Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Bedrogen minnaar van het wielrennen

Lance Armstrong omringd door journalisten in 2009, tijdens de Tour de France. Foto AFP / Lionel Bonaventure

Lance Armstrong omringd door journalisten in 2009, tijdens de Tour de France. Foto AFP / Lionel Bonaventure

Oei. Ik heb een gevaarlijke daad begaan. Ik heb een tweet gezonden over wielerjournalistiek. Nu zend ik wel eens een tweet de wereld in zonder daarover al te zeer na te denken. Maar over deze tweet had ik wel degelijk diep nagedacht. Ook over de leestekens erin. De tekst, die ik op donderdagavond 11 oktober twitterde:

Twitter avatar pvdmeersch peter vandermeersch Is het schandaal rond Armstrong niet dé ultieme kaakslag voor de sportjournalistiek? Zien, horen, zwijgen? 11 oktober

Het berichtje mag dan vele tientallen keren instemmend ‘geretweet’ zijn, velen vonden het ongehoord dat ik dat gedurfd had te versturen. Met name wielerjournalisten of gewezen wielerjournalisten, ook van mijn eigen krant, waren boos. Sommigen reageerden op Twitter, anderen zonden mij een boze mail, iemand pakte mij hard aan op de redactie. Op de site denieuwereporter.nl begon prompt een debat over de tweet.

De grote woorden waren op die site niet uit de lucht. ‘Schandalig’, zo klonk het. ‘Vandermeersch slaat de bal mis’, schreef iemand anders. En een verontwaardigde collega van een andere krant las in de tweet – hou je vast – dat ik doe ‘alsof we (sportjournalisten) luie donders zijn die veel bier drinken’.

Om eerlijk te zijn: daar schrok ik van. Het enige wat ik wilde was het stellen van twee vragen. Is het dé ultieme kaakslag? En gaat het om horen, zien en zwijgen? Maar deze waren blijkbaar al genoeg om bovenstaande (en nog veel meer boze) reacties naar mijn hoofd te krijgen. Vreemd – want laat ik nu al zeker een kwarteeuw in de illusie verkeren dat het stellen van vragen nu net onze job is.

Waarom stelde ik deze vragen? Omdat ik boos en geschokt ben. Omdat ik zo verdomd hou van de wielersport. Omdat ik hoopte dat we na de Festina-tour, na bekentenissen van Johan Museeuw en anderen, na de ontkenningen van tientallen renners, in een nieuwe en min of meer dopingvrije koerswereld waren beland. Omdat ik met zo veel vreugde en plezier jarenlang een miniem rolletje heb gespeeld als seingever in de Ronde van Vlaanderen. Omdat ik de jongste jaren in opdracht van de VRT en de NOS heb mogen proeven van die fantastische ambiance in de Ronde van Frankrijk. Omdat de koers mij zo blij maakt – maar ik tot mijn verbijstering vorige week wel urenlang een verpletterend dossier las waarin wordt aangetoond dat de grootste renner aller tijden (na Eddy Merckx) zeven touroverwinningen behaalde door op een bijna industriële schaal te liegen, te bedriegen, mensen onder druk te zetten, en al die collega-wielerjournalisten jarenlang voor de gek te houden.

Ik heb – letterlijk – geen oog dichtgedaan die nacht. Voelde me boos, machteloos, ongelukkig. En stelde me vragen over ons vak, onze taak. Wij worden toch verondersteld om de waarheid bloot te leggen? Tegels te lichten? Misstanden aan de kaak te stellen? En dat begint met het stellen van vragen. Als wij, journalisten, op het moment dat het onszelf betreft, geen vragen durven – of blijkbaar mogen – stellen, dán zijn we pas vreselijk slecht bezig. Maar die enkele tientallen tekens, verzonden op het machtige Twitter, raakten overduidelijk een open zenuw.

Enkele dagen later is het stof wat neergedaald. In NRC Handelsblad en in nrc.next hebben we intussen een mooie productie gemaakt, waarbij we aan tien vooraanstaande wielerjournalisten hebben gevraagd terug te blikken op hun verslaggeving van de zeven Touredities die Lance Armstrong won. En op denieuwereporter.nl werden interessante analyses gemaakt door gewaardeerde collega’s.

Om met die laatste te beginnen. Los van de hierboven geciteerde verwijten lees ik eigenlijk vijf argumenten:

1. Het gaat altijd over de wielersport, waarom worden de voetbalcollega’s nooit aangepakt?

2. We schreven wel degelijk over doping.

3. We konden niet schrijven over doping want in het milieu heerst een ‘omerta’ (zwijgplicht), die alle journalistiek onmogelijk maakt.

4. Niet-sportjournalisten slaagden ook niet waar wij faalden.

5. Ook buiten de sportjournalistiek is er veel mis (Holleeder, bouwfraude) en dat wordt ook niet blootgelegd.

Laat ik beginnen te zeggen dat ik het met al deze argumenten hartgrondig eens ben. Alleen, ze antwoorden niet op de vraag: moeten wij, journalisten, niet vreselijk aan introspectie doen nu we weten dat iemand, onder onze neus, ons en het wielerminnende publiek op zo’n systematische manier bedroog?

Er zijn verzachtende omstandigheden. Die las ik in de bovengenoemde productie in mijn krant, waarin veel journalisten heel eerlijk waren. Lees even mee:

- Marije Randewijk (de Volkskrant): ‘We weten vrij weinig… Je hebt vermoedens, maar weinig bewijzen’.

- Léon de Kort (Algemeen Dagblad): ‘Achteraf realiseer je je dat je er dicht op hebt gezeten’.

