Kalm aan
Vrijdagmorgen: boodschappenmorgen. Hij zit er weer, op zijn klapstoeltje bij de ingang, de dak- en thuislozenkrant in zijn hand, sigaretje in z’n mond, hond aan zijn voeten. De afgelopen tijd heb ik hem gemist.
Ik vraag: „U bent weer terug?”
„Ja.”
„Dat is lang geleden, toch?”
„Ja, ik ben ziek geweest.”
„Ernstig?”
„Nou ja, een hartoperatie. Kijk, hier.”
„En ook een wond op uw been?” „Nee, geen omleidingen, maar een nieuwe klep.”
„Nou, het beste er mee.”
„Ja”, met armgebaar, „een beetje kalm aan doen, hè.”
Francien van Marion
