Glad
Het is vroeg, donker en flink koud. De vrieskou houdt al een aantal dagen aan en de stoep ziet wit. Onderweg naar de metro passeer ik een jonge vrouw die opkijkt. Over de balustrade van een seniorenbalkon hangt een oud vrouwtje. „Goedemorgen”, roept zij met krakerige stem. De jonge vrouw knikt en de oude vrouw vraagt haar of het glad is op straat. De jonge vrouw knikt en gebaart van ‘zo-zo’.
„Zie je wel Freek”, hoor ik de vrouw naar de open balkondeur roepen, „je gaat vallen!”
Coen Göebel
