Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Wat kan een redacteur van NRC op Twitter of Facebook?

Hoe ver kan je gaan op Twitter of Facebook?

Daarover hebben we gisteren op de redactie van NRC van gedachten gewisseld. Je wil natuurlijk niet dat individuele redacteuren zomaar hun politieke of andere voorkeuren op het net rondstrooien. Maar je wil ook dat die mensen burgers zijn die aan het debat deelnemen. Hieronder volgt de samenvatting van het debat.

Sociale media als Facebook. Hyves en Twitter zijn laagdrempelige, (semi-) openbare bronnen.  Er kan gebruik van worden gemaakt voor journalistieke doelen, om informatie te verzamelen of bronnen aan te boren.  Maar informatie die je er op plaatst, kan ook door anderen worden gezien en gebruikt. Meningen die je geeft, kunnen terugslaan op de krant.

 Hoe moet de krant daar mee omgaan? Is een ‘code’ nodig, zoals een aantal mediabedrijven heeft ingevoerd?

Tijdens  een redactievergadering over dit onderwerp passeerde een groot aantal argumenten voor en tegen zo’n code of andere regelgeving de revue. 

Argumenten voor:

  • Het schept duidelijkheid
  • ‘Je bent altijd van de krant’, dus ook in je uitingen op sociale media.
  • Persoonlijke uitingen op sociale media kunnen de krant schaden

Argumenten tegen:

  • Het Stijlboek geeft voldoende regels
  • NRC-redacteuren hebben individuele verantwoordelijkheid voor hun uitingen
  • Hun aanwezigheid in het debat kan ook juist goed zijn voor de krant
  • de uitvoerbaarheid van een code ( hoe handhaaf je plus: zodra je regels hebt geformuleerd, zijn die alweer achterhaald door de nieuwe technologische mogelijkheden)

 

Overeenstemming bestaat hoe dan ook over de volgende uitgangspunten:

  • Het is niet toegestaan interne informatie over de krant of NRC Media te plaatsen of te bespreken (notulen, interne mails, verslagen van vergaderingen, et cetera). Dit valt onder de normale geheimhoudingsregels voor werknemers.

 

  • Het is niet verstandig operationele informatie te plaatsen. Je kunt er bronnen aanboren, maar het is natuurlijk onwenselijk om  concurrentiegevoelige informatie te plaatsen over je bezigheden voor de krant (‘Ik zoek nog één bron voor mijn primeur dat…’) Of om daar informatie weg te geven over waar collega’s mee bezig zijn.

Lastiger is de afweging in hoeverre redacteuren op sociale media hun persoonlijke mening kunnen geven over politieke of maatschappelijke kwesties (fictieve voorbeelden: “Cohen is een aso”, “Hans Jansen rocks”.). Dat kan de krant reputatieschade opleveren; anderzijds is het bijvoorbeeld voor columnisten juist zaak om aanwezig te zijn in het debat.

Het belangrijkste is: wees je bewust van de risico’s en valkuilen van uitingen op sociale media.  Volg in je uitingen de normale gedragsregels van de krant en van de goede smaak. Dat wil zeggen: gebruik geen GeenStijl- of schuttingtaal of beledigingen, en plaats geen informatie die de krant of jouw eigen functioneren als redacteur in diskrediet kan brengen. Wees dus ook voorzichtig met het plaatsen van gevoelige privé-informatie over jezelf.

Een werkbaar handvat biedt ook de (bondige) richtlijn van de Australische Omroep Maatschappij ABC, die kortweg stelt:

  • Vermeng professionele en persoonlijke uitingen niet op een manier die schadelijk kan zijn voor de krant.
  • Voorkom dat je effectiviteit op het werk wordt ondermijnd
  • Suggereer niet dat je spreekt namens de krant
  • Onthul geen vertrouwelijke informatie
Lees meer over:
NRC Handelsblad Twitter Facebook

30 reacties op 'Wat kan een redacteur van NRC op Twitter of Facebook?'