- Evert de Rooij (Wieler Revue): ‘Ik heb er nu moeite mee dat we ons tamelijk lang voor de gek hebben laten houden. Als beroepsgroep zijn we lang in Armstrongs verhaal meegegaan. Eigenlijk waren we allemaal burgemeesters in oorlogstijd’.

- Raymond Kerckhoffs (De Telegraaf): ‘Ik vind dat we vaak voor de gek gehouden zijn, en denk dat we dat als wielerjournalisten niet meer gaan accepteren’.

- Mart Smeets (NOS): ‘Ik ben tekort geschoten. Maar met mij iedereen. Alle Belgen, alle Fransen, alle Amerikanen’.

- Ward op den Brouw (NRC): ‘Ik ben geen onderzoeksjournalist en andere Tourverslaggevers evenmin’.

- Jeroen Wielaert (Radio 1): ‘ Elke poging om dieper te graven stuitte op de spin van Armstrong’.

- Joop Holthausen (Het Parool): ‘Wat wel waar is, is dat veel sportjournalisten erg van sport houden. Dat moet ook, anders hou je het niet vol’.

- Ad Pertijs (BN/De Stem): ‘Je kunt alleen niet zomaar alles opschrijven wat je hebt gehoord. Je hoort zo veel dingen. Bewijzen moet je hebben’.

En opnieuw zeg ik: ik ben het met u allen eens. Sterker nog, het siert jullie dat jullie zo eerlijk zijn. Over onmacht en sympathie. Over tekortschieten en weinig weten. Over het gebrek aan onderzoeksjournalistiek.

Maar na het lezen van al deze argumenten moet ik toch concluderen: wij – niet jullie, sportjournalisten – waren al met al niet goed genoeg. We hielden te veel van de sport en van de renners. We slaagden er niet in om onze lezers en kijkers duidelijk te maken wat er echt aan de hand was in de sport waarvan we zo houden.

Ga ik minder van die geweldige sport houden? Ik weet het nog niet. Daarvoor ben ik teveel geschokt. Ik voel me als een bedrogen minnaar. Gekwetst. Boos. Ongelukkig. Een bedrogen minnaar van die prachtige sport.

En als journalist denk ik, ook na 25 jaar in dit vak, steeds meer: ons past bescheidenheid. Want we krabben slechts aan de oppervlakte van de waarheid.

Lees meer over:
Lance Armstrong
NRC
wielerjournalistiek
wielrennen

46 reacties op 'Bedrogen minnaar van het wielrennen'

ThijsF

Leuke, persoonlijke analyse. “One from the heart.” Maar u draait een beetje om de hamvraag heen: hadden de journalisten überhaupt iets *kunnen* schrijven? Zoals diverse van uw collega’s schrijven (Pertijs, Willaert, Randewijk), werd er veel vermoed maar viel er weinig te bewijzen. Is het dan de taak van de sportjournalist om over winnaars te schrijven en telkens aan te geven dat alles onder voorbehoud is, want misschien hebben ze wel doping gebruikt? Zonder dat te kunnen onderbouwen?
Het enige alternatief is om de verslaggeving van de wedstrijden zelf aan de sportjournalisten over te laten, maar alle achtergrondartikelen uitsluitend door onderzoeksjournalisten te laten schrijven. Gaat dat wat opleveren?

Bert Meertens

Gisteren heerlijk gefietst met mijn nieuwe racefiets tegen de af en toe flinke wind. Vantevoren een banaan gegeten en wat aangelenkte siroop gedronken. In mijn bidon ook aangelenkte siroop. Tijdens het fietsen genoten van mijn pure sport zonder doping. Voor profwielrenners is hun sport hun inkomensbron en met doping kun je die inkomensbron verhogen. Toen de sponsors zich meer voor deze sport gingen interesseren nam de doping ook meer toe. Merkx op een bruine boterham gefietst? Allemaal hebben ze doping gebruikt. Thevenet gaf het later toe. En ook Fignon. Anderen bleven liegen. Het was voor mijn hond (VandenBroecke). Het is voor mij (de echtgenoot van Jeannie Longo). Ik heb kanker overwonnen, dus waarom zou ik mij met doping bezig houden (Lance Armstrong)….
En al die sportjournalisten wisten niet genoeg van dit collectief bedrog door de wielrenwereld? Nooit prikken en slikken van Willy Voet (de soigneur van Virenque)gelezen??

Keep dreaming.
Maar ik heb in ieder geval lekker gefietst gisteren.

Stevan Zmiric

Alles is nog niet verloren. De wielerjournalisten hangen in de touwen, groggy, met een flinke open wond boven elk oog. Ogen die, kennelijk, toch al niet wijd open stonden. Maar laat deze kaakslag geen knock-out zijn maar een wake up call. Komend voorjaar de eerste herkansing. Ik kijk ernaar uit.

Pip

Ik vind de handen in eigen boezems hierboven lief, maar onnodig. Waarom zouden journalisten er wel in slagen criminele activiteiten op te sporen als zelfs sommige professionele speurders dat niet kunnen?

Dirk Vandewiele

Je hebt overschot aan gelijk Peter: als wielertoerist/fanaat; als journalist én als Vlaming. Want laat ons wel wezen, Vlaanderen leverde de voorbij 100 jaar de meest authentieke coureurs ter wereld. Dàt weet jij en elke rechtgeaarde liefhebber van koers zeer goed. Het goed dat dit systematische bedrog eindelijk wordt weerlegd wat eilaas nogmaals bewijst dat ‘niets is zoals het lijkt’.

a.j.bakker

Prima verhaal! Dank!

Thomas Huigen

Helemaal eens. Misschien hadden de wielerjournalisten ook een gevoel dat hun sport ten onder zou gaan als ze te veel onderzoek deden naar doping. Ignorance is bliss.
Maar ik denk ook dat we niet moeten schrikken als deze journalisten geen grootschalige doping hebben bekend gesteld, want USADA kon pas onlangs bewijzen dat de grootste wieler aller tijden gedoopt heeft.

Marnix van der Kolk

Ik vraag mij al jaren af waarom er nooit meer vragen gestelt zijn. Hoe het kan dat wielrenners ogenschijnlijk de allernieuwste middelen kunnen kopen of krijgen. Medicijnen die deels nog niet eens in normale ziekenhuizen voorhanden zijn. Hoe controles doorstaan worden.
Daar moet een enorme biomedische/scheikundige kennis voor nodig zijn.
En zelfs nu hoor ik nog nergens de vraag of de grote farmaceutische industrie daar niet hetzij actief hetzij passief aan meewerkt, want ook een dokter Ferrarie is geen scheikundige.

Mij zou het niet verbazen als later zou blijken dat de fabrikanten best geinterreseerd waren in hun fietsend groepje proefkonijnen. In naam van de wetenschap of gewoon voor het geld.

Was het niet in het boek over Pantani dat de wereldproduktie van EPO destijds maar voor 20% of zo naar patienten ging en de rest??

En ik snap wel dat dergelijke beschuldigingen zonder bewijzen moeilijk te maken zijn en echte onderzoeks journalistiek duur is met eventueel weinig geld opbrengend resultaat. Maar kom op zeg dat moet toch een uitdaging zijn voor een echte journalist?!

Groeten van een nog steeds groot wielerliefhebber

Marnix

Jan Hiddink

Dat bij de wielerjournalistiek de romantiek groter is dan de scepsis, heeft niet alleen de sport, maar ook diezelfde journalistiek groot gemaakt.
Wat daarvan voortaan nog resteert zal moeten blijken. Ik vermoed dat de sport met een leegloop van financiers te maken krijgt. Gegeven is dat armere sporten minder coverage krijgen. Je kon jarenlang beweren dat de Tour wachtte op niemand, maar er zijn nu voortekenen dat niemand nog wacht op de Tour.

Ties

Als hoordredacteur van een grote krant mag je toch verondersteld worden aan te voelen dat een korte tekst, geschreven vanuit een bepaalde emotie, eenmaal zwart op wit een hele andere interpretatie kan krijgen ? “Heeft Armstrong de sportjounalistiek niet de ultieme kaakslag gegeven ? Waarom hoorden en zagen we niets ?” was toch een betere tekst geweest ?

frans van aart

Ik blijf jullie hypocriet vinden – De wielersport is uitgevonden om kranten te verkopen in komkommertijd. Wat hier gebeurde is niets nieuws onder de zon en een ieder die zegt dat hij/zij geschokt is, is niet waard zich journalist te noemen !!!

Fred Hartman

En wederom duikelen alle bijwagens van de wielersport weer over elkaar heen. Bon ton, dat massale mea culpa?

Voor mij blijft Armstrong een grote atleet die beslist niet alleen dank zij de doping heeft kunnen winnen.

Misschien eens aan Next Checkt vragen met hoeveel procent de prestaties van ‘dopers’ nu eigenlijk wordt verbeterd? Dan weten we eindelijk eens waar we het over hebben.

Jos de Gruiter

Misschien waren er geen bewijzen te vinden, maar als er zó veel aanwijzingen zijn dat er iets niet klopt, hadden dan niet op zijn minst de prestaties van Armstrong cs met wat minder jubel verslagen mnoeten worden? Mij klinken steeds de woorden van Greg Lemond in mijn hoofd: Armstrong is niet de grootste Tourwinnaar aller tijden, maar de grootste oplichter. Hij zei het vijf jaar geleden en werd door de pers weggezet als een zeurende ex-held. Het was geen ‘bewijs’, wel een aanwijzing die niet erg serieus werd genomen.

Piotr

Veel bewonderenswaardige reacties en sterk van journalisten dat zij zich niet alleen op het schandaal storten, maar verder dan dat kijken, ook naar hun eigen rol.

Wel mis ik één naam, één persoon in deze discussie, wat ik heel erg kwalijk vind: Paul Kimmage. Een sportjournalist die wél verder is gegaan en heeft getwijfeld en gegraven. Misschien niet altijd met harde bewijzen en niet altijd even netjes (bv “The cancer is back.”), maar hij speelde een enorme rol in de bekentenissen van klokkenluider Floyd Landis.
Hij wordt nu door het UCI voor het gerecht gesleept vanwege uitspraken (in een interview met Floyd Landis) over corruptie. Er is een fonds voor hem opgestart dat al meer dan 60000 dollar voor zijn verdediging heeft opgehaald. Maar — Nederlandse — media schrijven behoorlijk weinig over hem en over zijn zaak!

Mijn punt is eigenlijk: als journalisten nu zoveel aan reflectie doen, misschien kunnen ze een klein beetje naar Kimmage kijken als voorbeeld voor henzelf?

Peter

Mijn stelling is : elke sport waarin buitensporig veel geld omgaat is meer dan waarschijnlijk onderhevig aan een of andere vorm van ‘match fixing’, bv. in de vorm van state-of-the-art doping, resultaat beïnvloeden via gok syndicaten etc.
Bovendien zijn sportjournalisten zijn, net als anderen, niet ongevoelig voor het fenomeen dat men zich graag identificeert met helden en idolen. Als men zich vervolgens in de speciale gunst van de betrokken sporter waant (denk aan ‘scoops’ of exclusieve rechten) ligt verlies van objectiviteit ontegenzeglijk op de loer.

Niek Pluijmert

Beste Peter,

Ik voel geheel met je mee.
Toch eerst een relativering: het USADA rapport is bedoeld om aan te tonen dat Armstrong systematisch, op industriële schaal met omkoping en wat de termen verder zijn de boel bedroog. In die zin is het rapport dus eenzijdig. Armstrong blijft ook voor mij een van de grootste wielrenners aller tijden. Ik zei tot het uitkomen van het rapport: Armstrong heeft 4 keer de Tour gewonnen….. en dat heeft hij nog 3 keer herhaald. Dat zal ik nu herzien, maar hij blijft een van de grootsten. En ik denk dat tot voor kort bijna het hele peloton verboden middelen/methoden gebruikte. Ik vind 2 feiten in het rapport heel erg: ten eerste dat Armstrong altijd vooraf van controles op de hoogte was (lijkt op corruptie) en ten tweede dat er druk op renners werd uitgeoefend dat ze mee moesten doen met het programma. Dit plaatst zijn uitspraak “de Tour winnen is niet zo moeilijk, nl. 2 goede tijdritten en 1 aanval bergop” in een ander daglicht, hij kon door het bedrog dit dus echt zo plannen.
Jullie wielerjournalisten hebben nu wel een probleem: ik verwacht van sportverslaggeving in de eerste plaats de mooie verhalen over grootse prestaties en over sporthelden. Zo’n rol combineren met die van criticus die de misstanden à la Armstrong blootlegt, lijkt mij niet te combineren. Die misstanden moeten wel blootgelegd of liever voorkomen, worden. Dat de wielerjournalisten dat niet hebben gedaan, vind ik niet hen te verwijten, maar ik ben met je eens dat er nu wel wat moet gebeuren op dat gebied.

Jan

Het is met ‘de doping in het wielrennen’ net als met Sinterklaas. Dat hij niet echt, helemaal uit Spanje komt en dat het waarschijnlijk het ‘schoolhoofd’ is, die onder die mijter zit. Ook als kind weten we dat al vrij vroeg, maar zelfs nu, terwijl ik dit type, voel ik het taboe dat er op weegt, om deze waarheid te schrijven. Zo moet het journalisten ook vergaan zijn met hun kennis over de dopingpraktijk, waarvan ook iedereen ‘wist’. Ik las van een journalist, dat het soms net een ziekenhuis leek bij sommige wielerhotels in de Tour de France, zoveel verrijdbare standaards met infusen er werden binnengereden. Maar ook voor Vandermeersch geldt, dat hij het allemaal wel ‘wist’, maat toch gewoon wedstrijden ging ‘afvlaggen’. Iedereen is geweest als ‘een kleuter bij Sinterklaas, we wisten al wel, dat hij niet bestond, maar bleven er toch graag in geloven. Het was zo leuk! Het schept ook in historisch perspectief, een goed inzicht in, hoe wij mensen de waarheid, die zich onder onze ogen afspeelt, weten te ontkennen.

Tinus

Virenque, Festina, Uhlrich, Basso, Riis, Vinokourov en Valverde en noem iedereen maar op. Allemaal zijn ze gepakt. Maar uitgerekend Armstrong, de man die altijd alles won, zou brandschoon zijn? Iedereen had daaraan moeten twijfelen. En nog steeds. Mooie sport, wielrennen, maar ik steek voor geen enkele renner mijn hand in het vuur. Ik ben niet overtuigd dat er een ‘oud’ en een ‘nieuw’ wielrennen is. Ik weet ook niet hoe nu verder. Ik geloof niet in doping uitbannen en doping dan maar accepteren (als iedereen gebruikt, is het ook een level playing field), dat gaat me ook te ver.

ramon wilts

Beste meneer Vandermeersch, het boeit niet meer in dit land. Ik snap dat het in Belgie sport nummer 1 is, en dat het uw interesse wekt, maar wij doen hier ook aan andere sporten. En we zijn er vaak ook erg goed in. Wielrennen verdient in dit land al jaren geen respect meer. En zeer terecht.

Alwin Stegeman

Heel goed dat je deze discussie aanwakkert Peter! Het is zeker iets om over na te denken. Misschien eens wat onderzoeksjournalisten loslaten in de sportwereld? Ik zou er graag wat over lezen in de NRC. Bedankt voor je moed en eerlijkheid!

Johan

Prima stuk.

Overigens, wat is het prettig dat alles nu naar buiten komt en niet, zoals gebruikelijk, tijdens de Tour.
Nu ook (ex)rennersvrouwen uitlatingen gaan doen wordt het helemaal mooi.
Men kan het zo gek niet verzinnen, mensen doen het.
Gek genoeg, no matter what, blijf ook ik van het wielrennen houden.
Vinokoerov blijft voor altijd een fantastische renner.
Je zou ook kunnen zeggen: eenmaal ‘besmet’ met het wielrennen, kom je er nooit meer vanaf.
Gelukkig.

Mevr. de Groot

Ik ben een groot sportliefhebber, maar ik volg het wielrennen al jaren nauwelijks meer, omdat ik wist dat ik naar een gedrogeerde bende zat te kijken. Helaas. Ik denk dat een Tour de France fysiek gezien te zwaar is om het zonder drugs te doen, dus de bedenkers van dat soort rondes moeten ook maar eens achter hun oren krabben. Overigens geloof ik neit dat het wielrennen momenteel wel zonder drugs is (de heer Contador is toch ook al gesnapt, en dat was echt na 2006 hoor). Dus ik blijf voorlopig maar niet kijken.

Robert Bleeker

1. Men doet er goed aan, om – inzake de nu weer volop in de belangstelling staande dopingvraagstukken – geen kunstmatige scheiding aan te brengen tussen wielertopsport en de overige takken van topsport.

Immers, niet alleen spelen in veel topsportgebieden exact dezelfde drijfveren, om middels sportfraude, deel te nemen aan georganiseerde oplichtingspraktijken, maar bestaan sterke aanwijzingen, dat een aantal dopingartsen, die betrokken waren / zijn bij het adresseren van de enorme vraag naar dopingproducten en de medische begeleiding daarbij, ook topatleten uit andere topsport-disciplines in hun praktijk hebben bijgestaan.

2. Bij de vraag naar “het waarom” de talrijke wielerjournalisten zo lang, zo intensief hebben gezwegen over het endemische dopinggebruik in deze tak van topsport, dient ook in aanmerking te worden genomen, dat het verslaan van de bij de wielersport behorende evenementen, voor een groot deel van hen een existentiële betekenis had.

Met andere woorden : De wieler-journalisten hadden – net als tal van frauduleuze, gedrogeerde renners – een majeur economisch belang bij het niet, dan wel niet diep genoeg door-exerceren naar de aard en herkomst van de vele onwaarschijnlijk prestaties binnen het wielerwereldje.

3. Een ander element, dat hier ongenoemd blijft, is het element van de intimidatie door lieden uit het peloton en de schemerwereld daar omheen, als gedragsbepalende factor, bij veel wielerjournalisten, om de heilige onderzoeksjournalistieke principes van hun vak-uitoefening, zo lang, zo diepgaand te verloochenen.

Een van de voorbeelden voor deze – naar maffiose straf- en vergeldingsmaatregelen tenderende – kennelijke bijbehorende intimidatie-cultuur, werd gegeven door de immens hypocriete sportverslaggever Smeets, die onlangs stelde, dat hij en enkele van zijn collegae, een steen door de autoruiten mochten inwachten, toen zij – in een onbewaakt moment van kennelijke verstandsverbijstering – voor de verandering wel een keer een kritische vraag over gebruik (en de handel daar omheen) aan enkele vertegenwoordigers uit het massieve wielercollectief durfden te stellen.

4. Ook Vandermeers – die zijn sterverslaggever Janneke Koelwijn (van de Friso-affaire), net zo lang heeft gedemoniseerd, dat zij zich onlangs (nadat zij maanden lang voor eigen rekening ziek thuis had gezeten) gedwongen heeft gezien, om “vrijwillig” ontslag te nemen – wentelt zich op dit moment van extreem pijnlijke USADA onthullingen, weliswaar publiekelijk en bijna masochistisch in een mea culpa, maar zou (gemeten aan de criteria, die hij voor iemand als Koelewijn heeft aangelegd) met terugwerkende kracht, zijn functie als hoofdredacteur van de NRC ter beschikking dienen te stellen.

Gert van Veen

Mart Smeets (NOS): ‘Ik ben tekort geschoten. Maar met mij iedereen. Alle Belgen, alle Fransen, alle Amerikanen’.
Had hij het bij de eerste vier worden gelaten dan was hij geloofwaardig. Het vijfde woord bagatelliseert de eerste vier.

JohnnyB

En nog steeds ligt er stof onder het tapijt. Er gaan geruchten rond een zekere renner. Als ik die renner was, zou ik alles doen om mijn onschuld te bewijzen. Ook al hoeft dat niet, volgens het Nederlandse recht.Tenminste als ik onschuldig zou zijn. Anders zou ik zoveel mogelijk zwijgen met de gedachte dat het wel overwaait.

Freek van 't Veld

Wat maakt het voor de toeschouwer nu uit of iemand doping heeft gebruikt? Degene die wint is om een of andere reden sterker dan de ander, en of dat nu komt door fysieke kracht, mentale kracht, koersinzicht, goede ploegmaats, geluk (niet vallen bijv.), omkoping of doping – het blijft een fantastisch schouwspel om te zien.

Bij elke tourwinnnaar denk ik: ‘doping’, maar ook: ‘so what’? Wat kan mij als toeschouwer de reden dat hij wint dat nu schelen? (En trouwens: ook met doping blijft het een geweldige prestatie als je de Tour wint.)

Jos de Gruiter

Eén vraag nog: als hoofdredacteur ben jij verantwoordelijk voor alles wat er in jouw krant staat, inclusief de sportbijdragen. Heeft NRC het zoveel beter gedaan dan andere kranten, tijdschriften, radio- en televisieprogramma’s?

johannes franssen

De meeste journalisten waren/zijn onderdeel van het systeem. En dus niet op waarheidvinding gericht, enkel op heroiek, verafgoding en daarbij behorende leefstijl. En daarbij steekt één journalist er ook letterlijk met ‘kop en schouders’ bovenuit.

Martin de Borst

Dat Zwarte Piet door de schoorsteen kan, dat is een leugen die we voor de kleintjes in stand houden. Dat de gemiddelde snelheid van een Tour etappe over de jaren stevig is toegenomen en dat er dan nog voldoende fut is om als gekken te sprinten na een slopende bergetappe, dat moeten de volwassenen maar voor lief nemen.
Sportjournalisten vinden het trouwens ook normaal. Maar ze worden nu juist betaald om het per definitie niet normaal te vinden. Maar ons berichten met lichte tot zware vermoedens dat er iets niet klopt, dat doen ze niet, bang voor …..???

