*

De ijsbeer heeft het warm :: nrc.nl

De ijsbeer heeft het warm

IJsberen in een natuurpark in Canada (Foto AP)

IJsberen in een natuurpark in Canada (Foto AP)

Het zijn de vijf Arctische landen (Canada, Denemarken, Noorwegen, Rusland en de VS) die in een verdrag uit 1973 de verantwoordelijkheid op zich hebben genomen om de ijsbeer te beschermen. Maar het is de hele wereld die nu voor de grootste bedreiging zorgt. Dat is de conclusie van een bijeenkomst, deze week in het Noorse Tromsø, van de vijf landen; de eerste sinds de ondertekening van het verdrag.

Destijds leek het voldoende om een verbod in te stellen op de jacht op ijsberen – behalve op beperkte schaal door de lokale bevolking. Maar intussen is klimaatverandering het grootste gevaar voor de ongeveer 20.000 tot 25.000 ijberen in het wild.

Onderzoekers constateren dat ijsberen kleiner worden, dat ze moeilijker prooi kunnen vinden en mede daarom vaker ook elkaar aanvallen. Doordat de soort lijkt te verzwakken en de populatie daalt, vormt ook de jacht een grotere bedreiging. Hoewel officieel alleen de inheemse bevolking dat recht heeft, blijkt uit deze reportage in The Independent, dat wie goed betaalt best even jager mag spelen.

IJsbeer in Canada (Foto AFP)

IJsbeer in Canada (Foto AFP)

Deze zomer was ik op Spitsbergen. Daar vertelde Kris Migala, wetenschapper op het poolstation Hornsund, dat ze bijhouden hoeveel ijsberen er jaarlijks langskomen (gelardeerd met foto’s van beren die nieuwsgierig voor de deur van hun station snuffelen). Het worden er ieder jaar minder. Vier jaar geleden telden ze in één jaar nog driehonderd ijsberen, vorig jaar waren het er slechts tachtig.

Migala zei nadrukkelijk dat hier geen wetenschappelijke conclusies aan verbonden kunnen worden, maar dit soort statistiekjes bevestigen wel de belangrijkste conclusie van de bijeenkomst in Tromsø, dat bescherming van de ijsbeer afhankelijk is van het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Even leek deze slotverklaring het niet te halen, omdat Canada schijnt te hebben tegengestribbeld. Maar dat is goedgekomen. Al gingen de deelnemers niet zover – zoals met name gastland Noorwegen graag had gewild – dat de klimaatonderhandelaars van de VN tot actie werden aangespoord.

Geplaatst in:

8 reacties op 'De ijsbeer heeft het warm'

Hans Labohm

Volgens deze informatie gaat het (erg) goed met de ijsberen:

Bron: http://www.animalinfo.org/species/carnivor/ursumari.htm#Population

Population Estimates:
[Note: Figures given are for wild populations only.]

WORLD
1965: About 10,000 (IUCN 1966)
1967: About 10,000 (Schuhmacher 1967)
1972: Roughly estimated at 20,000 (DeMaster & Stirling 1981)
1983: Perhaps 20,000 (Nowak & Paradiso 1983)
1996: 20,000 – 30,000 (Watson 1996)
1997: 22,000 – 27,000 (Garner 1997)
1998: 22,130 – 27,030 (Truett & Johnson 2002)
2001: At least 22,000 (Schliebe 2001)
2002: 21,500 – 25,000 (Lunn et al. 2002)
2005: 20,000 – 25,000 (Polar Bear Spec. Gr. 2005)
2006: 20,000 – 25,000 (IUCN 2006)

Zie ook:
http://www.ncpa.org/pub/ba610/

Conclusion. Studies submitted to the FWS in support of listing the polar bear are based on flawed forecasting methods and incomplete data. Environmental lobbyists regularly say that environmental policy should be driven by the science, not politics. Based on this standard, there is no justification for listing the polar bear as threatened under the Endangered Species Act at this time. To the contrary, the best available science shows that polar bears have flourished and their population has increased dramatically during the past century of warming.

Jan de Graaff

Ook een wetenschapsjournalist hoort kritisch te zijn. In de jaren zestig waren er nauwelijks nog 10000 ijsberen. Sindsdien is het aantal flink gegroeid, tot de door u genoemde 20 a 25.000 ijsberen. Als het aantal ijsberen parallel zou lopen met de klimaatverwarming, dan zouden de aantallen teruggelopen zijn. Ook het verhaal dat ze kleiner zijn geworden , is wetenschappelijk niet vastgelegd. Evenmin als de bewering dat de ijsberen kleiner zijn geworden en tot kannibalisme zouden overgaan, zoals ook op deze conferentie is verkondigd. Persoonlijk heb ik sterk het gevoel dat men de ijsbeer tot een soort symbolische slachtoffer van de klimaatverandering probeert te maken. Eerder zouden ijsberen verdrinken omdat er geen ijs meer was. Ook dat was uit de dikke duim gezogen. Wetenschapsjournalistiek moet zich niet identificeren met de lobby tegen klimaatverandering, maar moet wetenschap kritisch – nadenkend – tegen het licht houden.

Wim Boon

Gewoon een broodje aap verhaal om de eigen subsidie in stand te houden. De ijskap op de Noordpool groeit al weer flink aan en al zou hij wegsmelten dan is Groenland groot zat en het ijs daar groeit sowieso aan. Die klimaatreligie mag onderhand wel eens ophouden. De temperatuur op aarde stijgt al 10 jaar niet meer en de zeespiegel stijgt ook al helemaal niet. Alleen een zootje profiteurs en een stelletje zelfhaters houdt deze klimaatflauwekul in stand. En dit domme volk slikt dit alles voor zoete koek.

Paul Metz

Het lot van dieren in de opwarmende poolzone is geen onderwerp van de klimaatwetenschap in enge zin, maar past wel bij deze blog. De reacties van de Graaff en Boon over aantallen en gewicht zijn loze beweringen, want niet met wetenschappelijke bronnen onderbouwd. Dat geldt ook de passage over het aangroeien van de poolkap en Groenland.
Ik zou me kunnen voorstellen dat ijsberen in de afgelopen decennia ook last of voordeel hebben gehad van andere factoren, bijv toxische stoffen als Aldrin en DDT en hun voedsel beschikbaarheid. De wetenschappers in deze genoemde conferentie hebben dit ongetwijfeld meegenomen in hun analyse en dan is hun verwachting niet alleen gebaseerd op de getallen in de statistiek hierboven, maar ook op andere relevante factoren en verklaringen.

Stef Bots

@Paul Luttikhuis.

Zoals Hans Labohm aantoont is er geen eenduidig bewijs dat het perse slecht gaat met de populatie ijsberen. Dit is overigens wel te verwachten op basis van het in rap tempo afsmelten van de noordelijke ijskap, waardoor nu al delen van de gebieden waar de ijsbeer doorgaans foerageert, per jaar drie weken minder met ijs zijn bedekt. Fundamenteel geldt ten aanzien van de habitat van ijsberen: geen ijs, geen zeehonden en dus ook geen voedsel en dus minder ijsberen. De laatste jaren is er wel degelijk, ook in het overzichtje van Labohm enigszins waarneembaar, sprake van een daling. Over de periode tot 1965 zijn er eigenlijk nauwelijks betrouwbare tellingen, dat gebeurde gewoonweg niet. Wel bekend is dat tot 1970 grootscheeps op ijsberen werd gejaagd. Met de komst van de International Agreement on Polar Bear in 1970 is hier paal en perk aan gesteld. Daarna is de populatie weer toegenomen. Na 1995 is een dalende trend waar te nemen die echter weer om een verklaring vraagt.