Gyurka Jansen

Nou, zal ik dan maar beginnen?

“Je wil natuurlijk niet”
Waarom niet? Op welke vanzelfsprekendheid duidt de schrijver hier? Waarom is dit zo vanzelfsprekend dat verdere argumenten niet noodzakelijk zijn?

“Geenstijl-taal”
Kan de auteur enkele voorbeelden geven? Waarom is het blijkbaar vanzelfsprekend dat je je niet van dit soort taal wilt bedienen, ook niet op “sociale media”?

Joost

Ik weet een betere richtlijn:

“Don’t do anything stupid.”

Tadaa.

Michiel

‘Het is niet toegestaan interne informatie over de krant of NRC Media te plaatsen of te bespreken (notulen, interne mails, verslagen van vergaderingen, et cetera).’

‘Hieronder volgt de samenvatting van het debat.’

Krijg je nu straf?

dennis

Wat betreft het punt van de Australische Omroep ‘Voorkom dat je effectiviteit op het werk wordt ondermijnd’het volgende: uit onderzoek blijkt dat effectiviteit op werkvloer juist bevorderd kan worden door gebruik sociale dia toe te staan. http://bit.ly/i9MjzX

P. Theunissen

Dit is voor het overgrote deel van de beroepsbevolking een issue. Werk gaat vaak niet samen met het in het openbaar uiten van een opinie… daarom denk ik ook dat het nuttig is dat je op een website anoniem kunt reageren, zodat een simpele Google search van je naam niet alle meningen die je er op nahoudt prijsgeeft. Helaas denkt NRC daar anders over (tenminste het wordt niet actief verhinderd, maar ik zie vaak op deze website iets staan in de trant van “Volledige naamsvermelding gewenst”).

Sytse

Wellicht dien ik me enorm ouderwets te voelen nu: wat moet/kan een krant op een sociaal medium? Een krant is voor mij het produkt van een groep; een twitter of facebook-uiting -of een reeks ervan- is het produkt van individuen.
Ik snap dus wel de onderliggende centrale vraag van de beschreven redactiediscussie: kunnen krantenmedewerkers zichzelf afdoende redacteren, en hoe?
Uit het bovenstaande is het mij nog niet geheel duidelijk wie, en hoe van de medewerkers gebaat is bij een ‘platformvergroting’ via vluchtige kraaipost- hoe veelgelezen, goedgeschreven of urgent ook. Misschien weten jullie dat ook niet, vandaar een richtlijn in tijden van vrij experimenteren. Columnisten, politiek redacteurs.. die kan ik me nog wel indenken. Maar minder urgente debatten, opmerkingen, verwijzingen, aankondigingen.. Moet dat dan ook versplinteren in de kwetterende vonkenregen van dergelijke sociale media?

Vanaf deze zijde van het digipapier bezien: als lezer van dergelijke uitingen eis ik
- dat duidelijk is wie het schrijft, en wat zijn context is. Namen, rugnummers. Als dat een ‘persmens’ is, dan moet dat erbij. Beter nog: dan schrijft diegene het er maar expliciet bij indien het een persoonlijke opinie betreft.
- dat een helder onderscheid gemaakt wordt tussen de ‘omgeving’ van de losse opmerkingen (al dan niet van links en #tags naar andere stukjes voorzien), en de ‘omgeving’ van de geredigeerde artikelen. Het mag niet zo zijn dat de krant zelf inhoudelijk over allerlei media versnippert en zich mengt met de individuele en momentane. En die deeltaak is toch al tijden deel van de journalistieke vakmanschap?

Ik zou ten eerste maar eens die vier ABC richtlijnen expliciet uitwerken, punt voor punt precies benoemen wát dan dus te doen. Desnoods met voorbeelden van hoe het niet moet.

