Een opvallende eensgezindheid
Er was sprake van een opvallende eensgezindheid tussen beide kampen – als ik het zo mag noemen – over een nieuw onderzoek door de Universiteit Utrecht in opdracht van het Rathenau Instituut. Het onderzoek gaat over de relatie tussen wetenschap en beleid.
Een belangrijke conclusie luidt: politici moeten vooral niet denken dat de controverse over klimaatverandering binnen afzienbare tijd zal worden opgelost. Om vervolgens een beleid uit te stippelen dat door alle partijen gedeeld kan worden.
‘Beleid eist een stand van de kennis die de wetenschap niet kan leveren’, zei onderzoeker Jeroen van der Sluijs. Hij hield de Kamerleden voor dat het geen zin heeft om te wachten tot de wetenschap uitsluitsel geeft. Dat moment zal niet komen.
Impliciet is dat ook kritiek op het IPCC. Dat zou beter kunnen stoppen met de poging om de mate van zekerheid over klimaatverandering te berekenen. De focus op consensus gaat ten koste van de afwijkende mening. Of, zoals (scepticus) Salomon Kroonenberg het tijdens de hoorzitting zei: door de wens om te komen tot consensus, vallen wij erbuiten.
Ik weet niet meer wie het zei, maar een van de deelnemers vond dat de hoorzitting liet zien dat een gesloten bolwerk helemaal niet nodig is. Goed, zei Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, maar dan moet iedereen zich wel houden aan de spelregels die in het wetenschap gelden. Dus bijvoorbeeld niet eindeloos allerlei weerlegde standpunten blijven herhalen.