Laten we de sportjournalisten maar weer sportverslaggevers gaan noemen. Laat ze lekker vertellen, wat wij zelf ook kunnen zien. Rugnummertje, naampje, anekdote of oei,oei als dat maar goed gaat, en om half zes ´Tot morgen kijker/luisteraar´.

Jadwiga de Bock Majewska

voorstel idee alstublieft:
toelaten dopping.
Dat is nu de tijd van prestatie prestatie prestatie.
Sporters met sponsors “opgezweept”, degene die eerste is is in spotlight, en de firma die sponsort.
Dat sporters niet vertellen? m.i. zie mogen niet vertellen, van “hun bazen die betalen”.m.i.
Sport evenementen hebben grote kijkcijfers, grote salarissen, dus de druk is groot op sporters.
Zie alstublieft laatste voetbal wereldkampioenschappen.
Als ons land zou gewonnen hebben.Zouden wij het leuk vinden.
voorstel idee: omdat de doping zo lang geheim kon gehouden worden is misschien reden nu overdenken en gewoon toelaten.
Onder controle dat sporters zich zelf niet beschadigen van overmatig gebruik.
m.i.

ArendGrunn

Beste Peter,

De conclusie dat de Nederlandse (sport)journalistiek tekort is geschoten kan ik alleen maar onderschrijven.
In het buitenland zijn er echter voldoende voorbeelden te noemen van journalisten die wel onderzoek deden en het aandurfden daarover te publiceren – om vervolgens door LA als ‘trolls’ te worden gekwalificeerd en die uiteraard nooit meer op een interview hoefden te rekenen. Want LA was zijn eigen corporate intelligence officer en was zeer goed op de hoogte van wie wat over hem schreef.
Enkele namen, onder het motto “ere wie ere toekomst”: David Walsh, Pierre Ballester, Damien Ressiot (l ‘Equipe 2005 onthulling epogebruik 1999), Paul Kimmage, Jeremy Whittle. Zonder hen zou het USADA dossier er nu niet liggen. Daarnaast zijn ook journalisten van o.a. Der Spiegel (Jaksche, Telekom), Le Monde actief geweest. Ook websites als http://www.cyclisme-dopage.com/ en Cyclingnews hebben in de loop der jaren hun steentje bijgedragen. Een blad als WielerRevue is in vergelijking daarmee een veredeld fanclubblaadje. Mart Smeets wilde erg graag een ‘vriendje’ van LA zijn. Punt. Kerckhoffs wilde ook graag tot van de weinigen behoren die een interview kregen. Punt. De anderen hebben niet hard genoeg gekrabd aan de oppervlakte. Ook waar het de Nederlandse dopingpraktijken betreft: de manier waarom Wim Sanders van PDM destijds (nog voor de Festina-affaire) is weggekomen en zelfs door het medisch tuchtcollege werd vrijgesproken was een Operacion Puerto-affaire avant la lettre. Die zaak werd aangezwengeld door de FIOD, niet door journalisten.
Hoe dan ook: hopelijk leidt deze affaire tot een kritischer benadering van de sport (en dus niet alleen het wielrennen)!

Ben Aalbers

Al dat gezever over miskende wielerjournalisten en hun “falen” , ziet dan niemand de grootte en de diepte van het “koningsdrama” en ook de droeve schoonheid ervan? en de paralellen met het “echte leven”

Robin Barout

‘Als bijzaken hoofdzaken worden’, sprak Cruyff al eens.

Jan Liebregts

Wat een oplichter, een leugenaar, een afperser bedrieger en een mooiprater is die klootzak. Wordt er wel beseft dat heel veel wielrenners, door de rittenwinsten van hem en zijn ploeggenoten, andere renners zich niet in de kijker hebben kunnen rijden. Wat deze sportieve renners, die zonder epo en andere middelen aan inkomstenderving en aan ROEM tekort zijn gedaan,wordt te weinig over gesproken.Dit zou helemaal uitgezocht moeten worden en deze renners moeten alsnog op een podium komen! Speciaal voor die oplichter ben ik naar Frankrijk gereden om hem aan te moedigen en te bewonderen. Tijdens Interviews en vragen over het gebruik werden zijn pupillen niet groter. Een geboren leugenaar dus. Ik voel me zwaar bezeken.

Johan Kloosterman

Dank voor dit verhaal Peter Vandermeersch. Ik denk dat je helemaal gelijk hebt. Wat wielrennen (in het bijzonder veldrijden) is voor België, is schaatsen voor Nederland. Ik maak me geen enkele illusie: ook het schaatsen is helemaal verziekt door de dope, net als het wielrennen. Krachtsporten zijn dopingsporten. De prestaties die je ziet, zijn illusies die deels door talent deels door dope wordt behaald.
Sportwedstrijden als illusie? Ik denk dat dat heel erg waar is.
Waarom wisten journalisten dat niet, waarom schreven ze er niet over? Hadden ze stront in hun ogen of wilden ze gewoon de illusie in stand houden? De echte waarheid weet je pas achteraf, als het kalveren zijn verdronken, als honderd Tommy Simpsons zijn gesneuveld op de helling van de Mont Ventoux. Eerder gaan de oogjes niet open bij het journaille. We willen maar al te graag illusies in stand houden, want ja, wat moeten we anders op zondagavond?

Aard Daanen

Ik vind het allemaal van die treurige mensen met treurige levens: Armstrong (en andere wielrenners) die alles doen om doping te verbergen en dan de mensen van WADA, Usada of hoe al die geldverslindende instellingen ook mogen heten, die de hele dag op zoek zijn naar “verboden” middelen.
En Mart, je had gewoon basketballverslaggever moeten blijven.

