Botsing van klimaat en ontwikkeling
De Britse econoom Nicholas Stern zei het onlangs nog: de twee grote wereldcrises van dit moment, klimaat en armoede, kunnen alleen in samenhang worden opgelost. De rijke landen mogen niet van ontwikkelingslanden verwachten dat ze – om het klimaat te redden – hun economische groei en de bijbehorende extra uitstoot van broeikasgassen beperken. Dus als de wereld wil dat die uitstoot daalt – en dat is zo - zullen de geïndustrialiseerde landen dat mogelijk moeten maken.
Op dit principe is het Greenhouse Development Rights framework gebaseerd dat is ontwikkeld door EcoEquity (een Amerikaanse denktank) en het Stockholm Environmental Institute. In een nieuw rapport, dat door de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO is gepubliceerd, hebben ze de consequenties van het GDR framework geanalyseerd voor Nederland.
Eerst wat cijfers: Nederland zou verantwoordelijkheid moeten nemen voor 1 procent van alle uitstoot(kosten). Dat betekent het terugdringen 175 megaton CO2-equivalent. Verder zou Nederland 1 procent van alle kosten die ontwikkelingslanden moeten maken om zich aan klimaatverandering aan te passen op zich moeten nemen.
Het is een streng, veeleisend rapport. ‘De dubbele verplichting die Nederland heeft is zo groot dat die op grond van het politieke realisme van dit moment totaal onhaalbaar lijkt’, schrijven de auteurs. ‘Maar, de belangrijkse conclusie van onze analyse is dat verplichtingen van deze omvang [...] uiteindelijk absoluut noodzakelijk zijn voor een serieus en effectief klimaatbeleid’. Niet zeuren dus, niet marchanderen, doen.
Natuurlijk valt er van alles aan te merken op de cijfers in dit rapport. De stelligheid van de 2 graden Celsius grens, de omrekening daarvan in een kooldioxide-equivalent suggereren een exactheid die in twijfel getrokken kan worden. Maar dat doet niets af aan de eis, die overigens aan alle landen gesteld kan worden: dat Nederland werkt op basis van wetenschappelijk en ethisch realisme.


