Klimaatmodellen en het echte leven
De Britse milieuactivist Mark Lynas (1975) heeft zijn wilde haren wel een beetje verloren. In 2001 toen ‘sceptical environmentalist’ Bjorn Lomborg Oxford bezocht gooide hij hem nog een taart in het gezicht. Tegenwoordig geeft Lynas lezingen, schrijft hij boeken en werkt hij samen met een groep wetenschappers aan de kwantificering van ecologische problemen. Ook heeft hij de Maldiven geadviseerd hoe ze de stap kunnen zetten naar een klimaatneutrale energievoorziening.
Voor zijn boek Six Degrees, waarin hij op basis van de klimaatmodellen van het IPCC schetst wat er kan gebeuren bij een opwarming van tussen één en zes graden Celsius, ontving hij vorig jaar een prijs van de Royal Society.
In een interview dat ik deze week met hem had (en dat vandaag in NRC Handelsblad verschijnt) noemt hij het idee om CO2-emissies aan te pakken onzinnig:
‘We moeten het probleem bij de bron aanpakken: we weten hoe groot de concentratie van kooldioxide in de atmosfeer mag zijn, dus ook hoeveel fossiele brandstoffen we jaarlijks mogen gebruiken. Meer olie, gas en steenkool moeten we dus niet produceren. Door het aanbod te beperken krijgen fossiele brandstoffen een reële prijs.’
In de visie van Lynas is klimaatverandering slechts één element in een ecologisch drama. Hij zoekt naar een systeem waarin alle belangrijke facetten van het milieu een waarde vertegenwoordigen. Door die waarde in kaart te brengen kan een eerlijker beeld ontstaan van de kosten van economische activiteiten:
‘Biodiversiteit, zoetwatervoorraad, landgebruik, ozonlaag, stofdeeltjes in de atmosfeer, oceaanverzuring – ze vormen één geheel. Als je er een onderdeel uitpikt, kan het ergens anders fout gaan. Dat is gebeurd met biobrandstoffen. Die leken goed voor het klimaat, maar ze kosten te veel schaarse grond, te veel water en ze zijn slecht voor de biodiversiteit.’
Kijk ook hier voor een interview met Lynas naar aanleiding van zijn boek:
En hier:

