Er is geen markt voor water

In deze laatste column heb ik in de aanbieding: twee ontdekkingen, een vraag en een hartenkreet. Die betreffen allemaal de misschien wel belangrijkste trend van onze tijd: de privatisering en neoliberalisering van steeds meer delen van onze maatschappij, zoals deze worden doorgevoerd in Europa, zowel door ‘liberalen’ als door figuren die zich ‘sociaal-’ of ‘christen-democraat’ noemen. We horen voortdurend dat zulke privatiseringen gebeuren vanuit een ‘geloof dat de markt het beter kan’. Maar zelfs als je denkt dat zorg of onderwijs verhandelbare ‘producten’ zijn , is de realiteit dat de meeste privatiseringen helemaal niet kunnen leiden tot marktwerking. Dat is mijn eerste ontdekking hier in Londen: veel van de voorgestelde voordelen van privatisering (lagere prijzen en betere service dankzij concurrentie) zijn een fictie.

En toch gaan de privatiseringen maar door. In Griekenland recentelijk waterbedrijven, in Nederland gevangenissen, in Groot-Brittannië de Royal Mail en als de conservatieven hun zin krijgen de gezondheidszorg en de BBC.

Wat ik tot dit onderzoek nooit had beseft – en hier komt de tweede ontdekking – is hoeveel grote banken aan privatiseringen verdienen. Je hebt het over tientallen miljoenen, soms honderden miljoenen euro’s per deal. Financiële dienstverleners als advocatenkantoren, de ‘grote vier’- accountantsfirma’s en financiële pr-bedrijven delen mee. Ook na de beursgang hebben geprivatiseerde bedrijven veel financiële dienstverlening nodig, terwijl hun aandelen en obligaties weer verhandeld worden – meer spek in het bekkie van de haute finance.

Vraag: is het niet logischer om het geloof bij politici dat ‘de markt het beter kan’ vooralsnog als een gelegenheidsargument te beschouwen? Dat politiek primair koehandel is tussen coalities van belanghebbenden, al dan niet achter de schermen? Die coalities streven kortetermijneigenbelang na, waarna de politicus er een ideologisch en daarmee mediageniek behapbaar sausje overheen mag gooien. Immers: als de financiële zwaargewichten enorm verdienen aan privatiseringen en beursgangen, en je weet dat die zwaargewichten flinke bedragen uitgeven aan lobbyen terwijl ze oud-politici van neoliberale snit lucratieve ‘tweede carrières’ bieden, dan is het toch denkbaar dat de voortgaande neoliberalisering althans deels wordt voortgedreven door financieel eigenbelang van deze betrokkenen?

Want dat ‘de markt’ het beter kan klopt in theorie, maar de ‘markt’ voor water, post of gevangenissen is in de praktijk helemaal geen markt. Door de hoge barrières voor nieuwkomers – begin maar eens een waterbedrijf – krijg je een handvol aanbieders. Daarna stijgt de druk op de top om de rechten van laagbetaalde werknemers te slopen. Het eigen salaris wordt intussen wel vermenigvuldigd met een factor waarvan de ‘compensatieconsultant’ zegt dat die ‘marktconform’ is.

Wie door een haute finance-bril de wereld in kijkt, ziet andere dingen: na de val van de Muur moet de golf van privatiseringen en beursgangen in Centraal- en Oost-Europa immens lucratief zijn geweest voor de grote banken en financiële dienstverleners. Die zullen hard gelobbyd hebben in Brussel en West-Europese hoofdsteden om zo veel mogelijk landen bij de EU te halen en om die EU op neoliberale leest te schoeien. En uiteraard is dat bepleit met andere argumenten dan ‘hier gaan we vet aan verdienen’. Nog zo’n eyeopener: wie gevangenissen privatiseert, schept een sector die baat heeft bij hogere criminaliteit en langere straffen. Zo’n sector huurt een lobbykantoor in en een pr-bureau om de politieke en publieke opinie in die richting te duwen.

Ten slotte mijn hartenkreet aan politieke verslaggevers: moeten jullie het niet nog vaker over lobbyen achter de schermen hebben en wat minder over de laatste opiniepeiling voor de schermen?

Dit is de laatste column van Joris Luyendijk over het leven in de financiële wereld in Londen.

Lees meer over:
neoliberalisering
privatisering

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief