Pas op, er is weer een wondermiddel
Er is een nieuw wondermiddel in de strijd tegen klimaatverandering. Biochar, houtskool in een geconcentreerde vorm. Bij de productie wordt biomassa ontleed in houtskool, gas en een taaie vloeistof. De laatste twee kunnen worden gebruikt als brandstof in de transportsector. En de houtskool is een prima meststof en mogelijk zelf ook een nieuwe brandstof.
Zoals eerder bleek met biodiesel zijn wondermiddelen zelden risicoloos. Een groep van 147 organisaties heeft er daarom in Bonn, waar op dit moment besprekingen zijn in de aanloop naar de klimaatconferentie van Kopenhagen aan het einde van het jaar, in een verklaring voor gepleit om biochar voorlopig buiten een nieuw klimaatakkoord te houden.
Veel landen pleiten ervoor om de productie van biochar te beschouwen als een manier om kooldioxide te reduceren en dus te gebruiken als een aftrekpost voor CO2-emissies. Biochar-projecten zouden volgens de voorstanders een onderdeel kunnen zijn van het clean development mechanism in de opvolger van het Kyoto-protocol.
Volgens critici zijn er daarvoor echter nog te veel wetenschappelijke onzekerheden. Bovendien bestaat de vrees dat het middel, net als bij sommige andere vormen van biobrandstof, erger is dan de kwaal. Stimulering van biobrandstof kan landen lui maken als het gaat om energiebesparing. En in hun enthousiasme voor biochar dreigen monoculturen te worden gecreëerd, zoals de productie van brandstof uit palmolie heeft geleid tot houtkap in tropisch regenwoud.


