Bloemen
Ik sta voor de brug in Alphen te wachten tot alle bootjes de dorpshaven zijn doorgevaren. De zon schijnt. Achter mij fietsers en wachtende winkelgangers. In mijn armen drie bossen bloemen. Twee vrouwen naast mij vergapen zich aan het moois. Een gesprek komt op gang over mijn bloemen. „Jongedame; u heeft smaak! Wie is de gelukkige? Die lila bos is het mooist!” „Nou, doe mij maar die zalmkleurige, ben er jaloers op hoor!”
Het gaat zo nog even door. Ik glimlach en bedank voor de complimentjes. De brug is weer gezakt. De slagbomen gaan omhoog. Ik loop stevig door met mijn bloemen, tranen over mijn wangen. Ze zijn voor mijn moeder, voor op haar graf.
Geraldine Nooter
