Essentie van klimaatbeleid is onzekerheid
,,The politics are poisened”, zegt Michael Oppenheimer in een gesprek tijdens de Delta conferentie in Den Haag, deze week. De vraag was of hij teleurgesteld is in president Barack Obama. Volgens Oppenheimer, behalve hoogleraar in Princeton ook adviseur van de Environmental Defense Fund, is de politiek in Amerika zo vergiftigd, dat ook een grotere persoonlijke bemoeienis van de president met het klimaatbeleid het Congres niet op andere gedachten zou hebben gebracht. ,,Climate change is a victim of that poison.”
Voor het internationale beleid is dat niet goed, erkent Oppenheimer, een van de auteurs uit werkgroep II van de IPCC-assessments (bekijk hier een interview naar aanleiding daarvan). Vooral de landen die nu nog twijfelen of ze actief beleid moeten gaan voeren, zullen aan de kant blijven staan – landen als Australië en Canada. Maar voor bijvoorbeeld China maakt het niet veel uit wat de VS doen. Zij zullen voorlopig doorgaan met hun beleid. Het gevolg: zij winnen de concurrentieslag met de VS over duurzame energie. De vraag is alleen of China dat kan volhouden als de VS hardnekkig volharden in het afwijzen van klimaatbeleid, en daardoor bijvoorbeeld ook geen duurzame producten uit China importeren.
Ook al heeft de klimaatconferentie in Kopenhagen volgens Oppenheimer misschien niet gebracht wat de Europeanen er in hun romantische idee daarover van hadden verwacht, volgens hem is het een grote stap voorwaarts. Voor het eerst hebben ontwikkelingslanden gezegd dat ze ook iets moeten doen, sommige hebben zelfs met cijfers onderbouwd gezegd waartoe ze bereid zijn.
Ook het IPCC heeft volgens Oppenheimer ,,opmerkelijk goed werk” verricht gezien, gelet op de onzekerheden die er bestaan. ,,De verwachtingen over precisie en perfectie zijn veel te hoog gespannen. We moeten natuurlijk harder werken om beter te worden, maar niet suggereren dat het ooit perfect zal zijn. Verbeteringen zijn volgen Oppenheimer wel mogelijk. Hij vindt dat het IPCC transparanter moet werken en duidelijker moet zijn over het niveau van onenigheid.
Maar we moeten ook niet overdrijven, zegt Oppenheimer. Wetenschappers met een afwijkend standpunt hebben volgens hem altijd binnen het IPCC altijd een stem gehad. ,,Soms maken ze daar onvoldoende gebruik van, omdat ze het gevoel hebben dat er toch niet naar ze wordt geluisterd. Dat kun je voorkomen door minder te benadrukken waar we het over eens zijn, en ook te laten zien waar de meningsverschillen bestaan.”
Een van de dilemma’s, zegt Oppenheimer, is dat beleidmakers niet houden van onzekerheden. Zij vragen steeds weer om cijfers. Maar onzekerheid is juist de essentie van het probleem.
,,Het is het hele verhaal. Het gaat erom dat we zeggen wat de mogelijkheden zijn. En wat past bij de verschillende uitkomsten. En dat op een manier die begrijpelijk is voor het grote publiek.
Bent u niet soms bang dat u ongelijk hebt?
,,Ongelijk hebben is misschien wel de ergste nachtmerrie voor een wetenschapper. Maar ik moet ook nederig genoeg zijn om te erkennen dat ik natuurlijk regelmatig ongelijk heb. Dat hoort bij het leren. Als we niks leren, komen we nergens. Dat betekent dat we flexibel genoeg moeten zijn om met die voortdurende wetenschappelijke onzekerheid om te gaan. We moeten ons voorbereiden op verrassingen, op uitkomsten die heel anders zijn dan we hadden verwacht.”
Die flexibiliteit, is Oppenheimers stelling, kun je alleen volhouden in een duurzame samenleving (bekijk ook deze lezing).