Maar de elementaire constatering blijft dat als er in historisch perspectief wordt geanalyseerd, de trend niet eenduidig is, zie ook http://pbsg.npolar.no/en/status/status-table.html. In dat geval kan men de biologen beter verder laten werken tot zij wel tot eenduidige tellingen komen en/of de populatie in de komende jaren wel overtuigend daalt. Dat laatste is ten zeerste te verwachten maar zal toch eerst eenduidig moeten worden aangetoond. Tot die tijd past het om niet meteen verhalen te publiceren over zaken die niet eenduidig aangetoond kunnen worden. Dat bevordert geen heldere discussie over de klimaatproblematiek.

Tegelijkertijd geldt ook een bedenking ten aanzien van de door Labohm geciteerde conclusie van het NCPA: “To the contrary, the best available science shows that polar bears have flourished and their population has increased dramatically during the past century of warming”. Wat hier namelijk niet wordt gezegd is dat de toename van de populatie na 1970 tot 1995 te danken is geweest aan bescherming van de ijsbeer tegen overbejaging.

@Wim Boon.

Zoals vaak te doen gebruikelijk bij klimaatskeptici bedient Boon zich van misplaatste diskwalificaties en een hoop onwaarheden. Voor zover dit klimatologische conclusies betreft, zijn deze van zelfs van een tenenkrommend gehalte.

Misplaatste diskwalificaties: “zootje profiteurs en een stelletje zelfhaters”. Toch altijd weer erg leerzaam maar erg naargeestig te moeten zien hoe men zich in discussies bedient van dergelijke scheldpartijen. Het geeft te denken. We zullen eens zien wat er van Boon’s beweringen zelf overblijven indien deze langs de maatlat worden gelegd.

“De ijskap op de Noordpool groeit al weer flink aan en al zou hij wegsmelten dan is Groenland groot zat en het ijs daar groeit sowieso aan”.

Deze bewering van Boon bestaat uit een twee onderdelen: (1) het ijs van de Noordpool groeit alweer aan, (2) de ijskap van Groenland groeit sowieso aan.

(1) “Het ijs van de Noordpool groeit alweer aan”.

Nu ben ik erg benieuw waar Boon deze informatie vandaan haalt. Laten we gaan kijken op de website van het Amerikaanse National Snow and Ice Data Center, het belangrijkste wetenschappelijke instituut dat data genereert en bijhoudt over de sneeuw en ijs en dat gebruik maakt van NASA satellieten (http://nsidc.org/news/press/20081002_seaice_pressrelease.html). De conclusies: “Arctic sea ice extent during the 2008 melt season dropped to the second-lowest level since satellite measurements began in 1979 (…) The 2008 season strongly reinforces the thirty-year downward trend in Arctic ice extent. The 2008 September low was 34% below the long-term average from 1979 to 2000 and only 9% greater than the 2007 record”.

Het zit zo: in de zomer smelt de Arctische ijskap door de zomerwarmte en in de winter groeit deze natuurlijk weer aan. Sinds 1979, toen aangevangen werd met de satelliet waarnemingen van ijskappen, gletsjers en sneeuwbedekking, is het zgn. zomerminimum (dat ergens optreedt begin september) in de omvang van de ijsbedekking op de Noordpool aan het afnemen. De laatste jaren is hierin een versnelling opgetreden. Ook is de maximale ijsbedekking in de winter (die optreedt ergens begin maart) aan het afnemen.

Ik mag toch hopen dat Boon de winterse ijsaanwas niet aanziet voor de “flinke aangroei” van de ijskap die hij in al zijn stelligheid meent te zien? Want verder zijn alle waarnemingen in strijd met zijn bewering. Maar ik neem aan dat hij doelt op 2008 want dat is, in de ogen van de klimaatskeptici, ‘zie je nu wel’, een “buitengemeen koud jaar”.

De klimaatskeptici verkneukelen zich erg bij het relatief koudere jaar 2008. Echter, de meteorologische tijdreeksen laten zien dat 2008 helemaal niet zo bijzonder koud was: 2008 was weliswaar wereldwijd het koudste sinds 2000 maar het is altijd nog het 8e warmste jaar sinds het begin van de systematische temperatuurmeting (1850). Bron: World Meteorological Organization en de NASA die ook een eigen meteorologisch instituut kent. Het is dus logisch dat de ijskap op het einde van de zomer weer wat groter blijft dan in het recordjaar 2007. Feitelijk was 2008 echter het jaar met de op één na grootste vermindering van de zomerse ijsomvang. NSIDC senior wetenschapper Mark Serreze hierover: “When you look at the sharp decline that we’ve seen over the past thirty years, a ‘recovery’ from lowest to second lowest is no recovery at all. Both within and beyond the Arctic, the implications of the decline are enormous.”

