EU zoekt een plek in het klimaatcircus
In Bonn is deze twee weken weer het klimaatcircus neergestreken. Voor het eerst wordt daar nu serieus onderhandeld over het ontwerpakkoord voor de top van december in Kopenhagen. De tekst kan niet helemaal verkeerd zijn, want de verschillende kampen hebben allemaal kritiek.
Wat die kampen betreft lijkt de strijd zich steeds meer te voltrekken tussen het Westen en de ontwikkelingslanden. Opvallend is daarbij de stem van Europa. In het verleden stelde de EU zich vaak op als steun voor de arme landen, maar de afgelopen dagen ontpopte de EU zich volgens milieuorganisaties als een struikelblok.
Wel was iedereen het eens met de Indonesische minister van Milieu die, zoals blijkt uit dit bericht, aandacht vroeg voor de oceanen. Wat overigens nog niet betekent dat de Manado Ocean Declaration, die eerder op een conferentie in Indonesië is aangenomen, een officieel stuk wordt bij de klimaatonderhandelingen.
Europa heeft het op dit moment moeilijk. Het kon zich in het verleden altijd profileren als de grote voorvechter van het klimaat (en nog steeds gaan de Europese doelstellingen voor de komende jaren het verst), tegen de Verenigde Staten. Maar de Amerikanen vertellen nu tegen iedereen die het horen wil, dat ze het klimaat serieus nemen en actie gaan ondernemen (al moet nog worden afgewacht wat dat in de praktijk betekent).
Steeds vaker ook trekken de VS samen op met China, de twee grootste klimaatvervuilers. En als dat niet direct gebeurt dan wordt er in ieder geval regelmatig voor gepleit – zoals in dit heldere pleidooi waarin wordt uitgelegd dat beide landen elkaar nodig hebben.
Hoe? Misschien moeten beide partijen daarvoor het nieuwste rapport (of de samenvatting) van het UNEP eens goed lezen. Daarin wordt gepleit voor meer aandacht voor natuurbehoud. Op dit moment worden miljarden geïnvesteerd in het zoeken naar manieren om kooldioxide ondergronds op te slaan, terwijl de natuur gratis opslagplaatsen ter beschikking stelt.

