Drei Groschen
Het is pauze. De man rechts van mij staat op. Hij laat een euro vallen. Ik wijs hem hierop. Hij stopt de euro in zijn zak. Een paar passen verder richting foyer laat hij weer een euro vallen en weer wijs ik hem erop. Nog een paar passen verder laat hij een derde euro vallen. Hij draait zich om, glimlacht en mompelt: „Ik heb een gat in mijn zak”. Ik moet lachen en zeg dat ik de rest van de pauze achter hem aan ga lopen.
’s Avonds in bed ben ik opeens klaarwakker als het bizarre toeval van deze gebeurtenis pas echt tot mij doordringt: gebeurde dit nou echt in de pauze van Die Dreigroschenoper?
Marja Feltkamp
