Hitte en eerherstel
Het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de conclusies van het IPCC tegen het licht gehouden en vastgesteld dat die nog stevig overeind staan. Als je het rapport er goed op naleest, kom je inderdaad geen grote fouten tegen. Maar wel veel onnodige slordigheden. Dit schreef Karel Knip vorige week in NRC Handelsblad:
In deze samenvatting trof het PBL binnen een tabel met 32 hoofdconclusies een notitie aan over het aantal Afrikanen dat te lijden kan krijgen van droogte die behoedzamer was dan noodzakelijk. Van zes andere hoofdconclusies was onduidelijk hoe men tot het oordeel was gekomen, al was dat in het onderliggende rapport wel terug te vinden. In andere gevallen werden tamelijk lokale effecten te luchthartig naar regionale veranderingen vertaald. In de literatuurverwijzingen zaten nogal veel slordigheden.
Zo is de conclusie dat er een toename te verwachten is van het aantal bosbranden in Noord-Azië eigenlijk niet uit het bijbehorende hoofdstuk af te leiden. En dat er in Australië na 2050 naar verwachting tussen de 3.000 en 5.000 hittedoden vallen, komt niet alleen door klimaatverandering. Dat er in Azië in de toekomst minder zoet water beschikbaar is, kun je niet zomaar concluderen uit het aangevoerde bewijsmateriaal. En zo stikt het van de kleine, hinderlijke foutjes.
Het PBL doet een aantal nuttige aanbevelingen om die in de toekomst te voorkomen. Die je zou kunnen samenvatten met een zin uit een ander rapport, namelijk dat over de temperatuurreconstructies en gestolen e-mails van de CRU:
Climate science is a matter of such global importance, that the highest standards of honesty, rigour and openness are needed in its conduct.
Ook de CRU krijgt in het rapport onder leiding van Muir Russell eerherstel. Er hoeft niet getwijfeld te worden aan de accuratesse en de integriteit van de wetenschappers. Zij hebben op geen enkele manier met hun optreden de conclusies van het IPCC ondermijnd. Er zijn geen aanwijzingen dat hun werk onbetrouwbaar is en van misleiding is geen sprake.
Maar ook in dit geval is de kritiek alles bij elkaar fors. Meer transparantie is een absolute vereiste, serieuze verzoeken om informatie moeten zorgvuldig worden beantwoord. Twee conclusies licht ik er hier uit:
On the allegation of withholding station identifiers we find that CRU should have made available an unambiguous list of the stations used in each of the versions of the Climatic Research Unit Land Temperature Record (CRUTEM) at the time of publication. We find that CRU‟s responses to reasonable requests for information were unhelpful and defensive.
En:
On the allegation that the references in a specific e-mail to a „trick‟ and to „hide the decline‟ in respect of a 1999 WMO report figure show evidence of intent to paint a misleading picture, we find that, given its subsequent iconic significance (not least the use of a similar figure in the IPCC Third Assessment Report), the figure supplied for the WMO Report was misleading. We do not find that it is misleading to curtail reconstructions at some point per se, or to splice data, but we believe that both of these procedures should have been made plain – ideally in the figure but certainly clearly described in either the caption or the text.