Richard de Haan

Ehm, “onderzoeksjournalistiek”? Ik denk dat u “sportverslaggeving” bedoelt.

Wielrennen, voetbal, etc. Van oorsprong sportbeoefening, vrijetijdsbesteding, en soms eenvoudig weg “spelletjes”(écht waar!), en kijk waar we nu mee bezig zijn.

Wellicht is het échte morele vraagstuk, of huidige tijd- & geldinvestering in “sport-entertainment & business” nog acceptabel is binnen het kader van de maatschappelijke realiteit?

Of, met andere woorden, nemen we die voetbal- en wielermiljonairs niet een beetje te serieus?

pawi

Dit gaat nou eens even niet over doping, maar over IP blokkades.
Op geen enkele andere manier kan ik reageren zoals het zou moeten. Dan maar zo.

Al decennia lang ben ik een voorbeeldig abonnee van de NRC. Altijd abonnementsgeld betaald, af en toe ingegaan op een aanbod voor lezing, DVD. Soms wat spellingscorrecties ingestuurd die snel werden toegepast.

Maar mijn IP adres lijkt geblokkeerd te zijn. Ik kan geen ikje insturen bijvoorbeeld. Ik kan zelfs bij geen enkele afdeling terecht, zodra ik iets aanklik verdwijnt de mogelijkheid te reageren.

Graag uw aandacht voor deze vernederende actie.

Pawi.

pawi

Ik ben de bedrogen minnares van NRC, dat wou ik zeggen.

Aart Dekker

Afgelopen zomer hadden jullie een verhaal over ‘doping’ en andere kwalijke zaken op de Paralympics. Het zit dus gewoon in de (gemiddelde) mens om, zelfs als er geen groot geld mee gemoeid is, te bedriegen om te winnen als de pakkans niet groot is (en soms dus zelfs als de pakkans wel groot is).

Het is ontzettend vervelend dat je ervan uit moet gaan dan een sport door en door verziekt is/(was?).
Desondanks blijft wielrennen vaak een prachtige sport om naar te kijken. En volgend jaar kijken de meesten van ons gewoon weer.

Bij Armstrong heb ik, na zijn kanker, nooit gedacht dat het NIET gebruikt(e/had). Ik verwonderde me wel dat hij nooit gepakt werd terwijl hij het meest gecontroleerd werd van iedereen. Blijkbaar waren sommige vormen van doping niet via directe controle, direct te vinden.

Wat mij nog het meeste stoort is dat de gehele sport wordt meegezogen in de paranoia van wielrennen en atletiek. Er zijn sporten waar doping nauwelijks nut heeft. Toch vallen die onder het stramien van controles zoals dat voor de hele sport geldt. Met alle mensonwaardige uitwassen die met controles en whereabouts gepaard gaan. En de kosten die ervoor gemaakt worden; letterlijk ‘kosten nog moeite worden gespaard’. Terwijl veel van die sporten al kwijnen door geldgebrek.

W.b.t. de rol van de journalistiek: ik denk dat de meeste journalisten weinig te verwijten valt. Ik heb vaak kritiek op de Mart Smeets van vandaag als het gaat om andere zaken dan wielrennen, maar hier vind ik dat hij zich correct, zoals het hoort heeft gedragen. En hoe dan ook was/is Armstrong een fenomeen, dus versla je dat, dus interview je hem als dat kan. Je kunt nu eenmaal niet ‘harder aanpakken’ dan dat je het ‘hard kan maken’. Journalisten doen geen dopingcontroles. En aan journalisten die in vuilniszakken graaien heb ik ook een schurfthekel.

Maar in de strijd tegen kanker is ieder middel geoorloofd. Dus was Armstrong op zeker een gebruiker. Waarschijnlijk heeft hij in die periode ook erg veel geleerd. Het is een intelligente man. Hij wist wat hij deed en was niets en niemand ontziend. Ik heb weleens van een kanker-survivor gehoord dat je wel ‘zo’ moest zijn, omdat je het anders niet zou halen. Hij wist dus alles, had het karakter (ontwikkeld) om er zo mee om te gaan, hij gebruikte gewoon wat hem ter beschikking stond. En vernietigde daarbij een tijdperk in zijn sport. Geen journalist die daar wat aan kon veranderen. Helaas. Maar slechts een journalist die per toeval tegen een doorbraak was aangelopen had, heel misschien, iets kunnen bereiken.

De vraag blijft: wordt het wielrennen ooit (zelfs maar redelijk) schoon? Ik heb er niet genoeg verstand van om dat te kunnen voorzien. De tijd zal het leren…

m.j. trapman

Ik begrijp u, en de hele ‘mea culpa’ sfeer niet zo. Ik ben geen wielrenfanaat, maar keek wel eens, als dat zo uitkwam, naar de Tour e.d. Ik ben mij er altijd van bewust geweest dat de wielrennerij op doping dreef, en dat kan alleen maar gekomen zijn door de pers, want een andere bron had ik niet. Ik heb ook altijd meegekregen dat het voor journalisten frustrerend was dat ze niets konden bewijzen, zodat ze zich voorzichtig moesten uitdrukken. Sommige journalisten gaven wat naïvere verslagen, en gebruikten het woord ‘ongelofelijk’ in bewonderende zin bij onwaarschijnlijke prestaties, en andere journalisten waren wat minder naïef, en bedoelden ook dat ze niet bereid waren een bepaald resultaat te geloven, als ze ‘ongelofelijk’ zeiden. Niemand kan claimen dat hij of zij niet wist dat er doping werd gebruikt, en dat was de verdienste van de pers, lijkt me. Nu is er eindelijk hard bewijs, dus het is nu geen zaak om ‘nostra culpa’ te roepen, maar om dóór te pakken:

