Cadeaus
Onze zoon is drieënhalf. Sinterklaas krijgt nu echt voor hem betekenis. Hij zet zijn schoen op de gang met een appel voor het paard en water voor de goedheiligman. De volgende dag vindt hij een klein cadeautje van de Sint. Uit de voorraad in onze gangkast.
Als we hebben ontbeten en naar boven gaan om ons aan te kleden, horen we een stem uit de gangkast: „Ooh, nog meer cadeaus! Dank u wel, Sinterklaas!”
Onze gulle kindervriend is gesnapt en onze zoon dolgelukkig. Wij ouders door Sint gestraft; voor onze naïviteit.
Stephan Jongmans
