Het Kyoto-protocol is nep
Het was een harde boodschap, waarmee de wetenschappers op de klimaatconferentie hier in Kopenhagen vanochtend werden geconfronteerd: het Kyoto-protocol deugt niet. Hoewel, veel van de aanwezigen zien aan hun observaties dat er inderdaad niet veel komt van enige reductie van broeikasgassen. En anderen zijn helemaal niet bezig met het politieke geworstel om het klimaat te redden of anders de wereld voor te bereiden op de noodzakelijke aanpassing.
Vanmorgen stelde econoom William Nordhaus van Yale University, vast dat ‘Kyoto’ niet effectief en niet efficiënt is. Hier een eerder betoog, waarin hij zijn argwaan uit de doeken doet. Volgens Nordhaus zal het ons alleen lukken de uitstoot van kooldioxide terug te dringen als we aan die uitstoot een prijs verbinden. Je kunt zeggen dat Kyoto dat doet, via onder andere emissie-handel. Maar (Europese) politici zijn in staat gebleken dit systeem zodanig te verzwakken, dat een ton CO2 amper 10 dollar kost. En dus niet zoals de bedoeling was zo’n 100 dollar per ton.
Vandaag richtte Nordhaus zijn pijlen vooral op de CDM-projecten, deze Clean Development Mechanisms waarover ik in dit blog al eerder schreef. Ze bieden rijke landen de mogelijkheid om het klimaatvoordeel van een ontwikkelingsproject in arme landen op hun eigen conto te schrijven, maar zijn volgens de econoom een bron van onduidelijkheid en gesjoemel. In zijn ogen zijn dit de ‘derivaten’ (die aan de basis stonden van de kredietcrisis) van het klimaatbeleid.
Nordhaus bepleit het aloude, beproefde systeem van belastingheffing op kooldioxide: het leidt tot een stabiele prijs, is minder corruptiegevoelig, maakt beter zichtbaar dat kooldioxide iets kost. En het biedt landen die nu nog buiten het Kyoto-akkoord blijven een gemakkelijker mogelijkheid om in te stappen, omdat ze niet meteen reductieverplichtingen opgelegd krijgen.
Er is slechts één probleempje: om het systeem te laten werken zouden er internationaal afspraken moeten komen over de hoogte van zo’n heffing, omdat die in alle landen gelijk zou moeten zijn. Voordat de internationale gemeenschap het daarover eens is zijn we jaren, en volgens veel wetenschappers hier een paar tienden van een graad Celsius, verder.