(2) “De ijskap van Groenland groeit sowieso aan”.

Klimaatskeptici zijn sterk erin om af en toe met bombarie waarnemingen uit hun verband te lichten en er dan mee aan de haal te gaan.

Eerst maar het verband. Volgens de bestaande klimatologische inzichten zal een opwarming van de koude en relatief droge (aride) poolgebieden leiden tot twee verschijnselen: in Groenland betekent dat enerzijds een toename van de neerslag, in dergelijke koude gebieden dus vooral sneeuw en dan met name in de hoger gelegen middengebieden, anderzijds en tegelijkertijd een versnelling in het afsmelten van de gletsjers aan de rand. Het saldo tussen verhoogde neerslag en afsmelten van de randgletsjers is echter netto een vermindering van het totale ijsvolume van de ijskap.

Dus ja, Boon heeft uit de berichten goed begrepen dat de ijskap op Groenland in het midden in hoogte toeneemt. Maar nee, dit is absoluut geen bewijs dat de ijskap van Groenland “sowieso” aan het aangroeien is. Integendeel, de toegenomen neerslag bewijst dat het warmer aan het worden is op Groenland en omstreken en komt geheel overeen met de klimatologische inzichten en publicaties van het IPCC. Wederom op de website van de NASA kan men hiervan kennis nemen: http://climate.jpl.nasa.gov/keyIndicators/ en http://grace.jpl.nasa.gov/news/index.cfm?FuseAction=ShowNews&NewsID=6. De conclusies daar laten niets aan onduidelijkheid over, kort en bondig: “Greenland is losing continental ice at a rapid pace”, momenteel (laatste update jaar 2008) in een tempo van netto 58 – 97 km3 per jaar.

Boon vervolgt zijn betoog met verdere constateringen: “De temperatuur op aarde stijgt al 10 jaar niet meer en de zeespiegel stijgt ook al helemaal niet”. Ook deze delen we even op: (3) “De temperatuur op aarde stijgt al 10 jaar niet meer” en (4) “De zeespiegel stijgt ook al helemaal niet”.

(3) “De temperatuur op aarde stijgt al 10 jaar niet meer”.

De temperatuur op aarde wordt gemeten door globaal vier meetmethoden: 2 methoden maken gebruik van satellietwaarnemingen van de temperatuur in de lagere luchtlagen (troposfeer) en 2 methoden van metingen aan de grond (de gewone meteorologische meetstations die al fungeren sinds 1850). De 2 methoden die gebruik maken van grondmetingen laten sinds 1850 een temperatuurstijging zien met enige onderbrekingen. De satellietwaarnemingen zijn gestart in 1978 en tonen sinds dat jaar eveneens een onafgebroken stijging, alleen in aanvang een stuk minder. Dit laatste bleek te worden veroorzaakt door meetproblemen.

Zo was bijv. geen rekening gehouden met het verval (depreciatie) in de aardbaan van de betrokken satellieten: zoals alle kunstmanen verliezen zij door de zwaartekracht van de aarde langzaamaan hoogte om uiteindelijk weer neer te storten. Deze depreciatie veroorzaakte een onderschatting van de temperatuur. Deze fouten zijn inmiddels hersteld (en ook erkend door de betrokken wetenschappers, zoals Spencer en Christy, waarvan Spencer zelf ook een klimaatskepticus genoemd kan worden). De metingen door satellieten blijven over het algemeen de temperatuur iets lager inschatten maar geen van vier methoden laat misverstand over de trend in het temperatuurverloop: een stijging.

