Het kleintje baart (ook ons) zorgen
Nog elf dagen en dan is NRC Handelsblad op tabloid een feit. Het is zonder enige twijfel de meest ingrijpende vormverandering in de veertigjarige geschiedenis van de krant die in 1970 ontstond door de fusie van de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad.
Natuurlijk is hier in de schoot van deze organisatie lang over gepraat. Natuurlijk hebben we met de redactie en de uitgeverij getwijfeld. Natuurlijk weten we dat we een risico nemen. Want elke verandering leidt tot onzekerheid.
Er zijn dummy’s gemaakt. Er is gesleuteld aan de vormgeving. Er zijn tientallen voorpagina’s gemaakt. De structuur van de (weekeind)krant is vele keren opnieuw bekeken. Lezers zijn bevraagd. Adverteerders op de hoogte gebracht. Er is gediscussieerd en ook al eens ruzie gemaakt. Veranderingen gingen te ver. Neen, niet ver genoeg. Dit was geen NRC. Dat was te veel NRC. Er is veel gelachen, ook. De redactieraad had tientallen vragen voor de hoofdredactie. Maar op het einde van vorig jaar stemde de redactie met een overweldigende meerderheid voor de overgang naar het tabloidformaat.
Wat zijn op een tiental dagen voor de lancering onze grootste zorgen?
- De huidige lezers moeten hun krant herkennen. Lezers die op 7 maart de krant uit de bus halen moeten wel degelijk een vertrouwd NRC Handelsblad in handen hebben. Zijn we daarin geslaagd?
- De nieuwe vorm moet de kwaliteit van de krant oversteunen. De stukken mogen dus niet per definitie korter worden. De compacte krant moet evenveel bieden. En wat we bieden scherper presenteren. Gaat dit meteen duidelijk zijn?
- De voorpagina mag dan maar half zo groot zijn, ook die voorpagina moet de rijkdom van NRC-journalistiek tonen. Een broadsheet biedt meer kans tot overzicht en hiërarchie. Pagina 1, 2 en 3 van de krant zullen straks samen de ‘voorpagina’ zijn. Maar zal de lezer dit niet als een verarming beschouwen?
- Een tabloidformaat betekent twee keer zoveel pagina’s omslaan. Het ritme van de krant wordt dus essentieel. Een goede afwisseling tussen diepgravende analyses, korte berichten, rustpunten, visuele pagina’s, etc. is nodig. Een herkenbare volgorde is essentieel. Krijgen we dit snel genoeg in de vingers?
- De krant moet ten minste een uitneembaar katern hebben want moet kunnen gedeeld worden. Mevrouw leest economie terwijl mijnheer kunst leest. We kozen voor een uitneembare bijlage waarin economie, sport en media hun plaats hebben. Is dit de juiste keuze?
- De dikke weekeindkrant moet een feest zijn en veel ruimte bieden voor de wat langere en tragere stukken. Met opnieuw een aparte economie- en een wetenschapsbijlage. En een nieuwe lifestylebijlage. Het weekblad op duur magazinepapier verdwijnt. We willen geen geld aan papier besteden, wel aan inhoud. Zal de lezer het weekblad niet missen? Slagen we erin een palet aan te bieden dat rijk genoeg is? Is de weekendkrant niet te dik? Loopt de lezer er niet in verloren? Zal de lezer de vele opiniebladzijden op het einde van het eerste katern waarderen?
- Het Cultureel Supplement en Boeken gaan naar donderdag. Omdat, zo leren we uit onderzoek, de lezer van het CS graag op donderdagavond zijn cultureel weekeinde plant. Liefst wilden we Boeken op vrijdag houden. Maar om financiële redenen moet dit op dezelfde dag als het CS in de krant worden ‘ingestoken’. Maar daar staat tegenover dat wij lopende tweedaagse vrijdag-zaterdag-abonnement gratis omzetten in een driedaags abonnement.
En dan zijn er natuurlijke de zorgen over de implementatie: sluitingstijden van pagina’s, nieuwe afspraken over de werking van de zaterdagkrant, nieuwe afspraken over de plek van de advertentie, en tientallen andere, soms heel erg praktische, zaken.
Maar de grootste zorg blijft: erover waken dat we de allerbeste inhoud hebben, in deze nieuwe vorm. Nog tien dagen.