John Knappers

Vraag mensen gewoon of ze hun “gezond boeren verstand” gebruiken.
Kunnen ze dat niet, dan heb je de verkeerde mensen aangenomen. Klaar!
Respect en fatsoen, en logisch nadenken dus.

Victor de Rijk

Wat is Geenstijl taalgebruik? Valt “PVV Miep” daar wel of niet onder?

peter vreeken

Ik mis in de ‘handleiding’ nog een punt:
Realiseer je dat de op een sociaal netwerk aangeboorde bron lang niet altijd betrouwbaar is. Zoals de info op het gehele internet, trouwens.

Jan

Voorheen was de krant een ‘meneer’. Dat gold met name voor NRC Handelsblad.Voorheen was de krant een ‘mijnheer’. Dat gold vooral voor NRC Handelsblad.

Wanneer ik nu Peter Vandermeersch lees die, tot voorbeeld, zijn redacteuren meent te kunnen aantreffen ‘op sociale media’ met bewoordingen als, en ik citeer; “Cohen is een aso” en “Hans Jansen rocks”, dan vind ik die voorbeelden een grove diskwalificatie van het niveau van zijn redacteuren, die op geen enkele wijze des NRC’s zijn, noch aansluiting vinden bij de traditie en positionering van de krant.

Wat mij opvalt in de commentaren van Peter Vandermeersch is dat hij weinig gevoel heeft voor de traditie van de krant en al datgene, waarom lezers NRC Handelsblad waardeerden boven andere dagbladen, te weten; diepgang, wetenschappelijkheid, fatsoen, liberaliteit, waarheidsvinding en wars zijn van onzinnige modernismen en afstand nemend van vulgarismen.

NRC Handelsblad moet meegaan met de tijd, maar niet ‘verhooliganiseren’, noch aansluiting proberen te vinden tot populistische ‘middle of the road’-journalistiek. Op die manier gaat u concurrenten aantreffen, waar u het niet van kunt winnen en wordt het contact verloren met de oorspronkelijke lezersdoelgroep.

Wanneer ik nu Peter Vandermeersch als ik nu Peter Vandermeersch, tot veelbeeld zijn redacteuren zich zie ‘op sociale medie’ in bewoordingen. als en ik citeer; “Cohen is een aso” en “Hans Jansen rocks”, dan vind ik dat een grover diskwalificatie van het niveau van zijn redacteuren en uitingen die op geen enkele wijze des Nrc’s zijn of aasluitinge vinden bij de traditie van de krant.

Wat mij opvalt in de commentaren van Vandermeersch is dat hij weinig gevoel heeft voor de traditie van de krant en datgene waarom de lezers NRC Handelsblad zo waardeerden; diepgang, wetenschappelijkheid, fatsoen, liberaliteit, waarheidsvinding, wars van onzinnige modernismen.

Een krant moet meegaan met de tijd, maar niet ‘verhooliganiseren’!

Jan

Vanwege onoverzichtelijkheid van het reactievlak op de site zijn er fouten geslopen in de eerdere inzending, onderstaand een gecorrigeerde versie!

Voorheen was de krant een ‘mijnheer’. Dat gold vooral voor NRC Handelsblad.

Wanneer ik nu Peter Vandermeersch lees die, tot voorbeeld, zijn redacteuren meent te kunnen aantreffen ‘op sociale media’ met bewoordingen als, en ik citeer; “Cohen is een aso” en “Hans Jansen rocks”, dan vind ik die voorbeelden een grove diskwalificatie van het niveau van zijn redacteuren, die op geen enkele wijze des NRC’s zijn, noch aansluiting vinden bij de traditie en positionering van de krant.

Wat mij opvalt in de commentaren van Peter Vandermeersch is dat hij weinig gevoel heeft voor de traditie van de krant en al datgene, waarom lezers NRC Handelsblad waardeerden boven andere dagbladen, te weten; diepgang, wetenschappelijkheid, fatsoen, liberaliteit, waarheidsvinding en wars zijn van onzinnige modernismen en afstand nemend van vulgarismen.

NRC Handelsblad moet meegaan met de tijd, maar niet ‘verhooliganiseren’, noch aansluiting proberen te vinden tot populistische ‘middle of the road’-journalistiek. Op die manier gaat u concurrenten aantreffen, waar u het niet van kunt winnen en wordt het contact verloren met de oorspronkelijke lezersdoelgroep.

T. Rurup

Goedemorgen,
Stel je voor.
Wanneer je op internet rondloopt en een praatje maakt dan doe je dat vanuit je glazen huis zonder enige bedekking. Ook zijn we nog maar net uit het Adam en Eva tijdperk wat betreft de internetwereld. Wat de gevolgen zijn van het betreden van die wereld…dat gaan we ons nu langzaam beseffen.
Het is niet anoniem, al lijkt het zo vanaf je pctje.
Het kan invloed hebben op het leven wat je leidt met je pc uit.
Wanneer je geboren bent na ca. 1995 vloeien deze twee werelden moeiteloos in elkaar over. Onbevangen is de jeugd.
Deze jongeren vertellen dat het verstandig is om op de verkeersborden te letten bij het betreden van de internetwegen is een onderdeel geworden bij het opvoeden.
Volwassenen, burgers, willen liever niet opgevoed worden, zien het als betutteling. Maar de gebruiksaanwijzing van internet ontbreekt, gebruiksaanwijzingen zijn n.l. niet meer van deze tijd, we googlen wel. Praten kunnen we nog wel, ook zonder internet en laten we dat vooral doen, zeker over de nieuwe media en hoe er mee om te gaan.
Groet, Thea

J.Bezemer

@Gyurka Jansen #1: voorbeeld van Geenstijl-taalgebruik ? come on, stel je niet zo onnozel op, je bent notabene actief binnen nieuwe media-dingessen en je schrijft voor dejaap. Je zou een echte old school nrc babyboomer zijn als je dat werkelijk niet zou weten.
Dat je het met die ‘niet doen’-opstelling oneens bent, is natuurlijk je goed recht.

Van mij mogen redacteuren van kranten best hun persoonlijke vookeur / politieke kleur laten zien in de sociale media, alsof ze -anders dan echte mensen- wel objectief zouden zijn, onzin.

E. van der Voort

De krant was een meneer.

De krant werd een tabloid, en daarmee een nondescript mannetje.

De krant wordt een tweet, een roeptoeter als vele duidenden.

Om de gezindheid en de mate van diepgang van de diverse redacteuren te begrijpen heb ik hun tweets overigens niet nodig, sterker nog, ik zou geen follower willen zijn van 99%.

Veel mensen zijn 24 uur per dag in functie en kunnen daarom niet als kippen zonder kop op sociale media tekeer gaan: hogere ambtenaren, publieke personen, topmanagers. Waarom zou er voor journalisten iets anders gelden? En: waarom moeten wij er hier over lezen? Me dunkt dat de hoofdredacteur nog wat achterstallige antwoorden heeft te geven over de voorgaande onderwerpen.

T. Rurup

Sociale media is geen rage, geen tijdelijk iets wat je kunt afdoen met de woorden ‘ach laat, gaat wel weer over.’Het is een onderdeel geworden van ons leven, ook voor hoger opgeleiden. We moeten het nog wel goed leren, hoe gaan we er mee om, luister, kijk en leer van bijv. de jeugd. Zij kunnen ons hierover vertellen. Ook artikelen/nieuws/meningen hierover in kranten zijn van betekenis. Lees erover en je kunt het kaf van het koren scheiden!

Janneke Romein

Voor mij persoonlijk is de oplossing twitteren onder twee verschillende namen. Beroepshalve meng ik me niet in een openbaar debat met een persoonlijke mening of oordeel. Soms vind ik het niettemin leuk om als privepersoon mee te toeteren. Ik vermaak me daarmee.

