De loopgraven worden verlaten
De staat van het klimaat, de jaarlijkse brochure van de Nederlandse kenniscentra op dit gebied, wordt steeds meer een staat van het klimaatdebat. Gisteren kreeg de nieuwe staatssecretaris Joop Atsma de lustrumuitgave, en hij was er heel blij mee. Al was het maar omdat de betrokken auteurs de klimaatsceptici nu veel serieuzer nemen dan vroeger. Ze schrijven:
Ook is het van belang om systematischer dan tot nu toe de argumenten van ‘klimaatsceptici’ te onderzoeken en te beoordelen op hun houdbaarheid. Dat houdt enerzijds de klimaatwetenschappers scherp en leidt anderzijds tot beleidsrelevante informatie over de diverse klimaatsceptische stellingnames versus de ‘gevestigde’ klimaatwetenschap.
Voor Atsma is dat van groot belang. Hij zit met een gedoogpartner die niets moet hebben van ‘het geloof’ in de opwarming van de aarde. Dus hoewel Atsma gisteren nadrukkelijk zei dat hij ‘niet meegaat met de scepsis dat het allemaal wel mee zal vallen’, liet hij ruimte voor debat: er valt met hem te praten over wat je als mens kunt doen tegen klimaatverandering en ook over de mate waarin de mens ervoor verantwoordelijk is.
Trots herinnerde de staatssecretaris er gisteren aan dat hij nog maar net in functie was, toen hij al uitgebreid sprak met Marcel Crok, auteur van een boek met dezelfde titel als de brochure (maar dan zonder jaartal).
De dialoog met klimaatsceptici, waar Atsma op hoopt (‘we moeten elkaar niet vanuit de bunkers beschieten’, zei hij), is voorlopig vooral een poging om op de eenzijdigheid van de argumentatie van de sceptici te wijzen. Zo staat in de brochure (en hier veel uitgebreider) over de belangrijkste stellingen van Crok:
[Deze stellingen] worden door hem onderbouwd met een beperkte selectie en eenzijdige interpretatie van referenties. Bijvoorbeeld de studie van Ramanathan, die meer opwarmend vermogen toekent aan roet, maar die óók een groter koelend effect aan aerosolen toekent. Dat laatste wordt door Crok echter niet genoemd. Vervolgens haalt hij enkele studies aan van bekende critici zoals Lindzen en Spencer, maar ook van internetartikelen die niet zijn gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften en van internetblogs waaruit zou blijken dat feedbacks eerder leiden tot een dempend effect dan een versterkte opwarming.
De auteurs erkennen wel de noodzaak om beter te communiceren met het grote publiek. Bij voorbeeld door duidelijker te zeggen wat we op het gebied van klimaatverandering zeker weten, wat we bijna zeker weten en waarover nog de nodige twijfel bestaat. Maar toch leest De staat van het klimaat in de eerste plaats als een boekje waarin, na het turbulente jaar 2010 (zoals verschillende sprekers gisteren bij de presentatie zeiden), de bunkers inderdaad zijn verlaten, het schieten grotendeels is gestaakt, maar de status quo voorlopig gehandhaafd blijft.

