Het IPCC en het tegengeluid
Veel van de kritiek spitst zich toe op de persoon van IPCC-voorzitter Rachendra Pachauri. Maar die liet maandag meteen weten dat hij niet vrijwillig zal vertrekken. Hij wil juist krachtig leiding geven aan de hervorming van het IPCC (lees hier zijn toespraak). Westerse delegaties in Korea – inclusief de Nederlandse – zullen geen halszaak maken van zijn aftreden.
De oplossing die de IAC aandraagt voor het leiderschapsprobleem komt hierop neer (uit hun persbericht):
Het IPCC heeft traag en inadequaat gereageerd op de ontdekking van fouten in de meest recente assessment-rapporten, en de leiding van het IPCC wordt verweten dat ze in openbare uitingen haar mandaat om “beleidsrelevant te zijn, zonder beleid voor te schrijven” heeft overschreden. Hierdoor is communicatie een kritiek punt geworden. [In de nieuwe communicatiestrategie] moet de nadruk liggen op transparantie en er moet een plan voorhanden zijn om snel maar weloverwogen te kunnen reageren op crisisgevallen. […] Verder zijn er richtlijnen nodig met betrekking tot de vraag wie namens het IPCC mag spreken en hoe dit binnen de grenzen van de rapporten en het mandaat van het IPCC kan worden ingevuld.
In NRC Handelsblad schrijf ik vandaag onder andere over de vraag wat het klimaatpanel moet met afwijkende wetenschappelijke standpunten. ‘Het IPCC moet een manier vinden om met de verschillen van mening om te gaan’, zegt Louise Fresco, hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van de onderzoekscommissie van de InterAcademy Council (IAC), in dat verhaal.
Volgens de Wageningse hoogleraar Aardsysteemkunde Pavel Kabat, een van de lead authors van het vierde assessment en een review author in het vijfde assessment, moet het IPCC meer oog hebben voor ‘het tegengeluid’, voor de visie van klimaatsceptici. Maar de liefde moet wel van twee kanten komen, vindt Kabat. Hij heeft de afgelopen tijd herhaaldelijk geprobeerd om sceptici te bewegen om hun visie binnen het reguliere onderzoek te onderbouwen, inclusief wetenschappelijke assistentie als dat nodig mocht zijn. Maar de meesten willen dat niet. ‘Ze houden vast aan hun oneliners en dreigen zo het debat uit te hollen’, vindt Kabat.
De wetenschappelijke discussie over klimaat wordt steeds vaker gevoerd via internet en in de media. Dat gebeurt volgens Kabat trouwens niet alleen door de sceptici. Ook reguliere wetenschappers, bijgestaan door de communicatieafdeling van hun universiteit, vragen in de pers steeds sneller aandacht voor hun onderzoek. Tien jaar geleden was zee-ijs nauwelijks een thema, tegenwoordig haalt iedere centimeter smeltend poolijs de krant.
‘Wetenschappers staat onder druk’, zegt Louise Fresco. ‘Er wordt steeds meer van ze gevraagd en er is minder geld. De tijdsdruk is groot.’ Logisch, want de sociale en economische belangen zijn enorm. Het klimaatbeleid gaat inmiddels over honderden miljarden euro per jaar.
Christiana Figueres, de chef van het klimaatbureau van de VN, onderstreepte maandag in een videoboodschap aan het IPCC nog eens het belang van het vertrouwen in de wetenschap (hier het nieuws):
‘…confusion that has arisen recently has dampened the willingness of the public in some countries to support the tough decisions that governments need to make now in order to respond to the full challenge of climate change.’

