Zeepbel

Honend werd opgemerkt dat de enige vernieuwing van paus Benedictus XVI zijn ongehoorde afscheid is. Ratzinger geldt als een mislukte paus. De vraag die je dan stelt: wat is er mislukt? Wat had deze paus moeten zijn wat hij niet geweest is?

De mens snakt naar houvast, denken nieuwe conservatieven

Toen hij gekozen werd waren de verwachtingen hooggespannen. Ik herinner me hoe de Britse katholiek-conservatieve historicus Michael Burleigh in een Londens restaurant tegenover mij profeteerde dat er iets nieuws stond aan te komen: Ratzinger zou Europa opnieuw evangeliseren. In armere delen van de wereld en onder immigranten was het geloof nog springlevend, maar veel westerlingen waren hopeloos verweesd geraakt.

Niet langer. Volgens Burleigh snakten mensen naar geloof: „Ik denk dat men op de grenzen van het materialisme is gestuit. Als je naar de grote winkelcentra aan de rand van de stad gaat, zie je gezinnen die alleen nog maar bij elkaar komen om te shoppen. Samen eten doen ze allang niet meer. Er is een limiet aan het aantal spullen dat je kunt vergaren.’’ En: „Je kunt daar de niet-aflatende verplatting van de media aan toevoegen. Avond aan avond word je gedwongen naar rotzooi te kijken. Op een gegeven moment hebben mensen daar niet meer genoeg aan.”

De woorden van Burleigh pasten perfect bij die tijd – de jaren van de conservatieve droom. De fatale ontkenning van culturele waarden, de uitholling van de goede smaak, de intellectuele slonzigheid van links – het moment was gekomen om de samenleving de rekening te presenteren. Het grote kwaad was relativisme: van onze moraal, van onze identiteit, van onze cultuur. Niet iedereen had trek in meer religie, maar volgens de nieuwe conservatieven snakten mensen naar houvast; het enige wat te doen stond was de oude waarden afstoffen en ze in het hart van de samenleving terugbrengen. Links had allang geen ideeën meer. Het conservatisme had er ontzagwekkend veel – weliswaar allemaal afkomstig van dode denkers, maar die waren door de funeste neergang van het onderwijs volledig uit zicht geraakt. Hun herontdekking was op zich al een daad van verzet.

Grappig dat je nu overal leest dat Ratzinger te intellectueel was om populair te worden – van die kwaliteit werd bij zijn aantreden juist zoveel verwacht. De Poolse paus was een enorme aanwezigheid geweest, maar ook een boerse popiejopie. Met Benedictus was de tijd gekomen voor een gezonde dosis moraaltheologie. Eindelijk weer een geestelijk leider.

De droom bleek een zeepbel. Wat ging er mis?

Het misbruikschandaal, zwakte, gebrek aan charisma – allemaal waar. Ik denk dat het dieper zit: het hervonden conservatisme van de paus, van Dalrymple, Scruton, Burleigh e tutti quanti, werkte goed als kritiek, als kanttekening bij het doorgeschoten geloof in de absolute vrijheid en maakbaarheid – en bij de progressieve ontkenning van de betekenis van cultuur, traditie en eigenheid. Het ging mis toen men die kritiek als een uitnodiging zag om de verworvenheden van de grote, verlichte emancipatiebewegingen van de afgelopen eeuw in twijfel te trekken. Overal waar het intellectuele conservatisme politiek handen en voeten krijgt, toont het zich benepen, nostalgisch of vijandig en hysterisch. Overal zie je gematigde conservatieven gegijzeld worden door radicale geloofsgenoten, die zich revolutionairen wanen maar door hun onverteerbare standpunten steeds verder opschuiven naar de marge.

Kijk naar de Republikeinen in de Verenigde Staten. Kijk hier naar het bonte gezelschap van Burgerforum EU, dat via handtekeningen een referendum over Europa wil afdwingen – bezorgde sceptici naast complotdenkers en marginale cultuurfundamentalisten. Zo ga je de oorlog niet winnen.

En kijk naar het homohuwelijk. Nog niet zo lang geleden gold het huwelijk in progressieve kringen als een verouderd instituut – dat homo’s wilden trouwen was voor hen een akelige vorm van ideologische capitulatie. Het nieuwe conservatisme erkende het verlangen naar rituelen en gemeenschap, waardoor het huwelijk ook in een seculiere context van betekenis bleef – voor wie het wilde. Dat is inmiddels door de meeste mensen opgepikt – terwijl de conservatieven in het buitenland hopeloos in de clinch liggen met dogmatici in eigen kring, die het instituut op fatale wijze ondermijnd zien wanneer het wordt opengesteld voor paren van hetzelfde geslacht.

Het homohuwelijk, begrijpt de gematigde conservatief, is een relativering, geen relativisme. Maar met mensen als Mariska Orban de Haas als boegbeeld zal de evangelisatie van Europa nog wel even op zich laten wachten.

Samengevat: tien jaar geleden waren de progressieven niet conservatief genoeg om aansprekend te kunnen zijn. Inmiddels dreigen de conservatieven het contact met de samenleving te verliezen.

De gefnuikte Benedictus is er het tragische symbool van.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief