De tragiek van België
Op 18 maart 1829 schreef het Algemeen Handelsblad, dat toen net een jaar bestond, een bezorgd artikel over de vraag ‘Welke zijn de gevaren die de constitutie van ons rijk bedreigen?’ Het antwoord was een bladzijdelang betoog over de politieke onrust in wat toen de Zuidelijke Nederlanden waren, nu dus België.
Om maar te zeggen dat de ‘NRC Special’, die we vandaag in NRC Handelsblad publiceren, past in een traditie die ouder is dan België zelf, dat in 1830 werd gesticht, maar dat volgens sommigen geen lange toekomst meer is beschoren. Want België doorstaat een van de zwaarste politieke crisissen in zijn geschiedenis. Driehonderd dagen na de verkiezingen van 13 juni 2010 heeft het land nog steeds geen nieuwe federale regering _ waarbij het overigens niet slecht is om eraan te herinneren dat België nog vijf andere regeringen heeft die intussen wel min of meer functioneren.
Tijdens die driehonderd dagen hebben nog geen echte onderhandelingen over de vorming van een federale regering plaats gehad. Koning Albert II werd weliswaar steeds creatiever in het verzinnen van allerlei titels voor de politici die België uit de grootste politieke crisis sedert de Tweede Wereldoorlog moeten helpen. Maar de _ haal diep adem _ informateur, preformateur, twee bemiddelaars, koninklijk verduidelijker, koninklijk bemiddelaar, het triumviraat, nog een informateur en nu een koninklijk onderhandelaar, die elkaar in hoog tempo opvolgden, konden het pad niet effenen voor… een formateur die dan het echte werk moet doen.
Inmiddels is een vijfde van de normale regeringstermijn verlopen, is er geen licht aan het eind van de tunnel en doemt het scenario op van nieuwe verkiezingen _ die vooral niets dreigen op te lossen. In binnen- en buitenland kijken velen met verwondering, bezorgdheid, boosheid en, de jongste maanden met steeds meer onverschilligheid naar het slechte schouwspel dat Nederlandstalige en Franstalige politici opvoeren.
In dat schouwspel is alles groot: de grote woorden, het grote gelijk, het grote wantrouwen, de grote kloof tussen Franstalige en Nederlandstalige politici, het grote verschil in visie op de toekomst van het land, de grote verlatings- en verarmingsangst van de Franstaligen, de grote staatshervorming (‘grote vis’) die de Vlamingen willen, de grote schaamte van de 34.000 Belgen die in een betoging door Brussel marcheerden om een regering te eisen,…
Alleen de moed om tot een eerbaar compromis te komen is niet groot. Die is er gewoonweg niet. Dat werd duidelijk in januari toen een uitgebalanceerd werkstuk dat de sociaal-democraat Johan Vanden Lanotte na honderd dagen studeren en onderhandelen voorlegde, door verschillende partijen heel snel werd verworpen. De nota bevatte verregaande voorstellen voor een nieuw financieringsmodel van de federale staat, Brussel en de deelstaten; regelde bijkomende bevoegdheden voor Vlaanderen; bevatte belangrijke elementen voor een politieke en institutionele vernieuwing; en regelde niet in het minst een splitsing van het symbolisch zo belangrijke kiesarrondissement Brussel Halle Vilvoorde (BHV).
De verwerping van dat voorstel was het beslissende moment in de voorbije 300 dagen. Toen bleek dat de onderhandelaars niet op zoek waren naar een oplossing maar naar het eigen grote gelijk. En hand in hand met dat grote gelijk kwam de impasse. De regeringscrisis vervelde in een regimecrisis.
Leidt dat alles tot een splitsing van België? Nooit eerder was dat scenario zo realistisch als vandaag. Er is maar een enkele reden waarom dat niet gaat gebeuren: het land splitsen is veel moeilijker en lastiger dan het samen houden. Hoe verdeel je de immense staatsschuld? Wat doe je met Brussel? Wat kost zo’n splitsing eigenlijk? En wat betekent dat voor de relatie Vlaanderen-Nederland?
Dat is dus de tragiek van België. Niet in staat om te splitsen, niet in staat om samen te blijven. Om het met de woorden van de gewezen minister van Buitenlandse Zaken en huidige Europees Commissaris Karel De Gucht te zeggen: België zal een permanente diplomatieke conferentie blijven. Of anders gezegd: Ceci n’est pas un pays.
