Geluid

„Ah-ah-ah-ah-ah-ah-ah-ah.” Met het ritme van een handzaag die traag op en neer gaat in een houten balk, hoor ik, terwijl ik nog in bed lig, een mensenstem. Half slapend denk ik dat onze buurjongen de grenzen van zijn prille verkering verkent, in zijn slaapkamer grenzend aan die van ons.

Daarna wordt het geluid klagender. Lust heeft plaatsgemaakt voor pijn. Is het een gewonde man die in onze straat ligt te creperen? Ik zie het beeld voor me: een man in foetushouding in de sneeuw, het bloed dat hij verliest als kersensaus op vanille-ijs.

Mijn vrouw lost het mysterie op. Ze maakt een kleine kier tussen raam en rolgordijn. Samen kijken we naar de witte wereld aan de andere kant van het raam. „Auw-auw-auw-auw-auw-auw-auw, ik heb het zo koud”, klaagt een man in een ski-jas en met een stapeltje kranten op zijn onderarm.

Iwan Oving

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief