen. En weet u waarom niet? de bal ligt namelijk bij u. Het is volstrekt helder waar Church & White 2011 over gaat, het staat er met grote koeien letters boven : “Sea-Level Rise from the Late 19th to the Early 21st Century” Vervolgens wordt in de abstract helder aangegeven wat de bevindingen zijn. Geen enkel woord wordt er gerept over het vaststellen van een significante versnelling pakweg in de laatste 30 jaar. Reken maar van Jazz dat het er groots had gestaan als dat zo was. Er worden twee trends genoemd namelijk : ” The linear trend from 1900 to 2009 is 1.7 ± 0.2 mm year -1 and since 1961 is 1.9 ± 0.4 mm year -1 ” Voor de 1993 -2009 periode van slechts zeventien jaar wordt een “rate of rise” genoemd (3.2 ± 0.4 mm year -1 from the satellite data and 2.8 ± 0.8 mm year -1 from the in situ data.