Gestoken
Einde van de middag: een boekpresentatie bij uitgeverij De Bezige Bij in Amsterdam. Het pand is monumentaal; ik leg mijn hand op de koperen knop en duw tegen de zware deur. Ineens: een prik en een pijnscheut – snel mep ik het insect van mijn hand. Parmantig steekt de angel omhoog. „Een wesp”, zeg ik tegen de medewerker die komt aangesneld, „ik ben gestoken door een wesp”. De muis van mijn hand zwelt vervaarlijk. Maar er zijn zachte zorgen, ontsmettingsmiddel, ijs.
Thuisgekomen vertel ik het verhaal. Mijn vriendin vraagt hoe de angel eruit zag. Ik beschrijf het rechte stuk, de haak op het einde. Ze lacht breed. „Dat was een bij.”
Hans den Hartog Jager