Daarom werk ik met twee verschillende accounts; een voor beroepsmatige persoonlijke tweets en een voor mijn prive-uitlatingen. Dat voldoet prima.

M'Lou

Omgang met sociale media :

Sociale media moet men eerder bekijken als een kans en niet als een bedreiging.

Richtlijnen zijn nodig om journalisten op een professionele manier te leren omgaan met sociale media. De grens tussen privé- en beroepscommunicatie vervaagt steeds verder.
De opkomst van social media in de journalistiek brengt ook nieuwe ethische kwesties met zich mee.
Naast de vervaging van de grens tussen privé- en beroepscommunicatie, is er online immers ook een grensvervaging tussen nieuws en roddels.
Sociale media fungeren als digitale uitlaatklep van miljoenen mensen.

Wat mag of kan een journalist als nieuws zien?

Mogen wij zomaar alles wat op twitter of facebook wordt gepost verder verspreiden?

Behoort de twitter- of facebookpagina nog tot iemands privéleven?

Zo wordt er in de overvloed aan informatie op sociale netwerken een onderscheid gemaakt tussen wat ‘right to know’, ‘need to know’ en ‘want to know’ is.

Persoonlijk vind ik het veel interessanter en meer ethisch verantwoord om journalisten zulke tips en bedenkingen mee te geven in plaats van richtlijnen die in de eerste plaats het eigen bedrijf ten goede komen.

M’Lou uit T

T. Rurup

Er bestaat niet echt een ‘privé’ op internet, al gebuik je tig namen, de waarheid achterhaalt hem wel, besef dat goed.

Bart Brouwers

Volgens mij is dit niet de weg. Heb er een blogpost aan gewijd. http://dodebomen.nl/2011/04/16/social-media-risicos-indammen-of-kansen-verkennen/

Jan

Het is mij een raadsel waarom wij ‘lezers’ op de hoogte gesteld moeten worden over een richtlijn inzake externe communicatie van redactionele medewerkers van NRC Handelsblad?

Voor het overige, alle media zijn ‘sociale media’ in die zin dat zij communiceren in samenspraak en wisselwerking met de samenleving. Binnen de ‘moderne sociale media’ is eerder sprake van
wederkerigheid en vooral dialoog dan bij de ‘klassieke’ media, zoals in geval van de krant, waar hoofdzakelijk sprake is van eenrichtingsverkeer.

Peter Vandermeersch heeft dat onderscheid nog niet goed begrepen. Hij ‘blogt’ hier, op een plek waar interactiviteit en dialoog ‘usance’ is, maar hij treedt nooit in gesprek, noch geeft hij antwoord op vragen of dient hij van repliek ….

Marco Raaphorst

Waarom een code, regels? Echte innovatie komt niet uit een boekje. Bedrijven moeten zich dat realiseren. Sociale media is sociaal omdat het persoonlijk is, de naam van de persoon is belangrijker dan het bedrijf.

Michiel

De normerende werking die uitgaat van de beperking op de meningsuiting die het economisch belang van een werkgever dient is wat mij betreft buitengewoon onwenselijk. Ook redacteuren zijn in de eerste plaats burgers en dan pas werknemers.

G.Je

En zo werd mijn bijdrage gedeletet, terwijl ik alleen maar schone worden schreef. Lux? Libertas? Of toch schild en zwaard?

Jan

Citaat ’25. G.Je zegt:
dinsdag 19 april 2011, 01:15 uur
En zo werd mijn bijdrage gedeletet, terwijl ik alleen maar schone worden schreef. Lux? Libertas? Of toch schild en zwaard?’ citaat sluiten.

Ik neem het hier voor u en de vrije meningsuiting op. Niet alleen voor u, maar ook menig ander en mijzelf, van wie hier bijdragen zijn verwijderd. Verwijdering is begrijpelijk, wanneer deze scheldwoorden, vloeken of expliciete belediging van personen zou bevatten.

Dat is bij de meest verwijderingen niet het geval, heb ik de indruk. Het is dus overwegend censuur van, de redactie, niet welgevallige commentaren.

Dit stelt mij buitengewoon teleur van NRC Handelsblad, een krant die trots ‘Lux et Libertas’ in haar vaandel heeft staan, maar daar m.i. geen aanspraak meer op kan maken!

Tim de Heer

Eerlijk gezegd vind ik dat hele getwitter volstrekt infantiel. Iedere ‘brainfart’ moet maar direct aan de wereld geopenbaard worden. Het viel me ook een beetje tegen van de onvolprezen Halsema dat ze zo’n fanatiek twitteraarster was.

Waarom verdringt “snel, snel, snel” “doorwrocht en doordacht”.

Simpelweg: omdat het kán – niet omdat het iets toevoegt.

Gyurka Jansen

@J.Bezemer: De achterliggende vraag van mijn opmerking is natuurlijk: “Wat vindt Vandermeersch ‘Geenstijltaal’ en waarom?”. ik stel me helemala niet onnozel op, want ik ben oprecht geïnteresseerd in wat nu precies “geenstijltaal” is. Als je als werkgever van je medewerkers dit soort dingen gaat vragen, is iets meer duidelijkheid wel gewenst.

Als je wat begrijpender zou lezen en bovendien blijkbaar mijn schrijfstijl en -onderwerpen kent zou je toch moeten weten dat ik wel iets meer duidelijkheid wil hebben dan slechts dingen die “iedereen wel weet.” Nogmaals: Wat is geenstijltaal? Is dat “deaud” of ook “faal”? Ik heb natuurlijk wel een eigen idee van wat “geenstijltaal” is, maar heb het vermoeden dat Vandermeersch daar wel eens heel anders over kan denken. Dan is het, gezien het tweede deel van mijn vraag, wel zo handig om te weten waar we het over hebben. Ik denk dat je het daar ook best mee eens bent.

p.hendriks

De monologen nemen groteske vormen aan, zowel binnen NRC als in deze gallerij die een soort wandelgang lijkt, waar wellicht ook de rokers onder ons aan te treffen zijn.

Het forum waar voorheen geagiteerd, maar steeds omwille van de rede werd betoogd en gediscussieerd is verworden tot een hondenuitlaatplaats *) waar toezichthouders (sic) node gemist worden en een weldenkend mens verre van blijft met het oog op de pitbullachtigen en hun baasjes en bazinnetjes, die het terrein tot hun beschikking hebben gekregen/genomen.

*) hiermee wordt niets ten nadele van de hond i.h.a. bedoeld

Peter runt zijn club blijkbaar als een schoolkrant en ik vraag me af of hij nog het respect van zijn medewerkers krijgt, dat hij in zijn positie toch nodig heeft.

Als zijn denktrant maatgevend is voor het intellectuele niveau, dat hij van zijn redacteuren verwacht zou hun zelfrespect weleens onder druk kunnen komen te staan.

Een hoofdredacteur die heldere taal spreekt en weet te zwijgen als dat past, is bij een dagblad met karakter (een NRC-karakter wel te verstaan) een must.

Bart Brouwers

Het kan ook anders, laat Journal Register’s John Paton zien op zijn blog waarin hij verslag doet van de omslag van zijn bedrijf naar “digital first”. Hij heeft 3 belangrijke regels voor het gebruik van social media. http://jxpaton.wordpress.com/2011/04/30/jrc-employee-rules-for-using-social-media/

Embetalem

goede start

Simone kramer

De Anglicismen worden je om de oren gesmeten. Volgens mij zijn Nederlanders ster in het veranderen van hun taal.
Persoonlijk houd ik daar niet zo van. Op een gegeven moment komt het je de neus uit.Waarom wordt het nu weer ‘ social media’ genoemd? Heb je geen ander fatsoenlijk woord ervoor? Als we niet oppassen bestaat de Nederlandse taal in 50 jaar niet meer.