Biobrandstof toch iets minder slecht
Biobrandstof heeft al lang geen goede naam meer. Sommige wetenschappers gaan er inmiddels van uit dat de ‘klimaathypotheek’ die wordt opgebouwd door de productie van biobrandstof pas na 100 tot zelfs 1.000 jaar is afgelost.
Brandstof uit planten is weliswaar uitgegroeid tot een miljarden-industrie, maar gunstige milieu-effecten zijn er bijna niet. Al was het maar doordat op de grond die voor de productie van biobrandstof wordt gebruikt, ook een bos had kunnen zijn.
Sterker nog, veel planten voor biobrandstof groeien op plekken waar eerst bomen stonden. In dit artikel uit het tijdschrift Environmental Science & Technology over de Amerikaanse productie van bioethanol staat dat deze brandstof 17 tot 420 keer meer kooldioxide produceert dan voorkomt.
Maar een nieuw onderzoek van de universiteit van Michigan stelt dat de milieuschade helemaal niet zo groot hoeft te zijn. Veel hangt volgens een van de onderzoekers, professor Bruce Dale, af van de manier waarop de grond wordt bewerkt. Duurzame methodes kunnen de termijn waarop de klimaathypotheek is afbetaald terugbrengen naar drie jaar (voor voormalig grasland) tot veertien jaar (voor bossen in een gematigd klimaat).
Nu moeten we alleen nog zorgen dat het verdwijnen van biodiversiteit, het opjagen van de voedselprijzen en al die andere nadelen van biobrandstof, waarover Braziliaanse milieuorganisaties bijvoorbeeld in deze open brief schrijven, worden verholpen.

