Thee
De monteur wil geen koffie. Thee is oké, maar dan heel slap. Zeker een doktersvoorschrift. In dat geval kan het nog gezonder. „Liever rooibos?”, vraag ik dus.
Het effect is bijna griezelig. Met open mond staart hij me aan, grote ogen achter ronde brillenglazen. Zelf ook wat van mijn stuk gebracht, geef ik hem zonder verdere uitleg simpele ceylon.
Intussen pakt hij zijn spullen, vult snel een bon in, vraagt om een krabbeltje, slaat de thee gloeiend heet naar binnen en is weg. Het lijkt wel een vlucht.
Later kijk ik wat beter naar de bon die ik van hem gekregen heb. Achter het woord monteur heeft hij zijn naam geschreven: Roy Bos.
