Debat is terug bij het taaie gesprek
Het enthousiasme is alweer een beetje voorbij. Begin vorige week werden de Amerikaanse klimaatdiplomaten in Bonn nog met luid applaus ontvangen. In een eerder blog citeerde ik Todd Stern die sprak over zijn blijdschap om ‘terug te zijn’ aan de onderhandelingstafel. Maar na twaalf dagen aan die tafel blijken de VS toch weer een taaie gesprekspartner.
Nieuw is dat de VS bereid zijn een concrete reductie van CO2 op zich te nemen. Oud is dat ze dat niet op de korte termijn willen doen. In tegenstelling tot Europa voelen de VS er niks voor om al voor 2020 afspraken te maken. Tijdens zijn verkiezingscampagne zei Barack Obama nog dat hij de uitstoot van broeikasgassen in 2020 wilde terugbrengen naar het niveau van 1990. Om daarna te komen tot een reductie met 80 procent van dat niveau in 2050. Milieugroepen zijn teleurgesteld over de resultaten.
Ontwikkelingslanden verwijten de rijke landen dat ze lang niet ver genoeg gaan. Zij bepleiten ten minste een halvering van de uitstoot in 2020. Maar de Amerikaanse onderhandelaar Jonathan Pershing, deed dat deze week af als ‘een openingsbod in de onderhandelingen’. Pershing maakte vooral duidelijk dat de VS zich niets laten voorschrijven. ‘Amerikaans beleid is iets dat we in eigen land ontwikkelen’, zei hij volgens The New York Times. Over de financiering van klimaatbeleid, over de mate van reductie en over het moment waarop die wordt gerealiseerd gaat volgens Pershing alleen het Congres.
Door die afwachtende houding van de VS, durven ook andere landen geen toezeggingen te doen. ‘Landen zijn heel, heel nerveus om met iets te komen zonder dat ze de Amerikaanse cijfers kennen’, zegt VN-onderhandelaar Harald Dovland. De teleurgestelde Chinese onderhandelaar was wat minder diplomatiek: ‘Er is een gebrek aan belangstelling voor echte betrokkenheid.’

