Een handreiking aan sceptici
Klimaatwetenschapper en directeur van ‘Kennis voor Klimaat‘ Pier Vellinga heeft een tijdje gezwegen. Hij had genoeg van de soms harde aantijgingen. Maar hij is terug met het boek Hoezo Klimaatverandering? Dat hij beschouwt als een handreiking aan sceptici. Voor NRC Handelsblad heb ik hem daarover geïnterviewd (in de krant van afgelopen donderdag). Een paar passages daarvan wil ik hier graag in herinnering roepen.
Vellinga vertelde me onder andere hoe hij, mede nadat hij door het weekblad Elsevier als ‘klimaatalarmist’ was getypeerd, hard werd aangevallen.
‘Er waren mensen die vonden dat het probleem niet bestond. Ik vond van wel, dus was ik in hun ogen een slechte wetenschapper. Zelfs een oud-directeur van TNO stuurde mij hatemails, anderen schreven in hun blogs dat ik moest worden opgeknoopt aan de hoogste boom, omdat ik de wereld met doemverhalen infecteerde.’
Volgens Vellinga, die daags na de publicatie van zijn boek al een debat had met onder anderen Marcel Crok en Salomon Kronenberg, is de wereld van de klimaatscepsis veranderd.
Aanvankelijk werden de sceptische geluiden geëntameerd (en betaald) door de brandstofindustrie, aldus Vellinga. Het was geen onderbouwde kritiek maar pure sabotage en stemmingmakerij. Klimaatwetenschappers waren daar volgens hem zo boos over, dat ze misschien onvoldoende oog hebben gehad voor latere sceptici die met meer wetenschappelijke kritiek kwamen.
‘Nog steeds zijn er veel sceptici met een ideologische boodschap. Zij vinden met middel – ingrijpen in de vrijemarkteconomie door de overheid en misschien zelfs door de Verenigde Naties – veel erger dan de kwaal. Met hen blijft het moeilijk praten. Maar de sceptici met een wetenschappelijke achtergrond moeten we niet negeren. We moeten met ze in gesprek.’
Vellinga merkt dat er op veel punten eigenlijk wel overeenstemming is: de broeikaswerking van CO2, het gebruik van fossiele brandstoffen als een belangrijke oorzaak voor extra broeikasgassen in de atmosfeer, het stijgen van de gemiddelde temperatuur.
‘We verschillen van mening over het aandeel van de broeikasgassen in die opwarming, en over de snelheid waarmee het gebeurt. Veel sceptici geloven niet dat er sprake is van een na-ijleffect. Dat de temperatuurstijging niet gelijk opgaat met de toenemende CO2-concentratie, bewijst volgens hen dat de theorie niet deugt. Volgens mij duurt het even voordat de aarde warmer wordt als de CO2-concentratie toeneemt. Als je de thermostaat in je huis hoger zet, is het ook niet meteen warm.’

