Ik ben goed

Zelf had ik hem nog niet ingekeken, maar deze week was er ophef over het Dikke Cadeauboek van speelgoedgigant Bart Smit. Volkomen seksistisch! Meisjes met speelgoedstofzuigers, strijkijzers en bezems onder de slogan: zo goed als mama zijn, dat wil je ook! Verderop: verzorg je baby als een echte mama! Bij al het speelgoed dat met techniek, sport en wetenschap te maken had, stonden foto’s van jongens. Het kon echt niet. Op internet verschenen vergelijkbare pagina’s uit de catalogus van een Zweedse Bart Smit waar de rolpatronen prettig door elkaar gehusseld waren. Blije jongens met een strijkbout. Lachende meisjes met een constructiehelm.

Reacties op speelgoedgids doen denken aan ophef over ‘Gijp’ en Lubberding

Het concern had dat bewust gedaan, las ik. In werkelijkheid spelen ook jongens met poppen en fornuizen – dus dat moest je kunnen terugzien in hun advertenties.

Daar moest ik even over nadenken. Volgens de Zweedse speelgoedfabrikant was het dus niet zo dat een foto van een blij jongetje met zwabber een keurig politiek-correcte boodschap wilde uitstralen naar een maatschappij die zo ver nog niet was. Integendeel, die huishoudende jongetjes weerspiegelden juist de maatschappelijke realiteit.

Hoe zat het dan met het Dikke Cadeauboek van Bart Smit?

De ongelovige reacties in de sociale media deden me denken aan andere ophef – allereerst aan René van der Gijp, stem van de volkse rede, die in het programma Voetbal International de inspanningen van de KNVB om het voetbal homovriendelijker te maken weghoonde met de constatering dat voetballen niks voor homo’s was en je ze in die sport dan ook niet zou aantreffen.

Dat kon je uitleggen als een realitycheck – de samenleving voegt zich nu eenmaal niet naar onze wensgedachten. Alleen jammer dat ‘Gijp’ daarna zelf op de proppen kwam met een stroom oudbakken vooroordelen over homo’s, die afkomstig leken uit de tijd dat het COC nog moest worden opgericht. Hij kreeg ruim bijval van de mannen aan zijn borreltafel. Je begreep meteen waarom homo’s niet op voetbal willen. Ik begreep waarom ik na vijf minuten Johan Derksen altijd even een douche wil nemen.

Achteraf bleek Gijp zich van geen kwaad bewust – als iemand tolerant was, dan was hij het wel.

En dan was er Henk Lubberding. De commentator van de NOS had de zwarte Europcar-renner Kévin Rza als „dat negertje” aangeduid en in dezelfde zin zijn verbazing uitgesproken over zwarte wielrenners: „Verbazingwekkend dat die al een fiets kunnen rijden.” Later bood hij excuses aan, maar ook hij was zich van geen kwaad bewust: „Ik zou niet weten hoe ik het anders had kunnen verwoorden.” Hij was „nu eenmaal Henk Lubberding en ik beschrijf het zoals ik het zie”.

Ook hier weer een zogenaamde correctie op het politiek-correcte denken – er zijn weinig zwarte wielrenners, waarom zou je doen alsof dat wel zo is? – maar een correctie die gepaard gaat met vooroordelen uit de tijd dat schedelmeten populair was.

Lubberding verwijt zichzelf niks, en Gijp ook niet – Nederlanders staan altijd aan de goede kant. Wanneer je iets voorstaat, betekent dat nog niet dat je ernaar moet handelen. Kom zeg – ik ben goed. Dat geldt voor de CEO die een groot voorstander is van vrouwen op hoge posities, maar daar in zijn eigen bedrijf nauwelijks werk van maakt. Dat geldt voor grootschalige jongerenfestivals die een pluriforme samenleving voorstaan, maar zelf jaar in jaar uit – heel gek – hagelwit blijven.

Dat geldt voor Geert Wilders, die zich op de principes van de Verlichting blijft beroepen tegen de duistere kanten van de islam en zich tegelijk onbekommerd lieert aan Vlaams Belang en Front National, erflaters van het anti-verlichtingsdenken. Hij doet maar, maar wie dit beestje bij de naam noemt, zoals het afgetreden Haagse PVV-raadslid Paul ter Linden, wordt het doelwit van de agressie van mensen met een kwaad geweten. Wilders is iedere vorm van discriminatie, uitsluiting, haatzaaierij vreemd. Hij zegt het immers zelf.

De zweeftaal van het politiek-correcte denken wordt in dit land nu al een decennium gecorrigeerd door mensen die dingen gewoon bij de naam durven noemen, die het „gewoon beschrijven” zoals ze het zien. Dus leven we na een dikke eeuw van emancipatiebewegingen gewoon weer in een land waar alle meisjes dromen van een stofzuiger, waar we verbaasd zijn als negertjes kunnen fietsen, waar homo’s van nature voorbestemd zijn voor de kapsalon en ieder idioot vooroordeel als een bewijs van hogere realiteitszin wordt beschouwd.

En intussen hebben we, denk ik, bladerend in het Dikke Cadeauboek van Bart Smit, hopeloos de boot gemist.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief