Moeder
Smoorverliefd ben ik op hem, vooral omdat hij vol tederheid over zijn onlangs overleden moeder spreekt. En over de buurt waarin hij is opgegroeid.
Eindelijk breekt de dag aan waarop hij me uitnodigt. Zenuwachtig bel ik aan. Wanneer hij de deur met een zwaai opent, zie ik direct het grote zwart-wit portret in de hal. „Nou, je vader mocht er anders ook wel zijn”, zeg ik.
„Dat is mijn vader niet, dat is mijn moeder”, antwoordt hij.
J. Steyn