Heel veel misverstand is er ook niet mogelijk want deze temperatuurstijging blijkt ook uit een serie andere waarnemingen:
- afsmelten van de Arctische ijskap en die van Groenland en van de gletsjers in de gebergten wereldwijd, en in van jaar tot jaar versneld tempo
- het steeds langer worden van het groeiseizoen van planten
- het opschuiven van het leefgebied van tropische en subtropische plant- en diersoorten naar (voorheen) koelere gebieden
- verandering in weerpatronen wereldwijd die over het algemeen precies overeen komen met de klimatologische inzichten
- stijging van de zeespiegel.

De beweringen van klimaatskeptici over het feit dat de aardtemperatuur de afgelopen 10 jaar, zijn gebaseerd op de satellietwaarnemingen door Spencer en Christy. Deze waarnemingen laten, na de door dezen geaccepteerde methodologische correcties, helemaal geen stabilisering van de aardtemperatuur zien maar een stijging die in gemiddeld niveau alleen iets blijft hangen onder de waarnemingen door grondstations. Daarnaast laten de klimaarskeptici de 2 andere datasets, die uit metingen aan de grond, wijselijk maar van weinig eerlijkheid getuigend, maar voor het gemak helemaal buiten beschouwing.

(4) “De zeespiegel stijgt ook al helemaal niet”.

Ook hier weer de vraag waar Boon zijn informatie vandaan haalt. Ik verwijs even terug naar de website van de NASA http://climate.jpl.nasa.gov/keyIndicators/ hierboven. Daar kan worden gelezen dat de zeespiegel continu aan het stijgen is sinds 1880 en dat het tempo aan het versnellen is. In Nederland des te vervelender omdat een deel van ons land al onder zeeniveau ligt en de Nederlandse bodem ook nog eens daalt door geologische verschijnselen.

Misschien moet de heer Boon zich eens, voordat hij de lezer lastig valt met allerlei met veel denigrerende diskwalificaties gelardeerde bêtises en boute uitspraken, beter verdiepen in de materie. Wellicht dat hij ook dan nog een klimaatskepticus blijft maar dan komt hij wat minder onzin en onwaarheden op de proppen. Wellicht zou het hem daarbij helpen zich wat minder te begeven op het papegaaiencircuit op internet.

Erik de Haan

Voor een wat genuanceerder verhaal, zie:

http://en.wikipedia.org/wiki/Polar_bear#Population_and_distribution

Voor informatie over de ontwikkeling van het zeeijs, zie:

http://nsidc.org/arcticseaicenews/index.html

de trend is duidelijk, scherpe daling. Sneller ook dan wat de modellen eerder verwachten.

En voor wat echte wetenschap:

http://www.cgd.ucar.edu/oce/mholland/papers/Durner_etal.pdf

robert

Voor de temperatuurmetingen zou ik toch graag verwijzen naar de site Whattsupwiththat die bezig zijn met het controleren van alle meetstations in de verenigde staten. Om een mooi germanisme te gebruiken ” Gefundenes Fressen” voor een scepticus.

Na onderzoek van 75 % van de stations blijkt 11% aan de kwaliteitscriteria die opgesteld zijn door de NOOA te voldoen.

De betrouwbaarheid van de metingen aan de grond is dus bijzonder klein, indien al aanwezig.

http://wattsupwiththat.com/2009/03/22/how-not-to-measure-temperature-part-84-pristine-mohonk-lake-ushcn-station-revisited/#more-6436

DE bespreking van een van de sites is voor het gemak bijgeboegd

Kim

@Boon
Op de Noordpool leven natuurlijk ijsberen dat weten we onderhand wel, maar jij denkt zo te zien dat ze zomaar naar Groenland kunnen. ijsberen leven op de Noordpool omdat ze daarvoor gemaakt zijn en ze daar voldoende voedsel kunnen vinden. als het ijs smelt verdrinken de meeste ijsberen omdat ze niet dag en nacht kunnen door zwemmen en hun voedsel bron put ook uit. op Groenland kunnen ijsberen zowiezo niet goed jagen en voedsel vinden dat voor hun geschikt is. Al eens over nagedacht?