De Goldman Sachs-test

‘Hoe weet je dat een politicus aan het liegen is?’, twittert iemand naar aanleiding van een nieuw financieel schandaal, en vervolgt: ‘als er geluid uit zijn mond komt’. Er was een tijd dat ik zo’n grap wel kon waarderen. Na bijna twee jaar te midden van zakenbankiers begin ik hier op terug te komen.

Ooit had de Sovjet-Unie de categorie van ‘nuttige idioten’: prominente figuren in het Westen die bleven beweren dat de Sovjet-Unie wel degelijk van goede wil was. Het Kremlin wist dat zulke idealisten idioten waren, want de Sovjet-Unie was helemaal niet van goede wil – vraag maar na in Oost-Europa. Maar zulke idioten waren nuttig, voor Moskou dan, omdat ze het werk van de afdeling Sovjet propaganda makkelijker maakten.

Mijn vraag: zijn de cabaretiers, journalisten, presentatoren en columnisten die op dit moment cynisme over ‘de’ politiek voeden in laatste instantie de nuttige idioten van de financiële lobby?

Zo zien ze zichzelf vast niet, en wie weet zit ik ernaast. Dit is de redenatie:

De gedachte dat je politici nooit genoeg kon kleineren dateert uit een tijd dat deze de macht in onze samenleving hadden. Macht corrumpeert, absolute macht corrumpeert absoluut dus hoe kleiner je politici snoeide, hoe meer ruimte de vrijheid kreeg.

Dat was toen. Nu leven we in een geglobaliseerde wereld waar de politiek aan de ketting ligt. Zakenbanken zijn zo rijk en machtig geworden dat ze gigantische beloningen kunnen geven aan politici die binnen de lijntjes blijven. In de Angelsakische wereld en ook steeds vaker in Europa is een baan in de politiek, bij een toezichthouder of de centrale bank geen roeping meer. Het is een opstap naar een riante baan in de financiële sector.

Zakenbanken gaan zichzelf niet corrigeren, en hun lobbyapparaat is gigantisch. In de derde wereld heet het corruptie wanneer individuen of bedrijven politici geld geven in ruil voor beslissingen. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten heet dit ‘campagnefinanciering’. Het effect is hetzelfde.

Ik slik even diep voor de volgende zin maar daar komt ‘ie: Onze enige hoop om de financiële sector terug op de rails te krijgen is de politiek. Wie gaat het anders doen?

Wat we nodig hebben, zijn geharde idealisten. Mensen die durven te formuleren wat er mis is met de financiële sector anno nu, kunnen uiteenzetten hoe een stabiele en morele financiële sector eruit zou zien, die vervolgens helder de stappen kunnen aangeven op de weg daarnaar toe, en die tenslotte kunnen uitleggen waarom deze stappen nog altijd niet worden gezet. (En ja, wat we ook nodig hebben zijn politieke journalisten die naar zulke politici op zoek gaan).

Noem het de Goldman Sachs-test: stel je voor dat je de belangrijkste lobbyist bent van de zakenbank die het meest heeft geprofiteerd van de financiële crisis, en wiens ‘alumni’ (oud-werknemers) nu op cruciale posten zitten in Westerse democratieën; van het Witte Huis tot de centrale banken van Engeland en Europa en het Italiaanse premierschap. Die belangrijkste lobbyist heeft als opdracht de bewegingsruimte voor Goldman Sachs maximaal te houden, en scherper toezicht tegen te houden dan wel te verwateren.

Mijn vraag is dan: werkt cynisme over politici deze Goldman Sachs-lobbyist in de hand? Ik zou zeggen van wel. Naast de verdwaalde hitsers en naïeve nitwits die we kennen van radio en tv moeten er ook politici zijn die wel degelijk zien wat er gaande is, en wat er moet gebeuren. Maar het werk van dergelijke idealisten wordt moeilijker, zo niet onmogelijk in een verlammend klimaat van algemeen cynisme over ‘de’ politiek waarin de geharde idealist met de nitwits en de hitsers over één kam wordt geschoren.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief