Vogel
Na thuiskomst gooien we de tuindeuren snel open. Twee zwarte ogen kijken me verschrikt aan. Zoiets heb ik nog nooit gezien. De vogel is groter dan een kalkoen, heeft een goudgele staart, oranjegele veren en een sierlijke nek. Gezien de ravage in de tuin was het dier er al een poosje. Caroline dacht dat het oude mannetje verderop wellicht wat zou weten. Een apart type met een grote collectie vogelhokken.
Ik belde aan. Zijn deur ging half open. De gang was donker. „Wij hebben een siervogel in onze tuin aangetroffen. Is die misschien van u?” De oude man dacht even na, keek mij schuin aan en vroeg: „Is het een mannetje of een vrouwtje?”