1) in hoeverre is Armstrong’s kanker te wijten aan zijn dopinggebruik vóór 1996? Hoe waarschijnlijk is die relatie?
2) Zoals ook de RABO zegt: het probleem zit niet bij de renners (want dan was het op te lossen), maar het zit bij de instituten die over het wielrennen gaan – en daar kunnen we niet tegenop. Dàt is nu de issue, en de jacht waar jullie voor staan, die op de instituten, de Machtige Mannen en hun netwerken. In die zin is het wielrennen nu ook de metafoor voor de credietcrisis. Dat moet dan ook verbreed worden naar andere sporten. Het valt me bijvoorbeeld op dat de recente gebeurtenissen tijdens Duitsland-Zweden nergens in twijfel worden getrokken, terwijl er aan die wedstrijd ergens in Azië toch behoorlijk moet zijn verdiend.

Kortom, Peter van der Meersch, geen tijd om u de haren uit het hoofd te trekken, maar aan het werk!

Sven

Beste Peter van der Meersch ,
Ik ben zo blij dat u in Nederland wat fatsoen en bescheidenheid komt brengen. Heel veel dank voor uw genuanceerde bijdrage, waarin u aangeeft vooral ook naar anderen te luisteren en hen vanuit uw positie als hoofdredacteur zo correct citeert.
Dank. Hou vol.

Gerrit de Jonge

Als de wielrennerij werkelijk van de doping af zou willen, dan was dat natuurlijk al lang gebeurd. Het middel daartoe is eenvoudig. Vermits de wielrennerij een teamsport is (althans in de grote rondes) profiteert het hele team ervan als één of enkele leden ervan heimelijk doping gebruiken. Een ijzeren logica is dus om het gehele team te diskwalificeren als één teamlid op doping is betrapt. Reken maar dat renners dan elkaar gaan controleren, en reken er ook maar op dat dat veel effectiever is dan controles van buitenstaanders. Maar, men wil kennelijk niet van de doping af; waarschijnlijk verdienen erg veel mensen erg veel aan doping.

Hans

Begrijpend lezen blijkt steeds weer een lastige opgave. De 2 zinnen waaruit de tweet bestaat zijn vragen. Zie de vraagtekens. Maar in plaats daarvan worden ze opgevat als vaststellingen itt de veronderstellingen die het dus zijn. Zelf merk ik het ook. Als ik bv in een comment een woord tussen enkele aanhalingstekens plaats, wat een heel andere duiding, cq interpretatie oplevert, gaan de slechte lezers ermee aan de haal en trekken zodoende de zaken uit hun verband.
Kennelijk kennen velen, incl. de opgewonden sportverslaggevers, hun taal en haar leestekens niet of nemen de tijd niet om goed te lezen. In dat verband heeft Vandermeersch dus ergens wel gelijk: men gaf taal noch teken.

Rikkoelhuis

Ik héb tekortgeschoten, Mart Smeets, niet bén.

Hans

Het gemak waarmee de sportverslaggevers van de NOS als representanten van de publieke omroep hun kritische verantwoordelijkheid van zich af hebben laten glijden, is symbolisch voor het beroerde niveau waarop men daar acteert. Het optreden van NOS Tourvolger Gio Lippens deze week bij P&W leek daarvoor illustratief. Geen greintje twijfel of zelfkritiek waar te nemen.
Waar praten die volgers na de etappes eigenlijk over? Zetten ze geen vraagtekens bij de wonderen die ze hebben zien gebeuren tijdens bv de Tour? Wat gebeurt er met de immer aanwezige hardnekkige geruchten? Gaat de adoratie dan zover dat er kritiekloos wordt nagetafeld en de geruchten worden weggelachen of gedronken? Of mag er niet op tenen worden getrapt, bang voor het eigen hachje?
Benieuwd dan wiens lange armen bij de publieke omroep aan het werk zijn. Toen die van Armstrong en nu de rest van een kolonne oplichters met hun belangen en hun paladijnen die hem hebben opgevolgd en, ook niet vergeten, zijn voorafgegaan?
De rol van Baas Smeets was iig wel duidelijk. Die is niet alleen is terug te zien aan zijn inmiddels weggemoffelde adoratie voor Armstrong en de collectivisering van zijn verantwoordelijkheid (ze deden het allemaal), maar werd ook helder tijdens een van de Avondetappes deze zomer, waarbij José de Cauwere te gast was. De Cauwere werd met de typisch Smeetse daar zul je hem hebben stemverheffing aangekondigd als de man die nooit een blad voor de mond neemt.
Helaas, het menu bood slechts teleurstelling, want toen de Cauwere het blad liet vallen, snoerde Smeets hem na 3 zinnen de mond: zijn gast loste een schot in de roos met kritiek op de in zijn ogen wat karakterloze, te intellectuele benadering van het NL wielrennen en dan mn door de Raboploeg.
Tenenkrommend televisiemoment.
Net als Herbert Dijkstra nooit te beroerd is Maarten Ducrot het zwijgen op te leggen.
Waarmee je gelijk op een andere dwingende reden komt: de rol van de sponsors en Ster.
Sympathie voor de grote en toch wel bijzondere rol van Rabo, is tot op zekere hoogte niet echt bezwaarlijk.
Maar, zonder de Rabo exclusief aan te halen, tot welke hoogte is dat peil gestegen?

Ook op de NOS rust dus de taak stil blijven staan bij de vragen die Vandermeersch hier stelt en in het post-Armstrong én Smeets tijdperk de huiscultuur eens onder de loep te nemen.