India lijdt aan het meepraat-syndroom
Dat is geweldig, vonden verschillende westerse landen. Want eigenlijk is dit een verkapte manier van India om te erkennen dat het land verplichtingen op zich moet nemen. Critici in India zijn over de minister heen gevallen. India legt zijn troeven veel te vroeg op tafel, vindt bijvoorbeeld The Economic Times. Misschien dat het als wisselgeld in Kopenhagen nog kan worden ingebracht, maar waarom zou je dat nu al voorstellen. De krant vreest dat India weer eens last heeft van zijn mogen-meepraten-syndroom (“India now sits at the high table” syndrome).
Ramesh had een stevig interview nodig om uit te leggen dat het allemaal niet zo bedoeld is. Natuurlijk controleert het parlement, en alleen het parlement, binnenlandse klimaatprojecten. Dus als India iets doet om klimaatverandering tegen te gaan en dat uit eigen zak betaalt, hoeven buitenlanders dat verder niet in de gaten te houden. En onze binnenlandse plannen hebben, zegt Ramesh, ook helemaal niets te maken met wat westerse landen moeten doen.
Nee, wat de minister alleen maar wilde zeggen was, dat India bereid is zijn klimaatplannen vaker aan de UNFCCC te melden dan eens in de zes jaar, zoals in Kyoto is afgesproken. India wil zeker geen dealbreaker zijn in Kopenhagen, zegt Ramesh, maar de westerse landen moeten goed beseffen dat India in december in Kopenhagen opstapt als het gedwongen wordt verplichtingen op zich te nemen.
Want India mag qua CO2-uitstoot weliswaar het vijfde land ter wereld zijn, de emissies per hoofd van de bevolking zijn nog steeds heel laag. En daar gaat het om. Ramesh maakte bovendien van de gelegenheid gebruik om de VS te kapittelen voor hun klimaatplannen. En daarmee zijn we weer helemaal terug bij het oude Indiase standpunt.

